Artikel 6
Hij, die buiten de in artikel 5 bedoelde gevallen krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wet verleende vergunning splijtstoffen voorhanden heeft, anders dan bij opslag in verband met het vervoer, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij het hoofd schriftelijk aangifte te doen van:
a. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, alsmede de herkomst van de splijtstoffen, die hij in dat kalenderkwartaal heeft ontvangen, met vermelding van de doeleinden, waarvoor zij zijn bestemd;
b. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad van de splijtstoffen, die hij op de laatste dag van dat kalenderkwartaal voorhanden heeft gehad.
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Het register
+ § 3. De administratie
- § 4. Aangiften met betrekking tot splijtstoffen
+ § 5. Aangiften met betrekking tot ertsen
+ § 6. Overige bepalingen
+ § 7. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht