Wet van 29 mei 1991, houdende wijziging van de Wet op de studiefinanciering ertoe strekkend om degenen die, toen zij 27 jaar werden, aanspraak hadden op studiefinanciering, de gelegenheid te geven hun reeds begonnen studie af te maken met studiefinanciering in de vorm van rentedragende lening (heroriëntering studiefinanciering II)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met dekking van de meeruitgaven ter zake van de uitvoering van die wet, wenselijk is in de Wet op de studiefinanciering ( Stb. 1988, 336) de leeftijdsgrens waarop aanspraak kan worden gemaakt op studiefinanciering ingevolge hoofdstuk II van die wet te verlagen tot 27 jaar, waarna de studie kan worden afgerond met studiefinanciering in de vorm van een rentedragende lening, voor zover overigens nog recht op studiefinanciering bestaat;
Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
1.
Degene die over de kalendermaand voorafgaande aan 1 augustus 1991 op grond van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering recht had op studiefinanciering wegens het volgen van een studie, valt, totdat hij na het bereiken van de leeftijd van 27 jaren die studie voltooit dan wel staakt, onder de bepalingen van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering zoals die golden voor die datum, zolang hij nog steeds diezelfde studie volgt.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op studerenden die in de kalendermaand, voorafgaande aan 1 augustus 1991, op grond van artikel 10, derde lid, niet als studerende werden beschouwd, dan wel op studerenden die in de kalendermaand, voorafgaande aan 1 augustus 1991, wegens bijzondere familieomstandigheden niet waren ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in artikel 9. Het bestaan van de bijzondere familie omstandigheden dient te worden aangetoond door middel van een gedagtekende verklaring van een studentendecaan als bedoeld in artikel 42 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs en als bedoeld in artikel 52 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs dan wel een schooldecaan.
Artikel III
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IV
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 1991, met uitzondering van artikel I, onderdelen F en G, tweede lid, dat in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, doch niet eerder dan 1 januari 1992.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 29 mei 1991
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Uitgegeven de elfde juni 1991
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht