7.504 artikelen

Zoek naar volledige regelingen artikelen artikel-leden
  1, 2, 3 ... 749, 750, 751   »
Artikel 1, Pandhuiswet 1910     Artikel 1 • 1. Deze wet verstaat onder banken van leening alle inrichtingen, waar gewoonte wordt gemaakt van het in ontvangst nemen van roerende zaken tegen afgifte van geld en het weder afgeven van die zaken tegen ontvangst van geld of andere roerende zaken aan houders van bij de ontvangst van de roerende zaken afgegeven geschreven of andere stukken of andere voorwerpen. • 2. He... BWBR0001880
Artikel 2, Pandhuiswet 1910     Artikel 2 • 1. In elke gemeente, waarin aan een gemeentelijke bank van leening genoegzame behoefte bestaat, wordt zoodanige bank opgericht. • 2. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd, burgemeester en wethouders gehoord, om zoo zij oordeelen, dat een gemeente nalatig is in het nakomen van de in het vorige lid bedoelde verplichting, de oprichting te bevelen. BWBR0001880
Artikel 3, Pandhuiswet 1910     Artikel 3 • 1. Een gemeentelijke bank van leening wordt opgericht en opgeheven bij besluit van burgemeester en wethouders. Een besluit tot opheffing van een gemeentelijke bank van leening wordt onderworpen aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. • 2. Burgemeester en wethouders stellen een reglement vast voor de gemeentelijke bank van leening. Het reglement en wijzigingen daar... BWBR0001880
Artikel 4, Pandhuiswet 1910     Artikel 4 • 1. In het reglement van een gemeentelijke bank van leening wordt, behalve hetgeen burgemeester en wethouders daarin verder wensen vast te stellen, geregeld: • 1°. het bestuur en het beheer van de bank, benevens benoeming, schorsing, ontslag, bezoldiging, werkkring en aansprakelijkheid van de ambtenaren en bedienden; • 2°. de inrichting en de wijze van bijhoud... BWBR0001880
Artikel 5, Pandhuiswet 1910     Artikel 5 In het reglement wordt bepaald: • 1°. dat de bank op Zondagen en algemeen erkende Christelijke feestdagen gesloten is; • 2°. dat van kinderen, die kenlijk den leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, en van personen, in kenlijken staat van dronkenschap, panden of gelden niet worden aangenomen en aan die kinderen en personen panden of gelden niet worden verst... BWBR0001880
Artikel 6, Pandhuiswet 1910     Artikel 6 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, een of meer van de in art. 4 genoemde onderwerpen, betreffende de ambtenaren van de bank, te regelen bij een of meer afzonderlijke reglementen. Met betrekking tot zoodanig reglement is van toepassing het bepaalde in art. 3, lid 2 en 3 . BWBR0001880
Artikel 7, Pandhuiswet 1910     Artikel 7 Indien hetgeen ingevolge het reglement ter zake van een beleening op een pandbewijs is vermeld niet overeenstemt met hetgeen te dier zake in het register is ingeschreven, beslist de inhoud van het pandbewijs, zoolang niet de valschheid of de vervalsching van het pandbewijs is bewezen. BWBR0001880
Artikel 8, Pandhuiswet 1910     Artikel 8 • 1. Hetgeen de opbrengst van een pand meer bedraagt dan de beleensom en hetgeen ter zake van de beleening verschuldigd is, wordt aan den rechthebbende uitgekeerd, indien deze een daartoe strekkend verzoek doet binnen den in het reglement bepaalden termijn na den verkoop. Bij gebreke van tijdig verzoek vervalt dat bedrag aan de bank. • 2. Het op een pand geleden verlies... BWBR0001880
Artikel 9, Pandhuiswet 1910     Artikel 9 De bank is, behoudens het bepaalde in art. 11, verplicht de panden tot de lossing of den verkoop te bewaren. BWBR0001880
Artikel 10, Pandhuiswet 1910     Artikel 10 Indien een pand door brand of diefstal verloren is gegaan, en de panden tegen brand- of diefstalschade zijn verzekerd, wordt hetgeen de krachtens de verzekering te vorderen vergoeding meer bedraagt dan de beleensom en hetgeen ter zake van de beleening verschuldigd is, aan den rechthebbende uitgekeerd, indien deze een daartoe strekkend verzoek doet binnen twaalf maanden na den dag, wa... BWBR0001880
  1, 2, 3 ... 749, 750, 751   »

Verfijn de resultaten op


Wis alle selecties

Soort regeling

Rechtsgebied