Wet van 7 april 2011 tot wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (wettelijke grondslag verschillende waardering energieprestaties huurwoningen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is een wettelijke grondslag te creëren voor het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels omtrent de waardering van de energieprestatie van huurwoningen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.]
Artikel aIa
In de artikelen IA tot en met IE wordt verstaan onder:
a. huurcommissie: huurcommissie als bedoeld in artikel 3a van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte;
b. huurprijs: huurprijs als bedoeld in artikel 7: 237, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek;
c. zelfstandige woning: zelfstandige woning als bedoeld in artikel 7: 234 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel Ia
De op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Aa, van deze wet bij de huurcommissie aanhangige verzoeken als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, zoals dat lid laatstelijk luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Aa, van deze wet, worden behandeld met toepassing van dat lid, zoals dat laatstelijk luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Aa, van deze wet.
Artikel Ie
De artikelen IB, IC en ID van deze wet vervallen met ingang van 1 januari 2014, met dien verstande dat:
a. artikel IC van toepassing blijft op voorstellen tot verlaging van de huurprijs met een datum van ingang voor 1 januari 2014;
b. artikel ID van toepassing blijft op uitspraken van de huurcommissie of van de rechter die leiden tot een datum van ingang van de in rekening te brengen lagere huurprijs voor 1 januari 2014.
Artikel If
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt binnen drie jaar na de datum, genoemd in artikel IE, en vervolgens telkens na drie jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de op grond van artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte gegeven regels omtrent de energieprestatie van de woonruimte, zoals die komen te luiden na de inwerkingtreding van deze wet.
Artikel II
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 7 april 2011
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Uitgegeven de zevenentwintigste april 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel aIa
Artikel Ia
Artikel Ib
Artikel Ic
Artikel Id
Artikel Ie
Artikel If
Artikel II
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht