Wet van 29 september 2011 tot wijziging van de Wet op het notarisambt naar aanleiding van de evaluatie van die wet, alsmede regeling van enkele andere onderwerpen in die wet en wijziging van de Wet op het centraal testamentenregister en van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet op het notarisambt te wijzigen naar aanleiding van de evaluatie van die wet, waaronder de invoering van een nieuwe vorm van algemeen toezicht en andere maatregelen ter bevordering van de integriteit en kwaliteit van het notariaat, en in verband met het van toepassing verklaren van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen op het Bureau Financieel Toezicht, om de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme te wijzigen in verband met de introductie van een wettelijke uitzondering op het notarieel ambtsgeheim ten behoeve van het toezicht op de naleving van die wet, alsmede om de Wet op het centraal testamentenregister te wijzigen in verband met de overdracht van het testamentenregister en om enkele andere onderwerpen in verband met de Wet op het notarisambt te regelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet op het notarisambt.]
Artikel II
[Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderswet.]
Artikel III
[Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.]
Artikel IV
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.]
Artikel V
[Wijzigt de Wet op het centraal testamentenregister.]
Artikel VI
Bij regeling van Onze Minister van Justitie kunnen nadere regels worden gesteld over de indiening en behandeling van verzoeken als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, van de Wet op het notarisambt tot een in die regeling te bepalen tijdstip, dat niet langer dan vijf jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, ligt. In de regeling kan worden afgeweken van de op grond van artikel 30c, tweede lid, juncto artikel 8, vijfde lid, geldende beslistermijn.
1.
Vanaf de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel PP, blijven de kamers van toezicht, als bedoeld in artikel 93 van de Wet op het notarisambt, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel OO, voor een periode van drie maanden bevoegd om de dan nog aanhangige zaken af te doen. Bij afloop van deze termijn worden de kamers van toezicht ontbonden en zijn de voorzitters, plaatsvervangend voorzitters, leden en plaatsvervangend leden van rechtswege ontslagen. De zaken die bij afloop van de termijn nog aanhangig zijn, worden voor verdere behandeling overgedragen aan de kamer voor het notariaat als bedoeld in artikel 94, zoals dat komt te luiden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel PP, gevestigd in het desbetreffende ressort.
2.
Onderzoeken op grond van artikel 96 van de Wet op het notarisambt, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel RR, die op dat moment niet zijn afgerond, worden vanaf dat moment aangemerkt als vooronderzoeken als bedoeld in artikel 99a van de Wet op het notarisambt. Artikel 96, zesde lid, van de Wet op het notarisambt, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel RR, is van overeenkomstige toepassing indien het onderzoek niet is verricht naar aanleiding van een klacht.
3.
De bescheiden van de kamers van toezicht die betrekking hebben op reeds afgeronde onderzoeken die zijn verricht op grond van artikel 96 van de Wet op het notarisambt, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel RR, worden overgedragen aan het Bureau Financieel Toezicht, genoemd in artikel 110 van de Wet op het notarisambt. De bescheiden van de kamers van toezicht die betrekking hebben op het register van notarissen, als bedoeld in de artikelen 3, 5, 10 en 14 van de Wet op het notarisambt, zoals die luidden voor de inwerkingtreding van Artikel I, onderdelen B, D, H en K, de op grond van artikel 4 van de Wet op het notarisambt, zoals dat luide voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, gedeponeerde handtekeningen en parafen, alsmede de bescheiden die betrekking hebben op de registratie van nevenbetrekkingen op grond van artikel 11 van de Wet op het notarisambt, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van Artikel I, onderdeel I, worden overgedragen aan de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, genoemd in artikel 60 van de Wet op het notarisambt. Alle overige bescheiden worden overgedragen aan de kamer voor het notariaat, gevestigd in het desbetreffende ressort. In afwijking van het voorgaande berusten de bescheiden die betrekking hebben op notarissen of kandidaat-notarissen die niet langer in één van deze hoedanigheden werkzaam zijn, bij de rechtbank in het arrondissement waarin de desbetreffende kamer van toezicht was gevestigd. Het in dit lid bepaalde geldt niet voor bescheiden die overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
4.
Op de zaken tegen notarissen en kandidaat-notarissen die op het moment van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel VV, aanhangig zijn bij de kamers van toezicht of het gerechtshof Amsterdam, blijft artikel 103 van de Wet op het notarisambt van toepassing zoals dat luidde voor de inwerkintreding van dat onderdeel en is artikel 103a van de Wet op het notarisambt niet van toepassing.
5.
Indien op het moment van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BBB, zaken tegen notarissen aanhangig zijn als bedoeld artikel 108, tweede lid, van de Wet op het notarisambt, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van dat onderdeel, blijft dat artikel van toepassing op die zaken en is artikel 14, derde lid, onderdeel b, van de Wet op het notarisambt, zoals dat komt te luiden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, niet van toepassing.
6.
Vanaf de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BB, blijven de ringvoorzitters, bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Wet op het notarisambt, bevoegd om te beslissen op de verzoeken die bij hen in behandeling zijn.
7.
Op de gevallen waarin op het moment van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BB, bezwaar- en beroepsprocedures aanhangig zijn met betrekking tot beslissingen van een voorzitter van het bestuur van een ring, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet op het notarisambt, zoals dat tot dat moment luidde, blijft het oude recht van toepassing.
Artikel VIII
Indien de aanwijzing van algemene bewaarplaatsen, bedoeld in artikel 57 van de Wet op het notarisambt, zoals dat komt te luiden na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel DD, de overbrenging van protocollen naar een andere bewaarplaats met zich meebrengt, is dat artikel op de oorspronkelijke bewaarplaats van overeenkomstige toepassing zolang de overbrenging niet is voltooid. Bij voltooiing van de overbrenging beëindigt het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, bedoeld in artikel 64 van de Wet op het notarisambt, de benoeming van de bewaarder en plaatsvervangend bewaarder van de oorspronkelijke bewaarplaats.
1.
Na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel T, berust het Besluit deeltijd notarissen op artikel 29, vierde lid, van de Wet op het notarisambt.
2.
Na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel EEE, berust het Besluit ondernemingsplan notaris op artikel 7, derde lid, van de Wet op het notarisambt.
Artikel X
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 29 september 2011
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Uitgegeven de achtentwintigste oktober 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel VIIIa
Artikel IX
Artikel X
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht