Wet van 22 december 1994, houdende wijziging van de Werkloosheidswet en enkele andere wetten (aanscherping referte-eisen WW)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de toetredingsvoorwaarden voor het recht op uitkering ingevolge de Werkloosheidswet te wijzigen en de duur van de vervolguitkering te verlengen, alsmede in de Werkloosheidswet en enkele andere wetten enige andere wijzigingen aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel II
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IV
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel V
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
1.
De door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming gestelde en door het College van toezicht sociale verzekeringen goedgekeurde regels op grond van artikel 17, vijfde lid, van de Werkloosheidswet , zoals deze regels luiden op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, gelden als regels op grond van artikel 17 a , vierde lid, van de Werkloosheidswet die door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming zijn gesteld en door Onze Minister op grond van artikel 116, eerste lid, van die wet zijn goedgekeurd.
2.
De door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming gestelde regels op grond van artikel 16, zevende lid, en 20, zesde lid, van de Werkloosheidswet, zoals deze regels luiden op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, gelden als regels die door het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming zijn gesteld en door Onze Minister zijn goedgekeurd op grond van artikel 116, eerste lid, van de Werkloosheidswet.
Artikel VII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VIII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IX
[Wijzigt deze wet.]
Artikel XI
Na de inwerkingtreding van deze wet berust:
1°. het Besluit verlaagde wekeneis Werkloosheidswet op artikel 17 a , derde lid, van de Werkloosheidswet;
2°. het Besluit gelijkstelling loondagen Werkloosheidswet op artikel 17 b , zevende lid, van de Werkloosheidswet;
1.
Indien de eerste dag van werkloosheid ligt voor de datum waarop de onderdelen A tot en met H, K tot en met W, Y en Z van artikel I van deze wet in werking treden, blijven de artikelen van de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden voor bovenbedoelde datum van toepassing ten aanzien van het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de betaling van de uitkering en de duur en hoogte van de loondervingsuitkering en van de vervolguitkering.
2.
In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 21, 28, 35 a, 35 ben 50, derde en vierde lid, van de Werkloosheidswet, zoals deze luiden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen G, J, L en P, tevens van toepassing op een recht op uitkering waarvan de eerste werkloosheidsdag ligt voor de in het eerste lid bedoelde datum, met dien verstande dat artikel 21, tweede lid, slechts van toepassing is bij gehele eindiging van dat recht op of na deze datum en dat artikel 35 a slechts van toepassing is indien de bedrijfsvereniging de opleiding of scholing noodzakelijk heeft geacht op of na deze datum.
3.
Een recht op uitkering dat ingevolge hoofdstuk II van de Werkloosheidswet is ontstaan voor de in het eerste lid bedoelde datum, wordt voor de toepassing van de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen alsmede voor de toepassing van artikel 24 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid, zoals deze luiden op en na die datum, beschouwd als een recht op uitkering als bedoeld in hoofdstuk IIa van de Werkloosheidswet .
4.
De werknemer die ter zake van werkloosheid waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 maart 1995 slechts recht heeft verkregen op een loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Werkloosheidswet zoals dat artikel luidde voor die datum, en wiens recht op uitkering op of na die datum met toepassing van artikel 52 b , derde lid, van de Werkloosheidswet herleeft, heeft na afloop van de loondervingsuitkering recht op verlenging van de uitkering. De periode waarmee de uitkering wordt verlengd is gelijk aan zes maanden minus de bij herleving resterende duur van de loondervingsuitkering. Gedurende de verlenging is de hoogte van de uitkering gelijk aan de hoogte van de kortdurende uitkering waarop de werknemer recht zou hebben gehad indien artikel 52 b , derde lid, van de Werkloosheidswet, niet van toepassing zou zijn geweest.
5.
Herhaalde toepassing van het vierde lid vindt slechts plaats indien ter zake van sinds de herleving, bedoeld in het vierde lid, verrichte arbeid opnieuw is voldaan aan artikel 52 b , eerste lid , van de Werkloosheidswet. Artikel 17 a van de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.
6.
Indien het recht op uitkering is ontstaan voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel X, van deze wet, blijft artikel 90 van de Werkloosheidswet, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van dit onderdeel van toepassing op de financiering van de uitkering uit een wachtgeldfonds.
7.
Artikel 2, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de artikelen 12 en 21 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid zoals deze luidden op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van de artikelen II, onderdeel A, en IV, onderdelen A en B, blijven van toepassing ten aanzien van de persoon wiens eerste dag van werkloosheid ligt voor de datum van inwerkingtreding van deze onderdelen.
Artikel XIII
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 22 december 1994
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven de negenentwintigste december 1994
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Artikel XII
Artikel XIII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht