Wet van 6 juni 2011 tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met de modernisering van de monumentenzorg
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de monumentenzorg te moderniseren en daarom onder meer de aanwijzingsmogelijkheden van beschermde monumenten aan te passen, subsidieverstrekking in verband met herbestemming van onroerende monumenten mogelijk te maken en bij eenvoudige ingrepen de vergunningverlening bij beschermde monumenten te vereenvoudigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Monumentenwet 1988.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.]
1.
Aanvragen om een aanwijzing als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Monumentenwet 1988, zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet alsmede bezwaar- en beroepschriften tegen een besluit op grond van deze aanvragen, worden afgehandeld overeenkomstig de Monumentenwet 1988 , zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
2.
Aanvragen om een omgevingsvergunning die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die ingediend zijn voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet worden afgehandeld overeenkomstig de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht , zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
Artikel IV
[Wijzigt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.]
1.
De artikelen van deze wet, met uitzondering van artikel II, onderdeel D, treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.
Artikel II, onderdeel D, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 oktober 2010.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 6 juni 2011
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
Uitgegeven de dertigste juni 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht