5. Dienstbetrekking en inhoudingsplicht
Voor de vaststelling of de Nederlandse universiteit inhoudingsplichtige is voor de loonbelasting alsmede voor de eventuele verdragstoepassing moet worden nagegaan of er sprake is van een dienstbetrekking in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964.
De kwestie of de EU-fellow in dienstbetrekking is van de Nederlandse universiteit komt alleen aan de orde als het geen ambtelijke aanstelling of een (tweezijdig) arbeidscontract betreft maar een aanwezigheids-/gastvrijheidsovereenkomst. In geval van een ambtelijke aanstelling of een arbeidscontract is steeds sprake van een dienstbetrekking. In geval van een aanwezigheids-/gastvrijheidsovereenkomst moet worden nagegaan of er sprake is van een dienstbetrekking, hetzij van publiekrechtelijke, hetzij van privaatrechtelijke aard.
Gelet op de inhoud van de aanwezigheids-/gastvrijheidsovereenkomst ga ik ervan uit dat van een publiekrechtelijke aanstelling geen sprake is. Voor de beoordeling of er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking zijn de volgende drie voorwaarden van belang;
3. er moet een gezagsverhouding aanwezig zijn.
Gelet op de bepalingen in het EU-reglement inzake algemene voorwaarden voor fellowships en gelet op de inhoud van de aanwezigheids-/gastvrijheidsovereenkomst, ben ik van oordeel dat niet alleen aan de eerste twee voorwaarden wordt voldaan, maar ook aan de derde voorwaarde. Ik ga er in dit besluit dan ook van uit dat er in het algemeen sprake is van een echte, privaatrechtelijke dienstbetrekking en dat de Nederlandse universiteit die ter zake van de vergoeding betaalt aan de EU-fellow(s) voor de loonbelasting als inhoudingsplichtige is aan te merken. De universiteit moet derhalve op die vergoeding loonbelasting inhouden, tenzij op grond van een belastingverdrag het heffingsrecht over die vergoeding niet aan Nederland toekomt. In het laatste geval mag de universiteit de inhouding van loonbelasting slechts achterwege laten indien de EU-fellow haar een door de bevoegde inspecteur afgegeven verklaring ex artikel 27, lid 7, van de Wet op de loonbelasting 1964 heeft doen toekomen.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Eu-fellows
3. Belastingheffing
3.1. Uitgangspunten
3.2. De fiscale behandeling van EU-fellows
4. Woonplaats
5. Dienstbetrekking en inhoudingsplicht
6. Vrije vergoeding
7. Verdragstoepassing
7.1. Kwalificatie onder de belastingverdragen in zijn algemeenheid
7.2. Het arbeidsartikel
7.3. Het overheidsartikel
7.4. Het hooglerarenartikel
8. Kwalificatie EU-fellows onder belastingverdragen
8.1. België (1970)
8.2. Denemarken
8.3. Bondsrepubliek Duitsland (BRD)
8.4. Finland
8.5. Frankrijk
8.6. Griekenland
8.7. Groot-Brittannië en Noord-Ierland
8.8. Ierland
8.9. Ijsland
8.10. Italië
8.11. Luxemburg
8.12. Noorwegen
8.13. Oostenrijk
8.14. Portugal
8.15. Spanje
8.16. Zweden
8.17. Bulgarije
8.18. Estland
8.19. Hongarije
8.20. Israël
8.21. Letland
8.22. Litouwen
8.23. Malta
8.24. Polen (1979)
8.25. Roemenië (1998)
8.26. Slowakije
8.27. Tsjechië
8.28. Zwitserland
9. Niet-verdragslanden
10. Datum inwerkingtreding besluit
11. Intrekking besluit
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht