1.
Aan een machtiging tot het vernietigen of prijsgeven van een voorwerp wordt zo spoedig mogelijk gevolg gegeven op de voor het betrokken voorwerp geschikte wijze, met dien verstande dat de vernietiging van een voorwerp dat mogelijk besmettingsgevaar oplevert geschiedt met inachtneming van de aanwijzingen van de gezaghebber.
2.
Middelen als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Opiumwet 1960 BES worden pas vernietigd nadat daarvan monster is genomen. De vernietiging van deze middelen geschiedt onder toezicht van een officier of hulpofficier van justitie.
3.
De vernietiging is voltooid wanneer aan het voorwerp voorgoed zijn kenmerkende eigenschappen zijn ontnomen.
4.
Met hetgeen na de vernietiging verkoopwaarde heeft, wordt gehandeld als met voorwerpen waarvoor machtiging tot vervreemding is verleend.
5.
De datum en de wijze van uitvoering van de in dit artikel genoemde maatregelen, worden vermeld in een rapport aan de officier van justitie.
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. De bewaarder
+ § 3. Inbewaringneming
+ § 4. Opslag
- § 5. Vervreemding, vernietiging, prijsgave en bestemming tot een ander doel dan het onderzoek
+ § 6. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht