Wet van 13 december 2000 tot wijziging van de regeling in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het naamrecht, de voorkoming van schijnhuwelijken en het tijdstip van de totstandkoming van de scheiding van tafel en bed alsmede van enige andere wetten
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regeling in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten met betrekking tot het naamrecht, de voorkoming van schijnhuwelijken, het tijdstip van de totstandkoming van scheiding van tafel en bed en enkele andere onderwerpen te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze;
Artikel I
[Wijzigt Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.]
Artikel II
[Wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.]
Artikel III
[Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.]
Artikel IV
[Wijzigt de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.]
Artikel V
[Wijzigt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.]
Artikel VI
Op een beslissing tot scheiding van tafel en bed dan wel op een beƫindiging van een scheiding van tafel en bed van rechtswege door verzoening van de echtgenoten die voor het tijdstip van het in werking treden van artikel I, onderdeel K, kon worden ingeschreven in het in artikel 116 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek aangewezen huwelijksgoederenregister, maar daarin niet ingeschreven is, blijven artikel 173, onderscheidenlijk de artikelen 177 en 179, eerste lid, tweede volzin, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze tot aan het bedoelde tijdstip golden, van toepassing. Voor het tijdstip van totstandkoming van de scheiding van tafel en bed wordt in zodanig geval ook voortaan van het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke beslissing uitgegaan.
Artikel VII
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 13 december 2000
De Staatssecretaris van Justitie,
Uitgegeven de elfde januari 2001
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht