Wet van 28 juni 2012 tot wijziging van onder meer de Mediawet 2008 in verband met aanpassing van de rijksmediabijdrage, beëindiging van de wettelijke taken van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is met ingang van het begrotingsjaar 2013 het bedrag van de rijksmediabijdrage te verminderen, de financiering van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep uit de rijksmediabijdrage te beëindigen en in verband daarmee de Mediawet 2008 te wijzigen en dat het voorts wenselijk is enkele wijzigingen van technische aard in die wet en enkele andere wetten aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Mediawet 2008.]
Artikel II
[Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008 (erkenning en financiering publieke omroep).]
Artikel III
[Wijzigt de Mediawet BES.]
Artikel IV
Ten behoeve van de financiële verantwoording over het kalenderjaar 2012 met betrekking tot de Stichting Radio Wereldomroep Nederland blijven de artikelen 2.81, 2.82, 2.171 tot en met 2.173 en 2.175 tot en met 2.177 van de Mediawet 2008, zoals die luidden op 31 december 2012, van toepassing. Artikel 2.138a van die wet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel V
In afwijking van artikel 2.5 van de Mediawet 2008 kan de raad van toezicht van de Stichting Nederlandse Publieke Omroep tot 1 januari 2016 bestaan uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden. Als de periode van vijf jaar waarvoor een of meer leden zijn benoemd of herbenoemd, is verlopen dan wel een of meer leden al dan niet op hun verzoek zijn ontslagen, blijft de benoeming van een of meer leden achterwege, voor zover als gevolg van die benoeming of benoemingen het aantal van een voorzitter en vier andere leden zou worden overschreden.
1.
Deze wet treedt met uitzondering van artikel I, onderdelen DDa, DDb, WWb en ZZa, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.
Artikel I, onderdelen DDa, DDb, WWb en ZZa, treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2012, treedt de bepaling, bedoeld in de eerste volzin, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze wet in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 28 juni 2012
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Uitgegeven de zeventiende juli 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht