Wet van 27 september 2012 tot wijziging van de Wet veiligheidsregio’s in verband met de oprichting van het Instituut Fysieke Veiligheid en in verband met de volledige regionalisering van de brandweer
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om ten dienste van de veiligheidsregio’s een ondersteuningsorganisatie op te richten, en om te komen tot een volledige regionalisering van de brandweer;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.]
Artikel II
[Wijzigt de Veiligheidswet BES.]
1.
Op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I zijn de personeelsleden in dienst van het Nederlands instituut fysieke veiligheid en het Nederlands bureau brandweerexamens van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van het Instituut Fysieke Veiligheid.
2.
De overgang van de in het eerste lid bedoelde personen vindt plaats met dezelfde rechtspositie als die welke voor elk van hen gold bij het Nederlands instituut fysieke veiligheid en het Nederlands bureau brandweerexamens.
Artikel IV
De administratie en het archief van het Nederlands instituut fysieke veiligheid en het Nederlands bureau brandweerexamens worden van rechtswege overgedragen aan het Instituut Fysieke Veiligheid.
1.
In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij het bestuur van het Nederlands instituut fysieke veiligheid of van het Nederlands bureau brandweerexamens is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel I de voorzitter van het Instituut Fysieke Veiligheid in de plaats van het bestuur van het Nederlands instituut fysieke veiligheid dan wel het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens.
2.
Bij verplichtingen die het bestuur van het Nederlands instituut fysieke veiligheid of van het Nederlands bureau brandweerexamens zijn aangegaan, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel I het bestuur van het Instituut Fysieke Veiligheid in de plaats van het bestuur van het Nederlands instituut fysieke veiligheid of van het Nederlands bureau brandweerexamens.
3.
In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toe gekend aan het bestuur van het Nederlands instituut fysieke veiligheid dan wel aan het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens, treedt het bestuur van het Instituut Fysieke Veiligheid op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in plaats van het bestuur van het Nederlands instituut fysieke veiligheid dan wel het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens.
1.
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente met een gemeentelijke brandweer als bedoeld in artikel 26 van de Wet veiligheidsregio’s besluit de gemeentelijke brandweer op te heffen op een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat is gelegen binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit artikel.
2.
Vanaf het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, voert de door het bestuur van de veiligheidsregio ingestelde brandweer ook in die gemeente de taken, genoemd in artikel 25, eerste lid, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s uit.
3.
Uiterlijk met ingang van 1 januari 2014 wijzigen de deelnemers de regeling, bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s, en treffen het college en het bestuur van de veiligheidsregio overigens de nodige voorzieningen.
Artikel VII
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 27 september 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Uitgegeven de tweede oktober 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht