1.
Een verzekerde die voor rekening van zijn zorgverzekering bij ministeriƫle regeling aan te wijzen zorg of andere diensten als bedoeld in artikel 11 wenst te genieten, verstrekt aan de persoon of instelling die die zorg of dienst verleent ter inzage een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht, of een ander bij ministeriƫle regeling aan te wijzen document waarmee zijn identiteit kan worden vastgesteld.
2.
Indien het identiteitsbewijs niet onmiddellijk ter inzage kan worden verstrekt, kan de persoon of instelling toestaan dat uiterlijk binnen een termijn van veertien dagen aan deze verplichting wordt voldaan.
3.
De persoon of instelling stelt aan de hand van het ter inzage verstrekte document de identiteit vast van degene aan wie de in het eerste lid bedoelde zorg of dienst wordt verleend, en neemt het met inachtneming van artikel 7 van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg vastgestelde burgerservicenummer van de verzekerde in zijn administratie op.
4.
[Dit lid is nog niet in werking getreden.]
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
+ Hoofdstuk 2. De plicht tot het sluiten van een zorgverzekering
+ Hoofdstuk 3. De inhoud van de zorgverzekering
+ Hoofdstuk 4. De zorgverzekeraars
+ Hoofdstuk 5. Het Zorgverzekeringsfonds, de inkomensafhankelijke bijdrage, de rijksbijdragen en de belasting van gemoedsbezwaarden
+ Hoofdstuk 6. Het Zorginstituut
+ Hoofdstuk 7. Gegevensverstrekking
+ Hoofdstuk 8. Rechtsbescherming
- Hoofdstuk 9. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht