Wet van 30 september 2015 tot wijziging van de Spoorwegwet en enige andere wetten in verband met de implementatie van richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/32)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de Spoorwegwet en enige andere wetten te wijzigen ter implementatie van richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/32);
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Spoorwegwet.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet personenvervoer 2000.]
Artikel III
[Wijzigt de Wet lokaal spoor.]
Artikel IV
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel V
[Wijzigt de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt.]
Artikel VA
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
1.
Er kan een verhoging, korting, aftrek, bijtelling of gebruiksvergoeding als bedoeld in artikel 62, derde, vierde, vijfde of zesde lid, van de Spoorwegwet zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, worden overeengekomen, mits die in de netverklaring als bedoeld in artikel 58 van de Spoorwegwet is opgenomen, tot het tijdstip waarop voor het desbetreffende onderwerp op grond van artikel 62, zesde lid, van de Spoorwegwet vastgestelde regels in werking zijn getreden.
2.
De in het eerste lid bedoelde vergoedingen voldoen aan de artikelen 32 tot en met 37 en 51, eerste lid, van richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PbEU 2012, L 343/32) juncto artikel 62, eerste lid, van de Spoorwegwet.
Artikel VI
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
Wassenaar, 30 september 2015
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
Uitgegeven de vijftiende oktober 2015
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VA
Artikel VB
Artikel VI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht