1.
De grenzen van het voor het zwemmen of baden bestemde gedeelte van het water dat tot de badinrichting behoort, zijn op voor de bezoekers duidelijke wijze aangegeven.
2.
Indien de diepte van het zwem- of badwater minder is dan 1,40 meter, heeft de bodem geen steilere helling dan 0,06 meter per strekkende meter.
3.
De voor zwemmers of baders gevaarlijke plaatsen in de gedeelten waarin wordt gezwommen of gebaad worden aangeduid.
Artikel 41
Artikel 24 is van toepassing.
Artikel 42
De houder neemt maatregelen ter voorkoming van gladheid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk IA
+ Hoofdstuk II
+ Hoofdstuk III
- Hoofdstuk IV
+ Hoofdstuk V
+ Hoofdstuk VI. Verdere bepalingen
+ Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht