1.
Een aanvraag voor een veiligheidscertificaat als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet bevat ten minste de bij ministeriële regeling bepaalde gegevens en bescheiden.
2.
De houder van een veiligheidscertificaat draagt er zorg voor dat het veiligheidsbeheersysteem blijft beschikken over:
a. een geldig A-certificaat, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onderdeel a, van de wet dan wel een geldig daarmee gelijkgesteld certificaat, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de wet; en
b. een geldig B-certificaat, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onderdeel b, van de wet.
3.
Een B-certificaat als bedoeld in artikel 32, eerste lid, onderdeel b, van de wet is slechts geldig indien de spoorwegonderneming beschikt over een geldig A-certificaat als bedoeld in artikel 32, eerste lid, onderdeel a, van de wet.
4.
De houder van een veiligheidscertificaat maakt binnen een jaar na de afgifte daarvan gebruik van hoofdspoorweginfrastructuur.
5.
De houder van een veiligheidscertificaat ten aanzien waarvan Onze Minister een A-certificaat als bedoeld in artikel 32, eerste lid, onderdeel a, van de wet, heeft verleend, maakt aan Onze Minister zo spoedig mogelijk melding van wijzigingen in dat certificaat ten aanzien waarvan redelijkerwijs moet worden aangenomen dat zij gevolgen hebben voor het afgegeven veiligheidscertificaat of voor de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemeen
+ Hoofdstuk 2. Bedrijfsvergunning
- Hoofdstuk 3. Het veiligheidscertificaat
+ Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht