Wet van 2 juli 2009 tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met onder meer de erkenning en de financiering van de publieke omroep
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is uitvoering te geven aan de in de brief van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 oktober 2007 (Kamerstukken II 2007–2008, 31 200 VIII, nr. 14) aangekondigde voornemens onder meer inzake de erkenning van omroepverenigingen, de positie van taakorganisaties, de toetreding van nieuwe omroepverenigingen tot het publieke bestel, de samenwerking binnen het publieke bestel en de uittreding van omroepverenigingen uit het publieke bestel;
dat in verband hiermee de Mediawet 2008 dient te worden gewijzigd;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Mediawet 2008.]
Artikel Ia
[Wijzigt de Mediawet 2008.]
Artikel II
De omroepverenigingen waaraan in 2005 een erkenning als bedoeld in artikel 31 van de Mediawet of een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 37 van die wet is verleend, worden in het kader van een aanvraag om verlening van een erkenning als bedoeld in artikel 2.24 van de Mediawet 2008 voor de erkenningperiode 2010–2015 beoordeeld overeenkomstig de bepalingen van de Mediawet 2008 , zoals die luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
Artikel III
De leden van het bestuur van de Nederlandse Programma Stichting, bedoeld in artikel 2.36 van de Mediawet 2008, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, zijn met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet lid van de eerste raad van toezicht van de Nederlandse Programma Stichting, bedoeld in artikel 2.36 van de Mediawet 2008, zoals dat artikel luidt op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, voor het resterende gedeelte van hun benoemingstermijn.
1.
In afwijking van artikel 2.19, tweede lid, van de Mediawet 2008 geldt de concessie voor de Stichting Nederlandse Publieke Omroep, genoemd in artikel 2.2 van die wet, die aanvangt na de concessie voor de periode 2005–2010, voor tien jaar en vier maanden.
2.
In afwijking van artikel 2.19, derde lid, van de Mediawet 2008 bestaat de concessieperiode die aanvangt na de concessieperiode 2000–2010, uit een periode van vijf jaar en vier maanden en een periode van vijf jaar.
3.
In afwijking van artikel 2.29, eerste lid, van de Mediawet 2008 geldt de erkenning of de voorlopige erkenning voor de omroepverenigingen, bedoeld in artikel 2.24 van die wet, en voor de instelling, bedoeld in artikel 2.28 van die wet, die aanvangt na de erkenningperiode 2005–2010, voor vijf jaar en vier maanden.
4.
In afwijking van artikel 2.43, eerste lid, van de Mediawet 2008 geldt de aanwijzing van de kerkgenootschappen en de genootschappen op geestelijke grondslag, bedoeld in artikel 2.42 van die wet, die aanvangt na de aanwijzingsperiode 2005–2010, voor vijf jaar en vier maanden.
Artikel V
Indien deze wet na 31 juli 2009 in werking treedt, worden de aanvragen om verlening van een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.24 van de Mediawet 2008 beoordeeld overeenkomstig de bepalingen van de Mediawet 2008 , zoals die luidden op 31 juli 2009.
Artikel VI
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld met dien verstande dat artikel Ia in werking treedt twee jaar na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 2 juli 2009
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ,
Uitgegeven de zestiende juli 2009
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel Ia
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht