Wet van 20 december 1996 tot wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1997)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in het kader van het belastingplan 1997 de werkgelegenheid te bevorderen, het inkomens-, energie-, cultuur- en verkeers- en vervoersbeleid te ondersteunen, de tabaksaccijns te verhogen en het niveau van het huurwaardeforfait vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
[Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964.]
ARTIKEL II
[Wijzigt de Wet van 15 december 1995, Stb. 642, houdende wijziging van enige belastingwetten (belastingplan 1996).]
ARTIKEL III
[Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.]
ARTIKEL IV
[Wijzigt de Wet van 15 december 1995, Stb. 642, houdende wijziging van enige belastingwetten (belastingplan 1996).]
ARTIKEL V
[Wijzigt de Successiewet 1956.]
ARTIKEL VI
[Wijzigt de Wet op de accijns.]
ARTIKEL VII [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en beperkingen kan, met het oog op het verminderen van onwenselijke grenseffecten als gevolg van het verschil in accijnsniveaus dat voortvloeit uit de in artikel VI bedoelde verhoging, tijdelijk een voorziening worden getroffen ter vermindering van dit verschil met betrekking tot de accijns voor lichte olie die is afgeleverd binnen een bij die regeling vast te stellen aan het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland grenzende zone.
ARTIKEL VIII
[Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.]
ARTIKEL IX
[Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.]
1.
De accijns van sigaretten wordt met ingang van 1 februari 1997, met ingang van 1 januari 1998 en met ingang van 1 januari 1999 zodanig verhoogd dat de totale accijns voor de meest gevraagde prijsklasse sigaretten met ingang van:
1 februari 1997 f 140,52 per 1000 stuks bedraagt;
1 januari 1998 f 146,52 per 1000 stuks bedraagt;
1 januari 1999 f 152,52 per 1000 stuks bedraagt.
Indien op vorengenoemde tijdstippen het daarbij vermelde bedrag lager is dan het bedrag dat overeenkomt met 57 percent van de kleinhandelsprijs van de meest gevraagde prijsklasse sigaretten, berekend per 1000 stuks, op dat tijdstip, geldt het laatstbedoelde bedrag.
2.
De accijns van rooktabak wordt met ingang van 1 februari 1997, met ingang van 1 januari 1998 en met ingang van 1 januari 1999 zodanig verhoogd dat de totale accijns voor de meest gevraagde prijsklasse rooktabak met ingang van:
1 februari 1997 f 58,28 per kilogram bedraagt;
1 januari 1998 f 61,28 per kilogram bedraagt;
1 januari 1999 f 64,28 per kilogram bedraagt.
3.
Bij ministeriële regeling worden telkens met ingang van de in het eerste en tweede lid genoemde tijdstippen de tarieven van de accijns, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel b , onderscheidenlijk onderdeel c , van de Wet op de accijns , aangepast. De aanpassing geschiedt zodanig, dat voor rooktabak en sigaretten van de meest gevraagde prijsklasse het specifieke gedeelte van de accijns 50 percent bedraagt van de som van de totale accijns en de omzetbelasting. Daarbij dient het bedrag van de totale accijns gelijk te blijven aan het bedrag van de totale accijns dat na de verhoging van de accijns verschuldigd zou zijn zonder de aanpassing. Bij de aanpassing vindt afronding plaats van het specifieke gedeelte van de accijns op een veelvoud van vijf centen en van het procentuele gedeelte van de accijns op honderdsten van een percent.
ARTIKEL XI
[Wijzigt de Invoeringswet Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.]
1.
In afwijking van artikel 83 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 vindt de tariefwijziging van artikel VIII toepassing vanaf het tijdstip waarop dat artikel in werking treedt.
2.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van het eerste lid.
ARTIKEL XIII
[Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.]
ARTIKEL XIV
[Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.]
ARTIKEL XV
[Wijzigt de Douanewet.]
ARTIKEL XVI
[Wijzigt de Wet energiedistributie.]
ARTIKEL XVII
[Wijzigt de Wijzigingswet belastingwetten herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Wet op de dividendbelasting 1965. ]
ARTIKEL XVIII
[Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de vennootschapsbelasting 1969 ivm tegengaan uitholling belastinggrondslag en versterken fiscale infrastructuur. ]
ARTIKEL XIX
[Wijzigt de Aanpassingswet Wet waardering onroerende zaken. ]
ARTIKEL XX
[Wijzigt deze wet.]
1.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997, met uitzondering van de artikelen VI, VIII, IX en XII, die in werking treden met ingang van 1 juli 1997 en artikel VII dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip.
2.
Artikel I, onderdelen F en K, treedt in werking mits het bij koninklijke boodschap van 28 september 1996 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Gemeentewet , de Waterschapswet , de Wet op de inkomstenbelasting 1964, de Wet op de vermogensbelasting 1964, de Algemene wet inzake rijksbelastingen , alsmede de Wet waardering onroerende zaken ( Aanpassingswet Wet waardering onroerende zaken ) tot wet wordt verheven en het in dat wetsvoorstel opgenomen artikel III eveneens in werking treedt met ingang van 1 januari 1997.
3.
Artikel XIII, onderdelen A, H, K.2., L.2. en N, werkt terug tot en met 1 januari 1996.
4.
Indien het bij koninklijke boodschap van 20 juni 1991 ingediende voorstel van wet houdende regels op het gebied van de distributie van elektriciteit, gas en warmte ( Wet energiedistributie ), 22 160, tot wet wordt verheven op een tijdstip dat is gelegen vóór 1 januari 1997, werkt artikel XVI terug tot en met dat tijdstip. Indien het in de eerste volzin bedoelde voorstel van wet tot wet wordt verheven op een tijdstip dat is gelegen op of na 1 januari 1997, treedt artikel XVI in werking op dat tijdstip.
5.
De artikelen I en III vinden toepassing nadat artikel 66 b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 1997 is toegepast.
6.
Artikel 66 e van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 vindt voor het eerst toepassing bij het begin van het kalenderjaar 1998, met dien verstande dat de vervanging van de in artikel 42 a van genoemde wet vermelde percentages en bedragen voor het eerst plaatsvindt en gevolgen heeft bij het begin van het kalenderjaar 2001.
7.
Artikel 30 a van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen vindt voor het eerst toepassing bij het begin van het kalenderjaar 1998.
8.
Artikel 32, eerste lid, onderdeel 11 °, artikel 33, eerste lid, onderdeel 13 ° en artikel 67, derde lid, van de Successiewet 1956 vinden slechts toepassing indien het overlijden, de schenking, de in artikel 45 , derde lid, tweede volzin, of artikel 53, eerste lid, van de Successiewet 1956 bedoelde gebeurtenis op of na het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet plaatsvindt, zomede indien op of na dat tijdstip krachtens schenking wordt verkregen ten gevolge van de vervulling van een voorwaarde. Artikel 61, eerste lid, onderdelen 1° en 4° en tweede lid, onderdeel d en slot, blijven van kracht zoals zij luidden voor de inwerkingtreding van deze wet, indien het overlijden, de schenking of de in de vorige volzin genoemde gebeurtenissen plaats hebben gevonden voor dat tijdstip.
9.
Voor de toepassing van artikel 11, eerste lid, eerste volzin, onder b , van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 worden voorts niet tot de bedrijfsmiddelen gerekend, bedrijfsmiddelen ter zake waarvan voor 1 januari 1997 door een natuurlijke persoon of lichaam verplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt en welke daarna door de belastingplichtige zijn verworven en bestemd zijn om – direct of indirect – hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan de persoon die of het lichaam dat voor 1 januari 1997 verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt, dan wel aan een natuurlijk persoon of lichaam waartoe degene die voor 1 januari 1997 verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in een verhouding staat als is omschreven in het achtste lid van voornoemd artikel 11 of in artikel 8, tweede lid, onderdeel b of onderdeel c , van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 20 december 1996
De Minister van Financiën,
De Staatssecretaris van Financiën,
Uitgegeven drieëntwintigste december 1996
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
ARTIKEL VI
ARTIKEL VII
ARTIKEL VIII
ARTIKEL IX
ARTIKEL X
ARTIKEL XI
ARTIKEL XII
ARTIKEL XIII
ARTIKEL XIV
ARTIKEL XV
ARTIKEL XVI
ARTIKEL XVII
ARTIKEL XVIII
ARTIKEL XIX
ARTIKEL XX
ARTIKEL XXI
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht