Let op. Deze wet is vervallen op 1 september 2010. U leest nu de tekst die gold op 31 augustus 2010.

Artikel 1 Aanwijzing TBS bij vreemdelingen

Uitgebreide informatie
1. Strafvordering
Ter beschikking gestelde (hierna: TBS-gestelde) vreemdelingen van wie vaststaat of aannemelijk is dat zij op grond van de Vreemdelingenwet uit Nederland zullen worden verwijderd nadat zij de gevangenisstraf hebben uitgezeten en/of de TBS-maatregel hebben ondergaan, stellen de TBS-klinieken vaak voor grote problemen, met name in de behandelingssfeer. De vreemdelingenstatus oefent in hoge mate invloed uit op de behandelingsmogelijkheden van de betrokken patiënt, terwijl in veel gevallen ook de taal- en cultuurbarrière een factor is die zeer remmend werkt. Een essentieel onderdeel van de behandeling is het geleidelijk toekennen van bewegingsvrijheid (voor zover verantwoord). De verlofmogelijkheden zijn echter voor deze categorie patiënten beperkt zo niet nihil omdat de vluchtgevaarlijkheid in verband met de (nog onzekere) verblijfsstatus in zijn algemeenheid ernstig dient te worden genomen en het verlofbeleid bovendien gericht is op resocialisatie in de Nederlandse samenleving. Aan vreemdelingen van wie definitief vaststaat dat zij Nederland na het einde van de maatregel dienen te verlaten wordt om die reden in het geheel geen verlof verleend, een en ander conform het verlofkader TBS-gestelden. Mede hierdoor loopt de behandeling veelal na kortere of langere tijd vast. De TBS-gestelde raakt in een situatie van ‘bewaring’. Aangezien op deze wijze de delictgevaarlijkheid van betrokkene niet snel geacht zal worden af te nemen, dreigt de terbeschikkingstelling steeds verlengd en daardoor van onbepaalde datum te worden: levenslange TBS. Dit is zeer onwenselijk gezien de hoge kosten, de schaarse behandelcapaciteit en niet in de laatste plaats gelet op het doel van de maatregel zelf. Het OM vordert in deze gevallen in beginsel geen TBS-maatregel en het is daarom van belang het oordeel van de IND over de (toekomstige) verblijfsstatus te vernemen voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting. De vraag of de vreemdeling in Nederland mag blijven na afloop van de TBS-maatregel is niet alleen afhankelijk van de (ingeschatte) duur van de (nog door de rechter op te leggen) voorafgaande gevangenisstraf, maar ook van de duur van de TBS-maatregel zelf. De duur van de TBS-maatregel valt echter niet van te voren aan te geven. In bepaalde gevallen, m.n. bij vreemdelingen met een relatief sterke verblijfsstatus, is het voor de IND dan ook niet mogelijk om over de verblijfsstatus op voorhand een definitieve uitspraak te doen. Een speciale categorie TBS-gestelde vreemdelingen wordt daarbij gevormd door EU-onderdanen. In verblijfsrechtelijke zin hebben zij een sterk bevoorrechte positie ten opzichte van andere vreemdelingen, maar zij kunnen - net als andere TBS-gestelde vreemdelingen - op grond van art. 67 Vreemdelingenwet ongewenst worden verklaard, waarmee het verblijf in Nederland de jure onrechtmatig wordt.
Inhoudsopgave
Achtergrond
1. Strafvordering
2. Uitzetting/overdracht van executie
Samenvatting
Strafvordering
1.1. Inleiding
1.2. Verblijfsrechtelijke positie vreemdeling: rol IND
1.2.1. Zo vroeg mogelijke consultatie IND
1.2.2. Betrokkene verblijft illegaal in Nederland
1.2.3. Betrokkene verblijft legaal in Nederland
1.3. Gevangenisstraf vorderen
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht