1.
Er is een Zorgverzekeringsfonds.
2.
Ten gunste van het Zorgverzekeringsfonds komen:
a. de inkomensafhankelijke bijdragen, bedoeld in paragraaf 5.2 en de bijdragevervangende belasting, bedoeld in artikel 57, tweede lid;
b. de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 54;
bb. de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 54a;
c. een rijksbijdrage als bedoeld in de artikelen 55 of 56;
d. een bedrag van iedere rekening, bedoeld in artikel 70, gelijk aan:
1°. voor iedere tot een huishouding als bedoeld in artikel 70, tweede lid, behorende gemoedsbezwaarde die alsnog verzekeringsplichtig wordt: het saldo van de rekening gedeeld door het aantal tot de huishouding behorende gemoedsbezwaarden;
2°. indien de rekening met toepassing van artikel 70, zevende lid, wordt opgeheven: het saldo van de rekening;
e. aan het Zorginstituut betaalde bedragen ter gehele of gedeeltelijke voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid;
f. de bestuurlijke boeten, bedoeld in de artikelen 9b en 9c, alsmede de bijdragen en bestuurlijke boeten, bedoeld in artikel 69;
g. met uitzondering van het gedeelte, bedoeld in artikel 18g, vierde lid, de bestuursrechtelijke premies, bedoeld in de artikelen 18d en 18e;
h. de inkomsten die in verband met deze wet voortvloeien uit internationale overeenkomsten;
i. de door de zorgautoriteit van verzekeraars op grond van artikel 83 van de Wet marktordening gezondheidszorg geïnde dwangsommen en de ingevorderde bestuurlijke boeten, bedoeld in de artikelen 86 tot en met 89 van die wet;
k. door zorgaanbieders ingevolge een regel van de zorgautoriteit op grond van artikel 37, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet marktordening gezondheidszorg dan wel op aanwijzing van de zorgautoriteit op grond van artikel 76, tweede lid, van die wet afgedragen bedragen en door de zorgautoriteit van zorgaanbieders op grond van artikel 81, eerste lid, onder c, van die wet ingevorderde bedragen, voor zover die bedragen niet worden afgedragen aan het Fonds langdurige zorg of aan derden.
3.
Ten laste van het Zorgverzekeringsfonds komen:
a. de bijdragen, bedoeld in de artikelen 32, 33, 34 en 34a;
b. [vervallen;]
c. door het Zorginstituut voldane vorderingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid;
d. uitgaven in verband met molest als bedoeld in artikel 55, inclusief vergoedingen als bedoeld in het derde lid van dat artikel;
e. de uitgaven die in verband met deze wet voortvloeien uit internationale overeenkomsten;
g. de door het College zorgverzekeringen op grond van een ministeriële regeling vastgestelde verdeelbedragen, zijnde aan de relevante zorgverzekeraars toegekende delen van de bedragen bedoeld in onderdeel k van het tweede lid.
4.
Uit het Zorgverzekeringsfonds kunnen, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, middelen worden gebruikt voor het vormen en in stand houden van een voor de doelstelling van het fonds noodzakelijke reserve.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
+ Hoofdstuk 2. De plicht tot het sluiten van een zorgverzekering
+ Hoofdstuk 3. De inhoud van de zorgverzekering
+ Hoofdstuk 4. De zorgverzekeraars
- Hoofdstuk 5. Het Zorgverzekeringsfonds, de inkomensafhankelijke bijdrage, de rijksbijdragen en de belasting van gemoedsbezwaarden
+ Hoofdstuk 6. Het Zorginstituut
+ Hoofdstuk 7. Gegevensverstrekking
+ Hoofdstuk 8. Rechtsbescherming
+ Hoofdstuk 9. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht