1.1.1. Inzet strafrecht
Alle handhavingsinspanningen zijn gericht op de naleving van wet- en regelgeving en het bevorderen van compliant gedrag. Hiertoe zijn diverse handhavinginstrumenten beschikbaar, waaronder het strafrecht. De inzet van bestuursrecht of strafrecht wordt bepaald aan de hand van de ernst van het delict en de vraag welk instrument het meest efficiënt en effectief is.
Zo zal het strafrecht worden ingezet ter correctie van die gevallen waarin sprake is van flagrante schendingen van de rechtsorde, waardoor grote schade aan de belangen van burger en staat kunnen ontstaan. Het strafrecht is daarbij onderdeel van de totale handhavingsketen. Maar het strafrecht dient een breder doel. De meerwaarde van het strafrecht zit ook in de normstellende en normbevestigende werking ervan en het preventieve effect dat ervan uitgaat. Door het strafrecht als integraal onderdeel van de handhaving in te zetten kan het benut worden om als totale keten pro-actief op te treden en brede maatschappelijke effecten te sorteren.
In lijn met deze koers zal het strafrecht worden ingezet ter ondersteuning van en in wisselwerking met het toezicht om zo de rechtshandhaving te stimuleren en compliance te bevorderen.
De ATV-richtlijn is geschreven om de inzet van het strafrecht te concentreren op die zaken die een maatschappelijk effect hebben (bijvoorbeeld gevallen waarin de rechtsorde in ernstige mate is geschokt). Deze richtlijn leidt er dus toe dat de fiscale- en douanefraudezaken met minder of geen maatschappelijk effect vaker bestuurlijk zullen worden afgedaan. In deze richtlijn wordt, op grond van de omvang van het fiscaal nadeel, aangegeven of in beginsel voor bestuurlijke – dan wel strafrechtelijke afdoening wordt gekozen. Afhankelijk van de in hoofdstuk 2 beschreven aspecten wordt in het tripartiete overleg (TPO) besloten voor welke afdoening in een concrete zaak wordt gekozen.
Van de richtlijn kan worden afgeweken in geval waarin het van belang is dat de inzet van het strafrecht de bestuurlijke aanpak ondersteunt. Hierbij valt te denken aan bijzondere acties van de BCN, gericht op specifieke groepen belanghebbenden en specifieke acties met betrekking tot bepaalde delicten, bijvoorbeeld de omissiedelicten. Over zulke acties maakt de BCN vooraf afspraken met het Openbaar Ministerie BES om de handhavingsinspanningen op elkaar af te stemmen.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
1.1. Context en uitgangspunten
1.1.1. Inzet strafrecht
1.2. De procedure
1.2.1. De aanmeldingsrichtlijn
1.2.2. Het selectieoverleg
1.2.3. Het tripartiete overleg
1.2.3.1. Transactierichtlijn
1.2.3.2. Vervolgingsrichtlijn
2. Bijzondere aspecten bij de weging van zaken
3. Inwerkingtreding en overgangsbepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht