Wet van 1 december 2005, houdende wijziging van enkele belastingwetten in verband met een herziening van de behandeling van de omzetting en kwijtschelding van afgewaardeerde vorderingen en een aanpassing van de regeling voor afwaarderingsverliezen van deelnemingen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met in de praktijk gesignaleerde knelpunten wenselijk is de bepaling op grond waarvan conversiewinst wordt betrokken in de vennootschapsbelasting te laten vervallen, dat het in verband daarmee wenselijk is maatregelen te treffen welke dubbele verliesverrekening in de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting beogen tegen te gaan en dat de regeling voor afwaarderingsverliezen van deelnemingen aanpassing behoeft;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.]
Artikel III
[Wijzigt de Wet ondernemerspakket 2001.]
Artikel IV
Artikel 13b en artikel 13ba van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 alsmede artikel 3.98a van de Wet Inkomstenbelasting 2001 blijven met betrekking tot een schuldvordering buiten toepassing voor zover met betrekking tot de met die schuldvordering corresponderende schuld reeds op de voet van artikel 12 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van deze wet, een bedrag tot de winst is gerekend.
1.
Indien op de voet van artikel 12 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zoals dat artikel luidde van 1 januari 2001 tot de datum van inwerkingtreding van de onderhavige wet ter zake van een schuld in enig jaar een voordeel tot de winst is gerekend en het belastbare bedrag van dat jaar positief is, wordt op verzoek bij een voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur de aanslag vennootschapsbelasting over dat jaar herzien naar een belastbaar bedrag verminderd met het hiervoor bedoelde voordeel voor zover dit voordeel de som van het verlies dat overigens mocht zijn geleden en de met het jaar te verrekenen verliezen uit het verleden overtreft, doch niet verder dan tot nihil. De eerste volzin is slechts van toepassing voorzover aannemelijk is dat de met de schuld corresponderende schuldvordering niet is afgewaardeerd ten laste van in Nederland belastbare winst of ten laste van in Nederland belastbaar resultaat uit een werkzaamheid. Dit lid vindt toepassing nadat verliezen uit voorgaande jaren zijn verrekend, en voordat verliezen uit volgende jaren achterwaarts worden verrekend; mochten verliezen uit volgende jaren reeds achterwaarts zijn verrekend, vindt tevens herziening van die verrekening plaats. Rechtsmiddelen tegen de in de eerste volzin bedoelde beschikking kunnen uitsluitend betrekking hebben op de toepassing van dit artikel.
2.
Voorzover de belastingplichtige aantoont dat bij de berekening van de winst over het in het eerste lid bedoelde jaar met betrekking tot een deelneming een afwaarderingsverlies als bedoeld in artikel 13ca van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in aanmerking is genomen, wordt met betrekking tot die deelneming een voordeel uit hoofde van artikel 13ca, derde tot en met vijfde lid, zoals die leden luidden op 31 december 2005, in afwijking van die leden bij het bepalen van de winst niet in aanmerking genomen, doch ten hoogste tot het bedrag waarmee het belastbare bedrag op de voet van het eerste lid meer zou zijn verminderd ingeval geen of minder afwaarderingsverlies in aanmerking zou zijn genomen.
3.
Voorzover de belastingplichtige aantoont dat met de belastbare winst over het in het eerste lid bedoelde jaar een verlies van een voorafgaand jaar is verrekend waarbij de omvang van dat verlies mede is voortgekomen uit een afwaarderingsverlies op een deelneming als bedoeld in artikel 13ca van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en met betrekking tot de aanslag van dat jaar een herziening volgens het eerste lid toepassing heeft gevonden, wordt met betrekking tot die deelneming een voordeel uit hoofde van artikel 13ca, derde tot en met vijfde lid, zoals die leden luidden op 31 december 2005, in afwijking van die leden bij het bepalen van de winst niet in aanmerking genomen, doch ten hoogste tot het verlies dat met de belastbare winst van het desbetreffende jaar op de voet van Hoofdstuk IV van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is verrekend en voorts slechts voorzover het aldus verrekende verlies voortkomt uit het hiervoor bedoelde afwaarderingsverlies.
4.
Indien op de voet van artikel 12 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zoals dat artikel luidde van 1 januari 2001 tot de datum van inwerkingtreding van de onderhavige wet ter zake van een schuld in enig jaar een voordeel tot de winst is gerekend en het belastbare bedrag van dat jaar nihil bedraagt doch de belastingplichtige aantoont dat het belastbare bedrag positief zou zijn geweest als bij de berekening van de winst over dat jaar met betrekking tot een deelneming niet een afwaarderingsverlies als bedoeld in artikel 13ca van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in aanmerking was genomen, wordt met betrekking tot die deelneming een voordeel uit hoofde van artikel 13ca, derde tot en met vijfde lid, zoals die leden luidden op 31 december 2005, in afwijking van die leden bij het bepalen van de winst niet in aanmerking genomen, doch ten hoogste tot het bedrag waarmee het belastbare bedrag op de voet van het eerste lid zou zijn verminderd als in het desbetreffende jaar bedoeld afwaarderingsverlies niet in aanmerking was genomen.
5.
Indien de belastingplichtige aantoont dat in het jaar van toepassing van artikel 12 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 zoals dat artikel luidde van 1 januari 2001 tot de datum van inwerkingtreding van de onderhavige wet met de belastbare winst een verlies van een voorafgaand jaar is verrekend waarbij de omvang van dat verlies mede is voortgekomen uit een afwaarderingsverlies op een deelneming als bedoeld in artikel 13ca van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de belastingplichtige aantoont dat het belastbare bedrag in dat jaar positief zou zijn geweest als die verrekening niet had plaatsgevonden, wordt met betrekking tot die deelneming een voordeel uit hoofde van artikel 13ca, derde tot en met vijfde lid, zoals die leden luidden op 31 december 2005, in afwijking van die leden bij het bepalen van de winst niet in aanmerking genomen, doch ten hoogste tot het bedrag waarmee het belastbare bedrag op de voet van het eerste lid zou zijn verminderd als die verrekening niet had plaatsgevonden, en voorts slechts voorzover het verrekende verlies voortkomt uit het hiervoor bedoelde afwaarderingsverlies.
6.
Ingeval de belastingplichtige in het jaar waarin artikel 12 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 ter zake van een schuld toepassing vindt deel uitmaakt van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 15 van die wet, zijn de voorgaande leden niet van toepassing, behoudens voorzover aannemelijk is dat de belastingplichtige eveneens recht zou hebben gehad op de in die leden geregelde tegemoetkomingen, als de belastingplichtige geen deel zou hebben uitgemaakt van een fiscale eenheid.
7.
Ingeval de belastingplichtige voorafgaand aan het jaar waarin artikel 12 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 ter zake van een schuld toepassing vindt deel heeft uitgemaakt van een fiscale eenheid en er tussen het ontvoegingstijdstip en het jaar van de toepassing van artikel 12 minder dan 6 jaren zijn verstreken, zijn de voorgaande leden eveneens niet van toepassing, behoudens voorzover aannemelijk is dat de belastingplichtige eveneens recht zou hebben gehad op de in die leden geregelde tegemoetkomingen als de belastingplichtige geen deel zou hebben uitgemaakt van een fiscale eenheid.
8.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het verlenen van verminderingen ter voorkoming van dubbele belasting in situaties waarin dit artikel van toepassing is.
Artikel VII
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 1 december 2005
De Staatssecretaris van Financiën ,
Uitgegeven de achtste december 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht