Artikel 3
Een spoorwegonderneming bezit een goede naam als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet, indien:
a. jegens haar in de voorafgaande vijf jaar geen onherroepelijk faillissement is uitgesproken,
b. zij in de voorafgaande vijf jaar, al dan niet met toepassing van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht, niet onherroepelijk is veroordeeld wegens het herhaaldelijk of ernstig overtreden van:
4°. de artikelen 14 en 69, tweede lid, van het Communautair douanewetboek, en
c. tegen haar in de voorafgaande vijf jaar geen onherroepelijk vonnis is gewezen wegens het herhaaldelijk of ernstig niet nakomen van verplichtingen die voortvloeien uit door haar gesloten arbeidsovereenkomsten of overeenkomsten van opdracht tot het verrichten van arbeid.
1.
Op een bestuurder van een spoorwegonderneming is artikel 3 van overeenkomstige toepassing.
2.
Indien natuurlijke personen dan wel rechtspersonen gezamenlijk als spoorwegonderneming optreden, voldoet ieder van de natuurlijke personen en ieder van de bestuurders van de rechtspersonen aan het vereiste van goede naam.
3.
Indien de permanente en daadwerkelijke leiding door een ander dan de natuurlijke persoon als bedoeld in artikel 2, dan wel door een ander dan de in het eerste lid genoemde bestuurder wordt verricht, is artikel 3 op die ander van overeenkomstige toepassing.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemeen
- Hoofdstuk 2. Bedrijfsvergunning
+ Hoofdstuk 3. Het veiligheidscertificaat
+ Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht