Artikel 7
Hij, die krachtens een hem op grond van artikel 15 van de wet verleende vergunning ertsen voorhanden heeft voor of mede voor eigen gebruik daarvan voor het vervaardigen van splijtstoffen, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalendermaand bij het hoofd schriftelijk aangifte te doen van:
a. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte van de ertsen, die hij onderscheidenlijk op de eerste en de laatste dag van die kalendermaand voorhanden heeft gehad;
b. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte, alsmede de herkomst en de bestemming van de ertsen, die hij in de loop van die kalendermaand heeft ontvangen onderscheidenlijk verzonden;
c. de wijzigingen, welke de voorraad ertsen in die kalendermaand, anders dan door de ontvangst of verzending, heeft ondergaan.
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Het register
+ § 3. De administratie
+ § 4. Aangiften met betrekking tot splijtstoffen
- § 5. Aangiften met betrekking tot ertsen
+ § 6. Overige bepalingen
+ § 7. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht