1.
De leraar vo evenals de docent bve onderschrijft zijn vakinhoudelijke en didactische verantwoordelijkheid. Hij heeft voldoende inhoudelijke en didactische kennis en vaardigheid om op professionele en planmatige wijze voor de individuele leerlingen of deelnemers en voor de groepen waarmee hij werkt, een krachtige leeromgeving tot stand te brengen waarin leerlingen of deelnemers zich op een goede manier de leerinhouden van een bepaald vak op beroep eigen kunnen maken.
2.
Om te voldoen aan het eerste lid:
a. kan de leraar vo evenals de docent bve de volgende handelingen verrichten:
1°. hij vormt zich een goed beeld van de mate waarin de leerlingen of deelnemers de leerinhoud beheersen en van de manier waarop ze hun werk aanpakken,
2°. hij ontwerpt op basis daarvan gevarieerde leeractiviteiten die voor de leerlingen of deelnemers uitvoerbaar zijn, waaruit zij eventueel kunnen kiezen en die hen aanzetten tot zelfwerkzaamheid,
3°. hij voert die leeractiviteiten samen met zijn leerlingen of deelnemers uit,
4°. hij evalueert die leeractiviteiten en de effecten ervan en stelt ze zonodig bij, voor de hele groep maar ook voor individuele leerlingen of deelnemers, en
5°. hij signaleert leerproblemen en -belemmeringen en stelt, zo nodig samen met collega’s, een passend plan van aanpak of benadering op;
b. beschikt de leraar vo evenals de docent bve over de volgende kennis:
1°. hij heeft zelf een grondige kennis en beheersing van de leerinhouden waarvoor hij verantwoordelijk is en is op grond van eigen studie en eventueel werkervaring vertrouwd met de theoretische en praktische of beroepspraktische achtergronden daarvan,
2°. hij kent het belang van die leerinhoud voor het toekomstige beroep en het dagelijks leven van de leerlingen of deelnemers,
3°. hij kent op hoofdlijnen de leerinhoud van andere vakken of beroepen waarmee hij binnen zijn school of opleiding samenwerkt,
4°. hij weet op hoofdlijnen wat en hoe zijn leerlingen of deelnemers geleerd hebben in het voorgaande onderwijs en hoe hij daarop kan aansluiten,
5°. hij heeft kennis van, al dan niet onderzoeksmatig, ontwerpen van onderwijs, didactieken en didactische leermiddelen, waaronder informatie- en communicatietechnologie,
6°. hij is bekend met verschillende onderwijs- en leertheorieën, met verschillende onderwijsarrangementen voor het voortgezet onderwijs en bve, waaronder actuele vormen van beroepsgerichte didactiek, en weet hoe hij die in praktijk kan brengen;
7°. hij is vertrouwd met de wijze waarop leerlingen of deelnemers leren, wat hun leerbehoeften zijn, hoe zij zich ontwikkelen, welke problemen zich daarbij kunnen voordoen en weet hoe hij daarmee om kan gaan,
8°. hij heeft kennis van de invloed van taalbeheersing en taalverwerving op het leren en weet hoe hij daar in zijn praktijk rekening mee moet houden,
9°. hij heeft praktische kennis van veel voorkomende leerstoornissen en onderwijsbelemmeringen en weet hoe hij daar mee om kan gaan, en
10°. hij heeft kennis van processen van identiteitsvorming, zingeving en waardenontwikkeling bij tieners, adolescenten en volwassenen, en van de culturele bepaaldheid daarvan en weet welke consequenties hij hieraan moet verbinden voor zijn handelen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk 2. Bekwaamheidseisen leraren en docenten
+ Hoofdstuk 3. Tijdelijke afwijking bekwaamheidseisen voortgezet onderwijs
+ Hoofdstuk 4. Aanwijzing onderwijsactiviteiten vakleerkrachten in het primair onderwijs en leerkrachten basisonderwijs in het praktijkonderwijs
+ Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht