3.4.4. Bestuurlijke informatieverzorging
Inleiding
Dit onderdeel bevat de eindtermen voor het vakgebied Bestuurlijke Informatieverzorging als onderdeel van de theoretische opleiding tot accountant.
Aansluitend bij het zogenoemde ‘hooglerarenoverleg’ wordt het vakgebied aangeduid als Bestuurlijke Informatieverzorging (Nederland) ofwel Accounting Information Systems (internationaal). Deze termen mogen desgewenst worden aangevuld met nadere aanduidingen die per instelling verschillend kunnen zijn. Dit betekent dat aanduidingen als Organisatie van de Informatieverzorging (OIV), Interne Beheersing (IB), Internal Control (IC), Administratieve Organisatie (AO) of combinaties daarvan nog slechts gebruikt zullen worden in samenhang met de term Bestuurlijke Informatieverzorging (Accounting Information Systems).
Om de eindtermen BIV/AIS te beschrijven wordt uitgegaan van een tiental kennisdomeinen die het gehele vakgebied afdekken en wordt een vaste structuur gehanteerd die elk van de kennisdomeinen beschrijft. De volgende kennisdomeinen worden onderscheiden (tussen haakjes staan om de internationale herkenbaarheid zeker te stellen de Engelstalige aanduidingen):
K1: Mensen (People)
K2: Structuren (Structures)
K3: Processen (Processes)
K4: Efficiëntie en effectiviteit van de bedrijfsvoering (Efficiency and Effectiveness of Operations)
K5: Risicomanagement (Enterprise Risk Management)
K6: Informatie- en communicatietechnologie (Information and Communication Technology)
K7: Relevantie van informatie (Relevance of Information)
K8: Betrouwbaarheid van informatie (Reliability of Information)
K9: Bewaking van de activa van organisaties (Safeguarding of Assets)
K10: Naleving van wet- en regelgeving (Compliance with Applicable Laws and Regulations)

De tien kennisdomeinen sluiten aan bij de kennisdomeinen zoals die worden beschreven in de COSO-publicaties over Internal Control en Enterprise Risk Management. Bij het vakgebied BIV staat het aspect bestuurlijke informatie centraal. De tien kennisdomeinen worden derhalve steeds bezien vanuit de optiek van bestuurlijke informatieverzorging, maar kunnen ook bij andere vakgebieden voorkomen.
Schematisch kan dit als volgt worden voorgesteld:
  BIV   MA   IM   Overig  
K1                
K2                
K3                
K4                
K5                
K6                
K7                
K8                
K9                
K10                

De genoemde kennisdomeinen zijn derhalve ook op andere vakgebieden van toepassing. Bij elk van die vakgebieden wordt vanuit een bepaalde invalshoek naar de verschillende kennisdomeinen gekeken. Bij BIV gebeurt dit vanuit de optiek van de bestuurlijke informatieverzorging en de rol hiervan bij de beheersing van organisaties. Hierdoor zullen de accenten op de kennisdomeinen bij het definiëren van curricula verschillend zijn naargelang gesproken wordt over BIV, Management accounting, Informatiemanagement of welk ander vakgebied dan ook waarin de genoemde kennisdomeinen herkenbaar zijn.
Per kennisdomein (K) worden in dit document de scope en de eindtermen beschreven. De scope van het kennisdomein geeft een beknopte beschrijving van het vakgebied voor zover dat door het desbetreffende kennisdomein kan worden afgebakend. De eindtermen geven aan wat een student moet kennen en kunnen nadat hij het hele curriculum heeft doorlopen.K1: Mensen
De factor mens speelt in alle organisaties een dominante rol. Toegespitst op het vakgebied BIV (AIS) zien we dit terug in onder andere de volgende aandachtsgebieden:
o subjectiviteit van oordeelsvorming en dus op specifieke personen afgestemde informatieverzorging;
o het bouwen van gebruikersinterfaces voor een betere mens/machine-interactie rondom geautomatiseerde systemen;
o het beïnvloeden van het gedrag van mensen in organisaties door middel van prestatieprikkels die gebaseerd zijn op de output van het informatiesysteem;
o het beïnvloeden van de kwaliteit van informatieverzorging door de mensen in een organisatie die zich bezighouden met informatieverzorging te beïnvloeden;
o het beïnvloeden van de organisatiecultuur en meer specifiek de controleomgeving als een onderdeel van internal control dat beïnvloed wordt door management controls.
Door de factor mens te introduceren wordt een brug geslagen tussen internal control en management control. Het vakgebied BIV mag zich echter niet volledig op het terrein van management control begeven. Slechts voor zover de gedragsbeïnvloeding zoals bekend uit de management control direct of indirect van toepassing is op de kwaliteit van de informatieverzorging, behoren management controls tot het domein van de BIV.Eindtermen
Nr Onderwerp niveau
1 De wederzijdse beïnvloeding tussen internal control en management control. 1
2 De effecten van prestatieprikkels op de controleomgeving. 1
3 De effecten van maatregelen van interne beheersing op het gedrag van mensen in organisaties en de daaruit voortvloeiende informatiebehoeften en behoefte invloed op de verantwoordingsinformatie uit te oefenen. 2
4 Het belang van de controleomgeving en ethisch gedrag van mensen voor de internal control en frauderisico. 2
5 Een beheersingssysteem beoordelen dat zowel elementen van internal control als elementen van management control in een goede onderlinge balans omvat. 3
K2: Structuren
In de context van het vakgebied BIV hebben structuren betrekking op het organiseren van arbeid bij het uitvoeren van informatieverzorgende processen. Processen kunnen worden geclusterd naar taken, taken naar functies en functies naar organisatorische eenheden. Hieraan liggen bepaalde mechanismen ten grondslag die de efficiëntie en de effectiviteit van de bedrijfsvoering beïnvloeden, alsmede de betrouwbaarheid van de informatie. Er moet een gedegen basiskennis zijn op het terrein van de organisatiekunde en meer specifiek de ontwerpparameters van organisaties, omdat organisaties de randvoorwaarden vormen waarbinnen beheersingssystemen worden ontwikkeld.E2: Eindtermen
Nr Onderwerp niveau
1 De wederzijdse beïnvloeding tussen de organisatiekunde, systemen van interne beheersing en de daarbij passende bestuurlijke informatieverzorging. 1
2 De verschillen tussen controletechnische functiescheiding en arbeidsverdeling. 2
3 De zwakke en sterke punten van bepaalde organisatiestructuren en de betekenis daarvan voor de beheersingssystemen en informatiesystemen van organisaties. 1
4 De relatie tussen organisatiestructuren, informatiebehoeften en informatiestromen. 2
5 De basiskenmerken van een informatiesysteem beschrijven dat aansluit bij de organisatiestructuur van verschillende typen organisaties. 2
6 Een bestuurlijk informatieverzorgingssysteem ontwerpen dat aansluit bij de organisatiestructuur van verschillende typen organisaties. 3
K3: Processen
In de context van het vakgebied BIV zijn de volgende functionele processen van belang:
inkopen (tot en met betaling), opslag, productie, verkopen (tot en met incasso), human resource management, administreren, investeren in vaste activa en geldbeheer.
Onder invloed van allerlei managementmodes zoals business process reengineering (BPR) en de opkomst van organisatiebrede informatiesystemen zoals ERP, kiezen steeds meer organisaties voor het loslaten van functionele processen. In plaats daarvan wordt een geografische, product of marktoriëntatie gekozen. Dit leidt soms tot minder mogelijkheden voor controletechnische functiescheiding (in traditionele zin) en verbandscontroles maar anderzijds tot een betere bedrijfsvoering. Er moet hier een afweging worden gemaakt tussen de mate van procesoriëntatie en de mogelijkheden tot traditionele maatregelen van interne beheersing.E3: Eindtermen
Nr Onderwerp niveau
1 De kenmerken van XBRL en van BPR en de relatie tussen BPR en ERP. 1
2 De gevolgen van BPR voor de interne beheersing en de bijbehorende bestuurlijke informatie. 1
3 De wijze waarop processen kunnen worden ontworpen. 1
4 De relatie tussen standaardprocessen, standaardtypen van organisaties en de bijbehorende informatiebehoeften en informatiestromen. 1
5 De relaties tussen verschillende processen in organisaties beschrijven aan de hand van criteria op het terrein van de interne beheersing en informatiestromen. 2
6 De afweging maken tussen een procesoriëntatie en een traditionele functionele structuur op basis van criteria op het terrein van de interne beheersing. 3
7 Een bestuurlijke informatieverzorging ontwerpen (inclusief de relevante beheersingsmaatregelen) die aansluit bij de processen in organisaties. 3
K4: Efficiëntie en effectiviteit van de bedrijfsvoering
Effectiviteit van de bedrijfsvoering betekent dat de organisatiedoelstellingen worden gehaald. Hierover worden afspraken gemaakt door de organisatiedoelstellingen te kwantificeren. Als deze gekwantificeerde doelstellingen worden gehaald, dan is er sprake van een effectieve bedrijfsvoering. Efficiëntie van de bedrijfsvoering betekent dat de activiteiten in een organisatie om de organisatiedoelstellingen te halen tegen de laagst mogelijke kosten worden uitgevoerd. Wat de laagst mogelijke kosten zijn, is echter in veel gevallen niet bekend, dus worden hierover vaak eveneens afspraken gemaakt in de vorm van procedures en kostendoelstellingen. Als deze procedures worden nageleefd of als deze kostendoelstellingen worden gehaald dan is er sprake van een efficiënte bedrijfsvoering.
Als een organisatiedoelstelling is de kosten te minimaliseren met in acht name van productie- of verkoopdoelstellingen (‘cost leadership stategy’), dan vallen efficiëntie en effectiviteit samen omdat dan verbeteringen van de efficiëntie en de effectiviteit simultaan kunnen worden gerealiseerd. In alle andere gevallen moeten efficiëntie en effectiviteit desalniettemin in onderlinge samenhang worden bekeken omdat er steeds een uitwisseling tussen beide kan plaatsvinden: een hogere gewenste effectiviteit (het doel beter realiseren) moet leiden tot een lagere gewenste efficiëntie (hogere kosten accepteren) en andersom. In essentie gaat het bij efficiëntie en effectiviteit van de bedrijfsvoering om het minimaliseren van het risico dat beslissingen worden genomen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen negatief beïnvloeden.E4: Eindtermen
Nr Onderwerp niveau
1 COSO-ERM model. 1
2 De betekenis van de begrippen efficiëntie en effectiviteit van de bedrijfsvoering. 1
3 De maatregelen van interne beheersing die bijdragen aan het in stand houden dan wel verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van de bedrijfsvoering. 1
4 De interactie tussen internal controls en management controls bij het in stand houden dan wel verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van de bedrijfsvoering. 2
5 De betekenis van informatieverzorging en daarbij in te zetten IT voor het in stand houden dan wel verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van de bedrijfsvoering. 1
6 De wijze waarop interne beheersingsmaatregelen kunnen worden ingezet bij het implementeren van de strategieën van organisaties. 1
7 De factoren die bijdragen aan een verbeterde efficiëntie en effectiviteit van de gegevensverwerkende en rapportage processen. 1
8 Het belang van een goede documentatie van beheersingsmaatregelen gericht op de efficiëntie en effectiviteit van de bedrijfsvoering. 1
9 De beheersingsmaatregelen die bijdragen aan de efficiëntie en effectiviteit van het administratief (accounting) proces. 3
10 Een beheersingssysteem ontwerpen dat bijdraagt aan de efficiëntie en effectiviteit van de informatieverzorging. 3
K5: Risicomanagement
Risicomanagement (ERM) is een proces dat geëffectueerd wordt door het management en de medewerkers van een organisatie, dat wordt toegepast bij het formuleren en implementeren van strategieën, dat er op is gericht gebeurtenissen die een negatief effect kunnen hebben op het bereiken van de organisatiedoelstellingen tijdig te signaleren en passende maatregelen te treffen die aansluiten bij de risicohouding van de organisatie. Uiteindelijk moet ERM ervoor zorgen dat een redelijke zekerheid wordt verkregen dat de organisatiedoelstellingen worden gehaald.E5: Eindtermen
Nr Onderwerp niveau
1 Het belang van een systematische aanpak van risicomanagement. 1
2 COSO-ERM model. 1
3 De modellen van ERM en de verschillende risicoclassificaties die gebruikt worden. 1
4 De relatie tussen ERM, interne beheersing, corporate governance en de rol van informatieverzorging daarin. 3
5 Verschillende typen risico’s benoemen op het gebied van strategie, de bedrijfsprocessen, rapportageprocessen en de mate waarin wordt voldaan aan wet en regelgeving. 3
6 Risico’s op het terrein van de informatieverzorging in kaart brengen voor verschillende typen organisaties. 3
7 Informatierisico’s uitwerken naar interne betrouwbaarheids-maatregelen. 3
8 Beoordelen of bedrijfsrisico’s systematisch zijn geanalyseerd en of er systemen zijn om bedrijfsrisico’s systematisch te analyseren. 3
K6: Informatie- en communicatietechnologie
Informatie- en communicatietechnologie (IT) heeft betrekking op de media die worden gebruikt om informatie te verzorgen en te communiceren. IT bestaat uit IT-infrastructuur en IT-applicaties. Daarnaast moet het IT-domein gemanaged worden en moet ook op het IT-domein de strategie van een organisatie bepaald worden. Aangezien in grotere organisaties vrijwel alle informatieverzorging en communicatie met behulp van IT plaatsvindt, is het van belang dat de effecten van IT op de informatieverzorging bekend zijn en dat de maatregelen die kunnen bijdragen aan een betere beheersing van de IT zélf eveneens bekend zijn. Hiervoor is geen gedetailleerde technische kennis van IT nodig, maar moet er wél een gedegen kennis van de functionaliteit van een breed scala van IT-toepassingen zijn. Daartoe moet er tevens een basiskennis zijn van het gangbare IT-jargon.E6: Eindtermen
Nr Onderwerp niveau
1 Na afronding van de opleiding heeft de student kennis van de gevolgen van veranderingen in de IT-infrastructuur voor zover van betekenis voor: ? de betrouwbaarheid van de bestuurlijke informatieverzorging ? de informatie over de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering ? de informatie over de naleving van relevante wet- en regelgeving 1 1 1
2 Na afronding van de opleiding heeft de student inzicht in de gevolgen van veranderingen in IT-applicaties voor zover van betekenis voor: ? de betrouwbaarheid van de bestuurlijke informatieverzorging ? de informatie over de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering ? de informatie over de naleving van relevante wet- en regelgeving 1 1 1
3 Na afronding van de opleiding heeft de student inzicht in de gevolgen van veranderingen in IT-management voor zover van betekenis voor: ? de betrouwbaarheid van de bestuurlijke informatieverzorging ? de informatie over de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering ? de informatie over de naleving van relevante wet- en regelgeving 1 1 1
4 Na afronding van de opleiding heeft de student inzicht in de gevolgen van veranderingen in de IT-strategie voor zover van betekenis voor: ? de betrouwbaarheid van de bestuurlijke informatieverzorging ? de informatie over de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering ? de informatie over de naleving van relevante wet- en regelgeving 1 1 1
5 Na afronding van de opleiding kan de student een adequaat IT-control systeem ontwerpen voor zover van betekenis voor: ? de betrouwbaarheid van de bestuurlijke informatieverzorging ? de informatie over de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering 3 2
K7: Relevantie van informatie
Informatie is relevant als ze het besluitvormingsproces, het proces van delegatie en het afleggen van verantwoording dan wel het functioneren van de organisatie beïnvloedt. Relevantie kan nader worden onderverdeeld in nauwkeurigheid, tijdigheid en begrijpelijkheid. Informatie is nauwkeurig als ze de norm (de werkelijk uitgevoerde activiteiten dus) binnen een door de ontvanger te stellen bandbreedte, weergeeft. Dit betekent dat de mate van nauwkeurigheid toeneemt naarmate de bandbreedte waarin informatie wordt verstrekt kleiner wordt. Informatie is tijdig als ze op een zodanig tijdstip wordt verstrekt dat ze het besluitvormingsproces kan beïnvloeden. Informatie is begrijpelijk als ze in een zodanig formaat wordt gepresenteerd dat de gebruiker haar in zich kan opnemen en verwerken, en als ze zodanig is samengesteld dat ze eenduidig interpreteerbaar is.E7: Eindtermen
Nr Onderwerp niveau
1 De betekenis van het begrip relevantie van informatie. 1
2 De maatregelen van interne beheersing die bijdragen aan het verstrekken van relevante informatie. 3
3 De risico’s die de relevantie van informatie bedreigen. 3
4 Informatieanalyse. 2
5 Vaststellen op hoofdlijnen welke bestuurlijke informatie nodig is voor besluitvorming, delegatie, verantwoording en het doen functioneren van verschillende typen organisaties. 3
K8: Betrouwbaarheid van informatie
Betrouwbaarheid, ofwel ‘reliability’, van informatie betekent dat de informatie een getrouw beeld geeft van de werkelijkheid, die bestaat uit de bedrijfsprocessen in organisaties. Betrouwbaarheid kan nader worden onderverdeeld in validiteit (juistheid), accuratesse en volledigheid. Informatie is niet valide ofwel onjuist als ze te hoog is ten opzichte van de norm. Informatie is onvolledig als ze te laag is ten opzichte van de norm. Informatie is niet accuraat als ze andere fouten bevat dan juistheids- of volledigheidsfouten, waaronder rekenfouten en overnamefouten. In de bedrijfsprocessen worden gegevens verzameld en vastgelegd ter verwerking in de centrale database van de organisatie. Betrouwbaarheid van informatie en de wijze waarop gegevens worden vastgelegd in de database van de organisatie kunnen dus niet los worden gezien van elkaar. Er moet hier een juiste mix worden gemaakt van gebruikerscontroles (handmatige controles op de invoer en uitvoer), toepassingscontroles (controles in de diverse applicaties) en algemene computercontroles (controles op het beheer van het informatiesysteem).E8: Eindtermen
Nr Onderwerp niveau
1 De betekenis en het belang van het betrouwbaarheidsconcept. 1
2 De beheersingsmaatregelen die leiden tot betrouwbare financiële en niet-financiële informatie (interne betrouwbaarheidsmaatregelen). 3
3 De betekenis van datamodellering voor de betrouwbaarheid van informatie. 1
4 Het belang van een goede documentatie van beheersingsmaatregelen gericht op de betrouwbaarheid van informatie (interne betrouwbaarheidsmaatregelen). 1
5 De werking van gebruikerscontroles, toepassingscontroles en algemene computercontroles. 3
6 Een beheersingssysteem ontwerpen dat bijdraagt aan de betrouwbaarheid van informatie. 3
7 De interne betrouwbaarheidsmaatregelen die in een praktijksituatie worden aangetroffen documenteren. 2
8 Een normatieve beschrijving maken van in een bepaalde praktijksituatie. noodzakelijke interne betrouwbaarheidsmaatregelen. 3
9 Vaststellen welke gegevens moeten worden vastgelegd om de gewenste informatie, met de gewenste betrouwbaarheid te kunnen verzorgen. 3
10 De procedures beoordelen die ten grondslag liggen aan prognoses. 3
11 Bepalen hoe geaggregeerde grootheden uit een grootboek of dagboek zijn opgebouwd. 3
12 Adviseren over welke gebruikerscontroles, toepassingscontroles en algemene computercontroles in een bepaalde situatie toepasbaar zijn. 3
K9: Bewaking van de activa van organisaties
Bewaking van de activa van een organisatie betekent dat er op wordt toegezien dat geen activa (inclusief data) ongeoorloofd de organisatie verlaten. Dit betekent enerzijds dat maatregelen moeten worden getroffen dat er geen diefstal plaatsvindt en anderzijds dat goederen die geleverd zijn ook worden gefactureerd opdat er een geldstroom tegenover komt te staan.E9: Eindtermen
Nr Onderwerp niveau
1 De betekenis en het belang van bewaking van de activa van een organisatie. 1
2 De maatregelen van informatiecontrole die ertoe leiden dat geen activa ongeoorloofd de organisatie verlaten. 2
3 Een beheersingssysteem ontwerpen incl. de bijbehorende bestuurlijke informatie dat bijdraagt aan de bewaking van de activa van verschillende typen organisaties. 3
K10: Naleving van wet- en regelgeving
Beheersingsmaatregelen die betrekking hebben op de naleving van relevante wet- en regelgeving (ofwel ‘compliance’) gaan niet in detail in op de inhoud van de desbetreffende wetten en regels, behalve als het om wetten en regels gaat die expliciete voorschriften geven voor interne beheersing zoals de Sarbanes Oxley act en de Code Tabaksblat. De naleving van relevante wet- en regelgeving heeft nadrukkelijk geen betrekking op de naleving van interne procedures omdat dit wordt afgedekt in het kennisdomein ‘Efficiëntie en effectiviteit van de bedrijfsvoering’.
Inhoudsopgave
Eindtermen theoretische Accountantsopleiding 2008
1. Inleiding
1.1. Positionering eindtermen accountantsopleiding
1.2. Verantwoording totstandkoming eindtermen
1.3. Voorwaarden voor een kwalitatief goede accountantsopleiding
1.4. Definitie en reikwijdte van eindtermen
1.5. Functies van de eindtermen
1.6. Eindtermen en curriculumconstructie
1.7. Geldigheid van eindtermen
1.8. Toezicht op de eindtermen
1.9. Samenloop eindtermen theoretische en praktijkopleiding
2. Studiebelasting en vakgebieden
2.1. Uitgangspunten en opzet eindtermen
2.2. Basisstudiebelasting en ects
2.3. Vakgebieden EU-Richtlijn
2.4. Hbo- en wo-kaders
2.5. Ects per vakgebied
2.6. Opleidingsniveau
3. Beschrijving eindtermen
3.1. Inleiding
3.2. Gebruik van eindtermen door de onderwijsinstellingen
3.3. Deskundigheidsniveaus
3.4. Overkoepelende eindtermen
3.4.1. Beroepsethiek
3.4.2. Audit en Assurance
3.4.3. Externe verslaggeving
3.4.4. Bestuurlijke informatieverzorging
3.4.5. Aan de kernvakgebieden gerelateerde bedrijfseconomische/accountancy vakgebieden
3.4.5.1. Boekhouden
3.4.5.2. Management Accounting
3.4.5.3. Financieel Management/Financiering
3.4.5.4. Management & Organisatie
3.4.5.5. Corporate Governance
3.4.6. Overige ondersteunende vakgebieden
3.4.6.1. Recht
3.4.6.2. Belastingrecht
3.4.6.3. Algemene Economie
3.4.6.4. Levensverzekeringswiskunde en Statistiek
4. Mkb component in de AA-opleiding
4.1. Fiscale advisering voor het MKB
4.2. Strategisch Management voor het MKB
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht