Wet van 6 november 2013 tot wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de landelijke publieke omroep efficiënter kan opereren als omroepverenigingen daarin hun krachten bundelen, dat erkende omroepverenigingen van zins zijn daarop hun organisaties in te richten en dat voor het realiseren van een dergelijk, slagvaardiger bestel wijziging noodzakelijk is van onder meer de wettelijke voorschriften die de organisatie en financiering van landelijke publieke media-instellingen betreffen en dat ook overigens, wat betreft de voorlopige erkende omroepverenigingen op doelmatigheid gerichte voorzieningen worden mogelijk gemaakt, en ten slotte dat het wettelijke regime van zendgemachtigde kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag vervalt;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Mediawet 2008.]
Artikel II
[Wijzigt de Mediawet 2008.]
1.
[Wijzigt deze wet.]
2.
[Wijzigt de Wijzigingswet Mediawet 2008, enz. (aanpassing rijksmediabijdrage, beëindiging wettelijke taken Stichting Radio Nederland Wereldomroep en aanpassingen van meer technische aard).]
Artikel III
Artikel I met uitzondering van de onderdelen A, aanhef en onder 1 en 2, F, O, U, aanhef en onder 3, X tot en met Z, AA, aanhef en onder 1, BB, aanhef en onder 1, DD, aanhef en onder 2, LL tot en met NN, QQ en RR, CCC, DDD, aanhef en onder 1, EEE, aanhef en onder 4, 5 en 7, GGG, KKK, aanhef en onder 2, MMM, aanhef en onder 1, NNN, SSS tot en met UUU, YYY tot en met BBBB, EEEE, FFFF, aanhef en onder 2, IIII en LLLL, aanhef en afdeling 9.2.2 tot en met 9.2.4 en 9.2.6, is voor het eerst van toepassing op de organisatie van de landelijke publieke mediadienst, de erkenningverlening, de vaststelling van uren programma-aanbod en de bekostiging voor de erkenningperiode die loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020.
1.
Deze wet treedt met uitzondering van artikel I, onderdeel LLLL wat betreft afdeling 9.2.8, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.
Artikel I, onderdeel LLLL wat betreft afdeling 9.2.8, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
Wassenaar, 6 november 2013
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Uitgegeven de vijftiende november 2013
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel IIa
Artikel III
Artikel IV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht