1.
De leraar onderschrijft zijn organisatorische verantwoordelijkheid. Hij heeft voldoende organisatorische kennis en vaardigheid om in zijn klas en zijn lessen op professionele en planmatige wijze een goed leef- en werkklimaat tot stand te brengen dat overzichtelijk, ordelijk en taakgericht is en in alle opzichten helder voor hemzelf, zijn collega’s en in het bijzonder de kinderen.
2.
Om te voldoen aan deze bekwaamheidseis:
a. kan de leraar de volgende handelingen verrichten:
1°. hij hanteert op een consequente manier concrete, functionele en door de kinderen gedragen procedures en afspraken,
2°. hij gebruikt organisatievormen, leermiddelen en leermaterialen die leerdoelen en leeractiviteiten ondersteunen, en
3°. hij houdt een planning aan die bij de kinderen bekend is en gaat adequaat om met tijd;
b. is hij bekend met die aspecten van klassenmanagement die voor zijn onderwijs relevant zijn.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk 2. Bekwaamheidseisen leraren en docenten
+ Hoofdstuk 3. Tijdelijke afwijking bekwaamheidseisen voortgezet onderwijs
+ Hoofdstuk 4. Aanwijzing onderwijsactiviteiten vakleerkrachten in het primair onderwijs en leerkrachten basisonderwijs in het praktijkonderwijs
+ Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht