Wet van 3 juli 2008 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 november 2005 betreffende herverzekering en houdende wijziging van Richtlijnen 73/239/EEG en 92/49/EEG van de Raad en van Richtlijnen 98/78/EG en 2002/83/EG (PbEU L 323)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is uitvoering te geven aan Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 november 2005 betreffende herverzekering en houdende wijziging van Richtlijnen 73/239/EEG en 92/49/EEG van de Raad en van Richtlijnen 98/78/EG en 2002/83/EG (PbEG L 323), teneinde regels te stellen met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar en het toezicht op de naleving van die regels;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.]
Artikel II
In de artikelen III tot en met XVIII wordt verstaan onder «de wet»: de Wet op het financieel toezicht .
1.
Een herverzekeraar met zetel in Nederland die zijn bedrijf uitoefende onmiddellijk voorafgaand aan 10 december 2005, verkrijgt op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van rechtswege een vergunning als bedoeld in artikel 2:26a, eerste lid, van de wet voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar in de activiteit waarin hij zijn bedrijf op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet uitoefent.
2.
De herverzekeraar legt binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze wet gegevens aan de Nederlandsche Bank over waaruit blijkt dat uiterlijk op 10 december 2008 zal zijn voldaan aan:
a. artikel 3:8 van de wet met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoelde personen;
b. artikel 3:9 van de wet met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen;
c. artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening;
d. artikel 3:15, eerste en tweede lid, van de wet met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten;
e. artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de wet met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
f. artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
g. artikel 3:20 van de wet met betrekking tot de rechtsvorm;
h. artikel 3:36 van de wet met betrekking tot het uitoefenen van een ander bedrijf dan het bedrijf van herverzekeraar;
i. artikel 3:53, eerste tot en met vierde lid, van de wet met betrekking tot het minimum eigen vermogen;
j. artikel 3:57, eerste tot en met vierde lid, van de wet met betrekking tot de solvabiliteit; en
k. artikel 3:70 van de wet met betrekking tot het boekjaar.
3.
De Nederlandsche Bank kan alle in de wet voorziene maatregelen treffen jegens de herverzekeraar, tot 10 december 2008 met uitzondering van:
a. het intrekken van de vergunning uitsluitend vanwege het feit dat de herverzekeraar niet voldoet aan artikel 3:53, eerste, tweede en vierde lid, of artikel 3:57, eerste, derde en vierde lid, van de wet;
b. het geven van een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75 van de wet tot overdracht van de gehele portefeuille uitsluitend vanwege het feit dat de herverzekeraar niet voldoet aan artikel 3:53, eerste, tweede en vierde lid, of artikel 3:57, eerste, derde en vierde lid, van de wet.
4.
De herverzekeraar die overeenkomstig het eerste lid een vergunning heeft, wordt als aanvrager ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 1:107 van de wet. De Nederlandsche Bank haalt deze inschrijving door zodra zij onherroepelijk op de aanvraag heeft beslist.
1.
Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een gekwalificeerde deelneming houdt in een herverzekeraar als bedoeld in artikel III, beschikt vanaf dat tijdstip van rechtswege over een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, van de wet voor die deelneming.
2.
De houder van de gekwalificeerde deelneming legt binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze wet aan de Nederlandsche Bank over:
a. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
b. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de houder van de verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
c. bescheiden waaruit zijn financiële positie en zijn juridische groepsstructuur blijken.
3.
Indien het een gekwalificeerde deelneming betreft als bedoeld in artikel 3:97, eerste lid, van de wet zendt de Nederlandsche Bank de gegevens en bescheiden, vergezeld van haar advies, door aan Onze Minister.
4.
Tot 10 december 2008 kan de Nederlandsche Bank de ingevolge het eerste lid verkregen verklaring van geen bezwaar niet intrekken.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel III, tweede lid, zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de herverzekeraar;
b. een opgave van de naam van de herverzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de herverzekeraar voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, van de wet, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
m. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig legimatiebewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft ; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, aanhef en onderdelen h en m, zijn niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel VI
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel IV, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken;
b. indien van toepassing, een opgave van de aard van de overeenkomsten die de herverzekeraar voornemens is te sluiten met de levensverzekeraars, natura-uitvaartverzekeraars of andere herverzekeraars die levensverzekeringen herverzekeren, van wie hij de overgedragen risico’s accepteert;
c. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de herverzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een andere herverzekeraar overdraagt;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de herverzekeraar beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en
h. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet.
1.
Een herverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat die zijn bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitoefende onmiddellijk voorafgaand aan 10 december 2005 overeenkomstig het recht van de staat van de zetel, verkrijgt op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van rechtswege een vergunning als bedoeld in artikel 2:54a, eerste lid, van de wet voor de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar in de activiteit waarin hij zijn bedrijf op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet uitoefent.
2.
De herverzekeraar legt binnen drie maanden na inwerkingtreding van deze wet gegevens aan de Nederlandsche Bank over waaruit blijkt dat uiterlijk op 10 december 2008 zal zijn voldaan aan:
a. artikel 3:8 van de wet met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoelde personen;
b. artikel 3:9 van de wet met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen;
c. artikel 3:10, eerste en tweede lid, van de wet met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening;
d. artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de wet met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
e. artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
f. artikel 3:20 van de wet met betrekking tot de rechtsvorm;
g. artikel 3:53, eerste tot en met vierde lid, van de wet met betrekking tot het minimum eigen vermogen;
h. artikel 3:57, eerste tot en met vierde lid, van de wet met betrekking tot de solvabiliteit; en
i. artikel 3:70 van de wet met betrekking tot het boekjaar.
3.
De Nederlandsche Bank kan alle in de wet voorziene maatregelen treffen jegens de herverzekeraar, tot 10 december 2008 met uitzondering van:
a. het intrekken van de vergunning uitsluitend vanwege het feit dat de herverzekeraar niet voldoet aan artikel 3:53, eerste, tweede en vierde lid, van de wet; en
b. het geven van een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75 van de wet tot overdracht van de gehele portefeuille uitsluitend vanwege het feit dat de herverzekeraar niet voldoet aan artikel 3:53, eerste, tweede en vierde lid, van de wet.
4.
De herverzekeraar die overeenkomstig het eerste lid een vergunning heeft, wordt als aanvrager ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 1:107 van de wet. De Nederlandsche Bank haalt deze inschrijving door zodra zij onherroepelijk op de aanvraag heeft beslist.
1.
De gegevens, bedoeld in artikel VII, tweede lid, zijn:
a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de herverzekeraar;
b. een opgave van de naam van de herverzekeraar;
c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
d. indien de herverzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
f. een programma van werkzaamheden die de herverzekeraar voornemens is te verrichten;
g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;
h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;
i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, van de wet, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid van de wet blijken; en
m. indien van toepassing:
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel g, zijn:
a. een opgave van de naam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een curriculum vitae;
c. een opgave van de relevante diploma’s;
d. een kopie van een geldig legimatiebewijs; en
e. een opgave van referenten.
3.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft ; en
d. een opgave van referenten.
4.
Het eerste lid, aanhef en onderdelen h en m, zijn niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel IX
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel VIII, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar, bevat het volgende:
a. een opgave van de aard van de risico’s die de herverzekeraar voornemens is te dekken;
b. indien van toepassing, een opgave van de aard van de overeenkomsten die de herverzekeraar voornemens is te sluiten met de levensverzekeraars, natura-uitvaartverzekeraars of andere herverzekeraars die levensverzekeringen herverzekert, van wie hij de overgedragen risico’s accepteert;
c. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van het sluiten van overeenkomsten waarbij de herverzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van premie, op zijn beurt aan een andere herverzekeraar overdraagt;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de herverzekeraar beschikt over de financiële middelen ter dekking daarvan;
e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en provisies;
f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de premies en van de schaden;
g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie; en
h. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet.
Artikel XVII
Wanneer op grond van deze wet de betrouwbaarheid van een persoon is vastgesteld, wordt die vaststelling voor de toepassing van de wet beschouwd als een vaststelling van de betrouwbaarheid ingevolge de wet .
Artikel XVIII
De wet , met uitzondering van het Algemeen Deel, de hoofdstukken 5.1, 5.3 en 5.5 en afdeling 5.4.2, is niet van toepassing op herverzekeraars met zetel in Nederland of herverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet niet langer herverzekeringen sluiten en uitsluitend hun bestaande portefeuille beheren met het oog op de beëindiging van de uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar.
Artikel XVIIIa
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.]
Artikel XIX
[Wijzigt deze wet.]
Artikel XX
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 3 juli 2008
De Minister van Financiën,
Uitgegeven de zesentwintigste augustus 2008
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Artikel XII
Artikel XIII
Artikel XIV
Artikel XV
Artikel XVI
Artikel XVII
Artikel XVIII
Artikel XVIIIa
Artikel XIX
Artikel XX
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht