Wet van 13 april 2004 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de aanscherping van een aantal voorschriften betreffende de bekostiging van het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om ten aanzien van het beroepsonderwijs, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, en ten aanzien van het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs een aantal voorschriften over de bekostiging aan te scherpen;
dat daartoe onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dienen te worden gewijzigd;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.]
Artikel II
[Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.]
Artikel III
[Wijzigt de Les- en cursusgeldwet.]
Artikel IV
Tot het tijdstip waarop artikel 8.1.1a van de Wet educatie en beroepsonderwijs in werking treedt, geldt voor de toepassing van artikel 2.2.2, eerste lid, onder a, van die wet, dat bij de vaststelling van de instroom van deelnemers en het bepalen van het aantal deelnemers en examendeelnemers dat een diploma heeft behaald, die deelnemers meetellen waarvan naam, adres en woonplaats bij het bevoegd gezag bekend zijn. Het bevoegd gezag is gehouden ter verificatie van die gegevens van de deelnemer te verlangen dat hij een niet langer dan 6 maanden voor het verzoek om verificatie afgegeven gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens als bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van zijn woonplaats overlegt. Verificatie kan achterwege blijven in die gevallen waarin aan de deelnemer een onderwijskaart is verstrekt als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet. Deelnemers die niet zijn opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens tellen alleen mee als zij onderwijs in Nederland volgen en als de instelling de gegevens betreffende naam, adres en woonplaats van de betrokken deelnemer heeft vastgesteld op een wijze vergelijkbaar met hetgeen in de tweede volzin is bepaald.
Artikel V
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor elk van de artikelen en de onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 13 april 2004
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ,
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ,
Uitgegeven de negenentwintigste april 2004
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht