Wet van 23 december 1994, houdende wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met het beperken van de duur waarvoor concessies voor omroepverenigingen, zendtijdtoewijzingen voor kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag en toestemmingen voor commerciele omroepinstellingen kunnen worden verleend, tot een periode van vijf jaren
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de duur waarvoor concessies voor omroepverenigingen, zendtijdtoewijzingen voor kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag en toestemmingen voor commerciële omroepinstellingen kunnen worden verleend, tot een periode van vijf jaren te beperken en in verband daarmee enige wijzigingen in de Mediawet aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel II
Ingeval Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet aan omroepverenigingen concessies voor landelijke omroep als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Mediawet heeft verleend voor een periode van tien jaren, worden deze concessies met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet van rechtswege omgezet in concessies voor een periode van vijf jaren.
Artikel III
Ingeval het Commissariaat voor de Media vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet aan kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag zendtijd voor landelijke omroep als bedoeld in artikel 39 f , eerste lid, van de Mediawet heeft toegewezen voor een periode van tien jaren, wordt deze zendtijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet van rechtswege omgezet in zendtijd voor een periode van vijf jaren.
Artikel IV
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 23 december 1994
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
Uitgegeven de negenentwintigste december 1994
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht