1.
De organisatie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is samengesteld uit de korpscommandant, officieren, onderofficieren en manschappen.
2.
De benoeming, schorsing en ontslag van de korpscommandant geschieden door Onze Minister, na overleg met de regionaal bevelhebber.
3.
De benoeming, bevordering, schorsing en ontslag van officieren, onderofficieren en manschappen geschieden door Onze Minister op voordracht van de korpscommandant.
4.
Benoeming als bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt niet dan nadat een antecedentenonderzoek ten aanzien van de betrokken persoon heeft plaatsgevonden.
5.
Gronden voor schorsing en ontslag worden neergelegd in een reglement.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 2a
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht