Artikel 3
Voor zover bij internationale overeenkomst niet anders is bepaald mogen vluchten in ongeregeld vervoer slechts worden uitgevoerd krachtens een daartoe strekkende toestemming door Onze Minister aan de betrokken luchtvaartmaatschappij.
Artikel 4
Het bepaalde in artikel 3 geldt niet, indien door Onze Minister daarvan ontheffing is verleend.
Artikel 6
Bij het beslissen op een aanvraag voor ongeregeld luchtvervoer wordt in ieder geval rekening gehouden met:
a. het mogelijke negatieve effect van ongeregeld vervoer op de rentabiliteit van een reeds bestaande geregelde vlucht naar dezelfde bestemming;
b. het belang van de gebruikers bij een aan hun behoefte aangepast ongeregeld vervoer tegen een zo laag mogelijke prijs;
c. het uitgangspunt van wederkerigheid.
Artikel 7
Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het uitvoeren van vluchten als bedoeld in artikel 2.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
- Hoofdstuk II. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken