1.2.1. De aanmeldingsrichtlijn
De aanmeldingsrichtlijn geeft aan in welke gevallen ambtenaren en medewerkers van de BCN vermoedens van een strafbaar feit moeten aanmelden bij hun Directeur en/of een door hem aangewezen functionaris (hierna te noemen de boete-/ fraudecoördinator).De aanmeldingsprocedure
Aanmelding vindt plaats als een drempelbedrag wordt overschreden. Dit is het bedrag dat door de in of over de onderzoeksperiode gepleegde feiten die daartoe strekten, te weinig is of zou zijn geheven indien de aangifte of aanvraag van belanghebbende was gevolgd (hierna: het nadeel).
Indien op grond van onjuiste gegevens in de aangifte een te hoge teruggaaf is verleend, telt die te hoge teruggaaf mee voor het vaststellen van het bedrag van het nadeel. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat voor de omvang van het nadeel ook rekening wordt gehouden met het (te hoog) aangegeven verlies dat in het betreffende (boek)jaar geleden zou zijn.
Criterium voor aanmelding is een nadeel van minimaal $ 20.000, tenzij sprake is van recidive. In dat geval ligt de aanmeldgrens bij een nadeel van minimaal $ 6.000.
De boete-/ fraudecoördinator beoordeelt of voor ten minste het drempelbedrag sprake is van opzet en draagt deze zaken voor in het selectieoverleg. Hierbij geeft de boete-/ fraudecoördinator aan welke aspecten (zie hoofdstuk 2) van belang zijn.
Indien geen sprake is van opzet of het aan opzet te wijten nadeel onder het drempelbedrag blijft, wordt de zaak bestuursrechtelijk afgedaan door de BCN.
Voor wat betreft de douane geldt dat de douaneambtenaren geconstateerde strafbare feiten moeten melden bij hun teamleider. De teamleider stuurt de melding door naar de boete- fraudecoördinator. Na aanmelding worden de meldingen besproken in het selectieoverleg.Omissiedelicten
Ook omissiedelicten worden zoveel mogelijk aangemeld volgens de hiervoor aangegeven criteria.
In de praktijk kan het echter voorkomen dat het nadeel veroorzaakt door een omissiedelict niet of niet voldoende kwantificeerbaar of bepaalbaar is, en dus niet getoetst kan worden aan het drempelbedrag. In dat geval wordt onderscheid gemaakt voor delicten waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd (1) en omissiedelicten waarvoor geen bestuurlijke boete kan worden opgelegd (2).
Ad (1): Een omissiedelict wordt voor strafrechtelijke aanpak aangemeld indien voor het voorafgaande tijdvak bij hetzelfde belastingmiddel eveneens sprake is geweest van schending van hetzelfde wettelijke voorschrift en deze schending bestraft is met een vergrijpboete.
Ad (2): Een omissiedelict wordt alleen voor strafrechtelijke aanpak aangemeld indien de BCN daarbij aantoont dat hij voldoende actie heeft ondernomen om de desbetreffende belastingplichtige/belanghebbende aan te zetten tot het naleven van de wettelijke verplichtingen en deze actie van de BCN niet tot naleving van die verplichtingen heeft geleid. Daartoe moet de BCN belanghebbende/belanghebbende schriftelijk in de gelegenheid hebben gesteld de geschonden verplichting binnen een bepaalde termijn na te leven. Indien belastingplichtige/belanghebbende de verplichting niet binnen de gestelde termijn volledig naleeft kan – indien inzet van het strafrecht passend is met het oog op de aspecten genoemd in hoofdstuk 2 – voor een strafrechtelijke aanpak worden gekozen.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
1.1. Context en uitgangspunten
1.1.1. Inzet strafrecht
1.2. De procedure
1.2.1. De aanmeldingsrichtlijn
1.2.2. Het selectieoverleg
1.2.3. Het tripartiete overleg
1.2.3.1. Transactierichtlijn
1.2.3.2. Vervolgingsrichtlijn
2. Bijzondere aspecten bij de weging van zaken
3. Inwerkingtreding en overgangsbepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht