Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit toezicht beleggingsinstellingen 2005

Uitgebreide informatie
Artikel 19
Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet en accountants als bedoeld in artikel 12, zevende lid, van de wet.
1.
Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op beheerders en bewaarders.
2.
Het dagelijks beleid van een beleggingsmaatschappij die een aparte beheerder heeft wordt bepaald door personen die deskundig zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van de beleggingsmaatschappij.
3.
Het beleid van de beleggingsmaatschappij, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beleggingsmaatschappij wordt gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat.
4.
Indien zich een wijziging van de antecedenten van de personen, bedoeld in artikel 3 en het tweede en derde lid, voordoet, stelt de beheerder de toezichthouder daarvan onverwijld nadat hij daarvan kennis heeft genomen schriftelijk in kennis.
1.
Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing op het eigen vermogen van beheerders en bewaarders.
2.
Indien het eigen vermogen van een beheerder of bewaarder niet voldoet aan artikel 4 meldt de beheerder of de bewaarder dit onverwijld aan de toezichthouder en brengt hij het eigen vermogen binnen een door de toezichthouder te stellen termijn in overeenstemming met artikel 4.
1.
Een beleggingsfonds of beleggingsmaatschappij waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, houdt liquiditeitswaarborgen aan ter grootte van minimaal tien procent van het beheerde vermogen onderscheidenlijk het eigen vermogen.
2.
In afwijking van het vorige lid kan, indien uit een overeengekomen ontbindings- of beëindigingsregeling vooraf bekend is voor welk bedrag op een bepaalde datum wordt ingekocht, worden volstaan met dat bedrag.
3.
De beleggingsinstelling meldt aan de toezichthouder onverwijld het niet tijdig kunnen voldoen aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid of tweede lid.
4.
De toezichthouder stelt regels met betrekking tot de categorieën van goederen die als liquiditeitswaarborgen als bedoeld in het eerste lid kunnen gelden.
Artikel 23
Het dagelijks beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder wordt bepaald door ten minste twee natuurlijke personen die volgens wet , statuten of reglementen bevoegd zijn deze te vertegenwoordigen.
Artikel 24
De personen die het dagelijks beleid van een in Nederland gevestigde beheerder of een in Nederland gevestigde beleggingsmaatschappij bepalen verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee hoofdzakelijk vanuit Nederland.
Artikel 25
De activa van een beleggingsfonds worden bewaard door een bewaarder die uitsluitend ten behoeve van het beleggingsfonds bewaart, indien op grond van het beleggingsbeleid van het desbetreffende beleggingsfonds een reëel risico bestaat dat het vermogen van het beleggingsfonds ontoereikend zal zijn voor voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel 16a, eerste lid, van de wet en dat het eigen vermogen van de bewaarder ontoereikend zal zijn voor voldoening van dergelijke vorderingen.
1.
Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder handelt in het belang van de deelnemers in de beleggingsinstelling.
2.
Een beheerder of beleggingsmaatschappij behandelt deelnemers onder vergelijkbare omstandigheden op gelijke wijze.
3.
Door of namens een beleggingsinstelling worden geen transacties uitgevoerd voor haar rekening met een zodanige frequentie of van een zodanige omvang dat dit gezien de omstandigheden kennelijk slechts strekt tot bevoordeling van de beheerder, de beleggingsinstelling of met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen.
4.
Een beheerder of beleggingsmaatschappij benadert personen die geen deelnemer zijn in de beleggingsinstelling direct noch indirect telefonisch, elektronisch of in persoon, tenzij:
a. de betrokkene daarmee vooraf uitdrukkelijk schriftelijk dan wel elektronisch heeft ingestemd; of
b. de betrokkene in het contact slechts schriftelijk of elektronisch informatiemateriaal wordt aangeboden.
5.
Het vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van natuurlijke personen of rechtspersonen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen of beleggen in beleggingsobjecten.
1.
Indien een beheerder of een bewaarder opdracht verleent aan een derde om een of meer werkzaamheden in het kader van het beheer van een door de beheerder beheerde beleggingsinstelling onderscheidenlijk de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling te verrichten, is het volgende van toepassing:
a. de beheerder of de bewaarder blijft voor de toepassing van de wet verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden;
b. de opdrachtverlening aan de derde belemmert niet een doeltreffend toezicht op de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder;
c. de opdrachtnemer is op ieder door de beheerder, de door de beheerder beheerde beleggingmaatschappij of de bewaarder gewenst moment in staat verantwoording af te leggen over de door hem uitgevoerde werkzaamheden en de beheerder, de door de beheerder beheerde beleggingsmaatschappij of de bewaarder daar inzicht in te bieden;
d. de beheerder of de bewaarder kan te allen tijde instructies omtrent de uitvoering van de werkzaamheden geven aan de opdrachtnemer en kan de opdracht met onmiddellijke ingang beëindigen indien dit in het belang van de beleggers is; en
e. de opdrachtnemer is, gelet op de aard van de opdracht, aantoonbaar in staat om de opdracht in overeenstemming met de wet te vervullen.
2.
Een beheerder verleent geen opdracht aan een derde om het beleggingsbeleid van een door hem beheerde beleggingsinstelling te bepalen.
3.
Iedere overeenkomst die een beheerder of een bewaarder aangaat met een derde in het kader van het beheer van de door de beheerder beheerde beleggingsinstelling onderscheidenlijk de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling, wordt schriftelijk vastgelegd.
1.
Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op beheerders en bewaarders.
2.
Een beheerder zendt een afschrift van iedere met een bewaarder gesloten overeenkomst alsmede van wijzigingen of aanvullingen van die overeenkomst binnen twee weken na ondertekening, wijziging of aanvulling van de overeenkomst aan de toezichthouder.
1.
Een beheerder of bewaarder handelt overeenkomstig de in artikel 8 bedoelde beschrijving van de administratieve organisatie en het systeem van interne controle en de door de toezichthouder op grond van het vierde lid van dat artikel gestelde regels.
2.
De administratieve organisatie en het systeem van interne controle worden regelmatig geëvalueerd en zonodig geactualiseerd.
3.
Een beheerder of bewaarder verstrekt op verzoek aan de toezichthouder een actuele versie van de beschrijving van de administratieve organisatie en het systeem van interne controle.
1.
Een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder voert een beleid ter zake van het tegengaan van verstrengeling van tegenstrijdige belangen. Dit beleid vindt zijn neerslag in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen.
2.
De toezichthouder kan regels stellen met betrekking tot de voorwaarden waaraan het beleid en de procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, moeten voldoen.
1.
Een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder voert een beleid dat ertoe strekt dat:
a. de betrokkenheid van de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder en hun werknemers bij strafbare feiten die het vertrouwen in de beheerder, de beleggingsinstelling, de bewaarder of in de financiële markten schaden, wordt voorkomen;
b. de betrokkenheid van de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder en hun werknemers bij handelingen die anderszins in het maatschappelijk verkeer zodanig onaanvaardbaar zijn dat deze het vertrouwen in de beheerder, de beleggingsinstelling, de bewaarder of in de financiële markten schaden, wordt voorkomen;
c. niet wegens de deelnemers in de beleggingsinstelling het vertrouwen in de beheerder, de beleggingsinstelling, de bewaarder of de financiële markten wordt geschaad.
2.
Het in het eerste lid bedoelde beleid vindt zijn neerslag in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen. Deze procedures en maatregelen omvatten in ieder geval:
a. de behandeling en administratieve vastlegging van incidenten die een ernstig gevaar vormen voor een integere bedrijfsvoering van de beheerder, de beleggingsinstelling of van de bewaarder voor zover het betreft een gedraging van een personeelslid of van een persoon die het dagelijks beleid bepaalt dan wel mede bepaalt, de houder van een gekwalificeerde deelneming of van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die werkzaamheden verricht ten behoeve van de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder;
b. de beoordeling, met het oog op de belangen van deelnemers of potentiële deelnemers in de beleggingsinstelling, of de betrouwbaarheid van een personeelslid dat de beheerder, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder voornemens is te benoemen in een integriteitsgevoelige functie, buiten twijfel staat. Onder integriteitsgevoelige functie wordt in dit verband verstaan:
1°. een leidinggevende functie onder directe verantwoordelijkheid van de bepalers of medebepalers van het dagelijks beleid van de beheerder, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder;
2°. een functie waaraan overigens een bevoegdheid is verbonden die een wezenlijk risico bevat voor de integere bedrijfsvoering van de beheerder, de beleggingsmaatschappij of van de bewaarder.
3.
De toezichthouder kan regels stellen met betrekking tot de voorwaarden waaraan het beleid en de organisatorische en administratieve procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, moeten voldoen.
1.
Een beheerder of bewaarder onderzoekt, op verzoek van de toezichthouder, of in de administratie van de door hem beheerde beleggingsinstellingen onderscheidenlijk de beleggingsinstellingen waarvan hij de activa beheert bepaalde personen of instellingen voorkomen die naar het oordeel van Onze Minister, in verband met vermoede terroristische activiteiten of daarmee verband houdende activiteiten, de integriteit van de financiële sector kunnen schaden.
2.
De beheerder, de beleggingsmaatschappij of de bewaarder verstrekt de uitkomst van het in het eerste en tweede lid bedoelde onderzoek, binnen een door de toezichthouder vast te stellen termijn, aan de toezichthouder.
Artikel 33
De toezichthouder kan regels stellen met betrekking tot door een beheerder of bewaarder aan de toezichthouder, ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bij en krachtens de artikelen 30 tot en met 32 bepaalde, te verstrekken gegevens.
Artikel 34
Ten minste een maal per jaar voert een onafhankelijke deskundige de waardering van de incourante beleggingen van de beleggingsinstelling uit.
Artikel 35
Een beleggingsinstelling bepaalt telkens wanneer zij haar rechten van deelneming emitteert, verkoopt, inkoopt of daarop terugbetaalt de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming en publiceert de intrinsieke waarde onverwijld op de website van haar beheerder, onder vermelding van het moment waarop de bepaling van de intrinsieke waarde plaatsvond.
1.
Een reclame-uiting over een beheerder of een beleggingsinstelling is inhoudelijk juist en niet misleidend.
2.
In een reclame-uiting worden in ieder geval vermeld:
a. de naam van de beheerder of de beleggingsinstelling;
b. het feit dat het een beheerder of een beleggingsinstelling betreft;
c. dat de beheerder of de beleggingsinstelling is geregistreerd bij de toezichthouder; en
d. waar het prospectus, bedoeld in artikel 41, voor het publiek verkrijgbaar is.
3.
Het tweede lid, onderdelen c en d, is niet van toepassing op reclame-uitingen op radio en televisie.
4.
De toezichthouder kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste of tweede lid.
1.
De onderwerpen, bedoeld in artikel 12, zevende lid, van de wet, zijn:
a. het accountantsverslag aan de bestuurders en de raad van commissarissen;
b. de managementletter;
c. correspondentie tussen de accountant en de beheerder en de beleggingsmaatschappij die rechtstreeks betrekking heeft op de accountantsverklaring bij de jaarrekening van de beheerder of de beleggingsinstelling.
2.
Indien de accountant, bedoeld in artikel 12, zevende lid, van de wet, schriftelijk inlichtingen verstrekt aan de toezichthouder over de in het voorgaande lid genoemde onderwerpen, zendt hij onverwijld aan de beheerder een afschrift van de stukken en van de begeleidende brief.
3.
De managementletter, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bevat in ieder geval:
a. een verklaring van de accountant of en zo ja, in hoeverre hij de administratieve organisatie en het systeem van interne controle heeft beoordeeld; en
b. de belangrijkste bevindingen van de accountant naar aanleiding van zijn werkzaamheden.
1.
Een beheerder meldt een voorgenomen wijziging van of aanvulling op onderdelen van het registratiedocument, bedoeld in artikel 11, voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in bijlage A , aan de toezichthouder. Deze wijzigingen of aanvullingen, met uitzondering van wijzigingen van of aanvullingen op gegevens als bedoeld in onderdeel 3.3 of 3.6 van bijlage A , worden niet ingevoerd voordat de toezichthouder zijn instemming heeft verleend.
2.
Indien de voorgenomen wijziging of aanvulling betrekking heeft op de vermelding van een persoon als bedoeld in artikel 3 verstrekt de beheerder gegevens en bescheiden op basis waarvan de toezichthouder kan beoordelen of wordt voldaan aan artikel 3. Indien de toezichthouder een derde verzoekt om nadere inlichtingen over de in de eerste volzin bedoelde persoon, doet hij daarvan mededeling aan de beheerder.
3.
Instemming wordt geacht te zijn verkregen indien de toezichthouder niet heeft beslist ten aanzien van de wijziging of aanvulling binnen vier weken na ontvangst van de melding of, indien hij daarom heeft verzocht, binnen vier weken na ontvangst van nadere inlichtingen.
4.
In afwijking van het derde lid wordt instemming met een wijziging of aanvulling als bedoeld in het tweede lid geacht te zijn verkregen indien de toezichthouder niet heeft beslist ten aanzien van de wijziging of aanvulling binnen zes weken na ontvangst van de melding of zes weken na mededeling aan de beheerder van de ontvangst van de in het tweede lid bedoelde inlichtingen.
5.
De toezichthouder kan de instemming, bedoeld in het derde lid, intrekken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan, zo zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest voor het tijdstip waarop de instemming is verleend, de toezichthouder tot een ander oordeel zou zijn gekomen.
1.
Een beheerder maakt een voorstel tot wijziging van de voorwaarden die gelden tussen een door hem beheerde beleggingsinstelling en de deelnemers bekend in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op zijn website. De beheerder licht het voorstel tot wijziging van de voorwaarden toe op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van het voorstel tot wijziging meldt de beheerder deze aan de toezichthouder.
2.
Een beheerder maakt een wijziging van de voorwaarden die gelden tussen een door hem beheerde beleggingsinstelling en de deelnemers bekend in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad of aan het adres van iedere deelnemer alsmede op zijn website. De beheerder licht de wijziging van de voorwaarden toe op zijn website. Gelijktijdig met de bekendmaking van de wijziging meldt de beheerder deze aan de toezichthouder.
3.
Indien door de wijziging van de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, rechten of zekerheden van de deelnemers worden verminderd of lasten aan de deelnemers worden opgelegd, wordt de wijziging tegenover de deelnemers niet ingeroepen voordat drie maanden zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, en kunnen de deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden uittreden.
4.
Indien door de wijziging van de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, het beleggingsbeleid van de beleggingsinstelling wordt gewijzigd, wordt de wijziging niet ingevoerd voordat drie maanden zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, en kunnen de deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden uittreden.
1.
Een beheerder heeft een website waarop hij in ieder geval de krachtens de artikelen 42, derde lid, 44, tweede en vierde lid, en 49, eerste tot en met derde lid, door hem of de door hem beheerde beleggingsinstellingen verkrijgbaar te stellen of te verstrekken informatie publiceert.
2.
Een beheerder rangschikt informatie op de website, voorzover relevant, per afzonderlijke beleggingsinstelling.
3.
Een beheerder vermeldt het adres van de website in het prospectus, bedoeld in artikel 41, en de halfjaarcijfers en het jaarverslag van de beheerder en de beleggingsinstelling.
4.
Indien een beheerder krachtens dit besluit beschikbaar te stellen of te verstrekken informatie op zijn website publiceert of anderszins in elektronische vorm beschikbaar stelt, vermeldt hij daarbij dat desgevraagd een afschrift van die informatie wordt verstrekt en, indien van toepassing, welke kosten daaraan verbonden zijn.
1.
Een beheerder heeft een prospectus beschikbaar over het aanbod van elke door hem beheerde beleggingsinstelling.
2.
Het prospectus bevat de gegevens die voor de beleggers noodzakelijk zijn om zich een verantwoord oordeel te kunnen vormen over het aanbod van de beleggingsinstelling en de daaraan verbonden kosten en risico’s.
3.
Het prospectus bevat ten minste het registratiedocument, bedoeld in artikel 11, en de gegevens, vermeld in bijlage B . Tevens bevat het prospectus een verklaring van de beheerder dat hijzelf, de beleggingsinstelling en, indien van toepassing, de bewaarder voldoen aan de bij of krachtens de wet gestelde regels en dat het prospectus voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gesteld regels.
4.
Het prospectus bevat een mededeling van een accountant, onder vermelding van zijn naam en kantooradres, dat het prospectus de ingevolge de wet vereiste gegevens bevat.
5.
In het prospectus worden in afzonderlijke paragrafen de gegevens opgenomen over:
a. de kosten van de beleggingsinstelling en de wijze waarop zij ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins direct of indirect ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling, en
b. de aan de beleggingsinstelling verbonden risico’s.
6.
De toezichthouder stelt regels met betrekking tot de wijze waarop in het prospectus inzicht wordt verschaft in het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling en de daaraan ten grondslag liggende berekening. Voorts kan de toezichthouder nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop en de vorm waarin de gegevens, bedoeld in bijlage B , worden opgenomen in het prospectus.
7.
Een beheerder actualiseert de gegevens die in het prospectus zijn opgenomen zodra daartoe aanleiding bestaat.
8.
De toezichthouder kan verlangen dat het prospectus in een of meer door de toezichthouder te bepalen talen beschikbaar wordt gesteld indien dat, gelet op de voorgenomen verspreiding van het prospectus, noodzakelijk is voor een adequate informatieverschaffing aan het publiek.
9.
Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van beleggingsinstellingen die ter zake van het aanbieden van rechten van deelneming voldoen aan artikel 3, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
1.
Twee weken voorafgaand aan het aanbod van rechten van deelneming verstrekt een beheerder aan de toezichthouder ten behoeve van opname van de beleggingsinstelling in het register als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel b, van de wet de volgende gegevens:
a. naam en adres van de beheerder;
b. naam en adres van de beleggingsinstelling;
c. indien van toepassing: naam en adres van de personen, bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid;
d. naam en adres van de eventuele bewaarder;
e. met betrekking tot de eventuele bewaarder: naam en adres van de personen, bedoeld in artikel 3;
f. wijze van in- en verkoop van deelnemingsrechten;
g. een beschrijving van het beleggingsbeleid van de beleggingsinstelling;
h. eventuele notering op een gereglementeerde markt;
i. beoogde datum van aanbod van deelnemingsrechten; en
j. indien het een beleggingsfonds als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet betreft: het fondsreglement.
2.
De beheerder meldt een wijziging van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van onderdeel g, twee weken voorafgaand aan de wijziging aan de toezichthouder.
3.
Een beheerder stelt bij aanbod van de rechten van deelneming dan wel bij de schriftelijke aankondiging dat een aanbod zal worden gedaan een prospectus als bedoeld in artikel 41, het fondsreglement of de statuten van de belegginginstelling en, voor zover openbaargemaakt, de jaarrekening van de beleggingsinstelling over de twee voorafgaande jaren kosteloos algemeen verkrijgbaar. In iedere bekendmaking waarin rechten van deelneming worden aangeboden, worden de plaatsen vermeld waar het prospectus voor het publiek verkrijgbaar is.
4.
Het derde lid is niet van toepassing ten aanzien van beleggingsinstellingen die ter zake van het aanbieden van rechten van deelneming voldoen aan artikel 3, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
1.
Een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder stelt, voor zover Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet reeds van toepassing is, jaarlijks een jaarrekening en een jaarverslag op en voegt daaraan de overige gegevens, bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, toe. Na afloop van de eerste helft van het boekjaar maakt de beheerder of de beleggingsinstelling tevens de halfjaarcijfers op.
2.
Voor zover een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder niet aan Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is onderworpen, is deze titel van overeenkomstige toepassing op zijn onderscheidenlijk haar jaarrekening, overige gegevens bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en jaarverslag, met uitzondering van artikel 403 voor zover het een beheerder betreft.
1.
Jaarlijks binnen vier maanden na afloop van het boekjaar maakt een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder de vastgestelde jaarrekening of, indien de vaststelling niet behoeft plaats te vinden of nog niet heeft plaatsgevonden, de opgemaakte jaarrekening gelijktijdig met het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, openbaar.
2.
De openbaarmaking geschiedt overeenkomstig de bepalingen van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Een beheerder stelt de jaarrekening, de overige gegevens, bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en het jaarverslag van de beheerder, de beleggingsinstelling en de bewaarder voor de deelnemers in de beleggingsinstelling kosteloos verkrijgbaar.
3.
Gelijktijdig met de openbaarmaking van de jaarrekeningen, bedoeld in het eerste lid, doet de beheerder in een of meer landelijk verspreide Nederlandse dagbladen dan wel aan het adres van iedere deelnemer, opgave van de plaats waar de jaarrekening, alsmede het jaarverslag en de overige gegevens van de beheerder, de beleggingsinstelling en de bewaarder voor de deelnemers in de beleggingsinstelling kosteloos verkrijgbaar zijn. Gelijktijdig met de openbaarmaking zendt de beheerder een afschrift van deze stukken aan de toezichthouder.
4.
Jaarlijks binnen negen weken na afloop van de eerste helft van het boekjaar, maakt een beheerder of een beleggingsinstelling overeenkomstig het derde lid zijn onderscheidenlijk haar halfjaarcijfers openbaar. De beheerder stelt deze voor de deelnemers in de beleggingsinstelling kosteloos verkrijgbaar. Gelijktijdig met de openbaarmaking zendt de beheerder een afschrift van zijn halfjaarcijfers en van de halfjaarcijfers van de beleggingsinstelling aan de toezichthouder.
1.
Onverminderd artikel 43, tweede lid, bevat de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van een beleggingsinstelling ten minste de volgende gegevens:
a. een sluitend overzicht van het verloop gedurende het boekjaar van de activa waarbij de beleggingen worden onderscheiden naar soort;
b. een overzicht van de samenstelling van de activa aan het einde van het boekjaar;
c. een vergelijkend overzicht over de laatste drie jaren van de intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling, het aantal uitstaande rechten van deelneming en de intrinsieke waarde per recht van deelneming, een en ander per het einde van het boekjaar;
d. een mededeling in hoeverre incourante beleggingen door een onafhankelijke deskundige zijn gewaardeerd, volgens welke methode de waardering heeft plaatsgevonden, alsmede de regelmaat waarmee deze waardering plaatsvindt;
e. het bedrag der verplichtingen, onderscheiden naar soort aan het einde van het boekjaar, die voortvloeien uit dekkingstransacties met betrekking tot koers- en wisselkoersrisico in verband met de beleggingen, voor zover een en ander niet reeds in de balans en winst- en verliesrekening is begrepen;
f. een gespecificeerde opgave van de activa van de beleggingsinstelling die deelnemingen zijn in de zin van artikel 389, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
g. indien de beleggingsinstelling 99 procent van het beheerde vermogen belegt in een andere beleggingsinstelling: de gegevens, bedoeld in de onderdelen a, b, c, d en e, met betrekking tot de andere beleggingsinstelling;
h. indien van toepassing: een mededeling op welke wijze uitvoering is gegeven aan het beleid, bedoeld in onderdeel XIV van bijlage B ; en
i. indien van toepassing: een mededeling dat de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald en onder welke omstandigheden de beleggingsinstelling dat kan opschorten.
2.
Indien de beleggingsinstelling ten minste 95 procent van het beheerde vermogen indirect belegt in een andere beleggingsinstelling is het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, c, d en e van overeenkomstige toepassing met betrekking tot die andere beleggingsinstelling.
3.
Onverminderd artikel 379, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vermeldt de beleggingsinstelling onder de overige gegevens, bedoeld in artikel 43, eerste lid, het totale persoonlijke belang dat de bestuurders van de beheerder of de beleggingsmaatschappij bij iedere belegging van de beleggingsinstelling aan het begin en het einde van het boekjaar hebben gehad.
1.
Onverminderd de artikelen 43, tweede lid, en 45, eerste lid, bevat de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van een beleggingsinstelling de volgende gegevens:
a. voor zover van toepassing: de kosten van oprichting van de beleggingsinstelling, de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de beleggingsinstelling en welk gedeelte ten goede is gekomen aan de beheerder, de bewaarder, de bestuurders van de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder, of aan met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen;
b. de naar soort onderscheiden kosten gemoeid met:
1°. het beheer van de beleggingsinstelling;
2°. de bewaring van activa van de beleggingsinstelling;
3°. de accountant;
4°. het toezicht op de beleggingsinstelling; en
5°. de marketing, inclusief de berekeningsgrondslag, en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de beleggingsinstelling;
c. de transactiekosten die geïdentificeerd en gekwantificeerd kunnen worden en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de beleggingsinstelling;
d. indien van toepassing: de kosten die zijn gemaakt of vergoedingen die zijn gevraagd in verband met het in- en uitlenen van financiële instrumenten en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de beleggingsinstelling onderscheidenlijk aan wie deze vergoedingen ten goede zijn gekomen;
e. indien van toepassing: de kosten voor het verlenen van opdrachten aan derden om een of meer werkzaamheden in het kader van het beheer van de beleggingsinstelling of de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling te verrichten en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de beleggingsinstelling;
f. het totaal betaalde bedrag aan vergoedingen voor het aanbrengen van deelnemers indien dit bedrag hoger is dan één tiende procent van het gemiddelde beheerde vermogen van de beleggingsinstelling, de wijze waarop dit bedrag ten laste is gekomen van het resultaat, in mindering is gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste is gekomen van de deelnemers in de beleggingsinstelling en, indien van toepassing, de namen van met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen aan wie deze aanbrengprovisies ten goede zijn gekomen;
g. alle andere dan in onderdeel a tot en met f bedoelde naar soort onderscheiden kosten die hoger zijn dan tien procent van de totale kosten, inclusief de berekeningsgrondslag, en de wijze waarop deze kosten ten laste zijn gekomen van het resultaat, in mindering zijn gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste zijn gekomen van de deelnemers in de beleggingsinstelling;
h. de wijze waarop de op- en afslagen zijn berekend, aan wie de op- en afslagen ten goede zijn gekomen en, voor zover van toepassing, de wijze waarop zij zijn verwerkt in de jaarrekening;
i. de overige eenmalige kosten die deelnemers in de beleggingsinstelling betalen bij in- en uittreding, inclusief de berekeningsgrondslag;
j. een vergelijkend overzicht van de naar soort onderscheiden volgens het prospectus, bedoeld in artikel 41, te maken kosten en de daadwerkelijk gemaakte kosten;
k. de naar soort onderscheiden kosten die voortvloeien uit directe of indirecte beleggingen in andere beleggingsinstellingen;
l. het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling gerelateerd aan haar gemiddelde intrinsieke waarde, onder vermelding van de kosten die daarbij buiten beschouwing zijn gelaten; indien de beleggingsinstelling gemiddeld tien procent of meer van haar vermogen direct of indirect in andere beleggingsinstellingen belegt, worden de kosten van de andere beleggingsinstellingen meegenomen bij het bepalen van het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling of wordt vermeld dat en waarom het niet mogelijk is de kosten van een andere beleggingsinstelling mee te nemen, alsmede dat de kosten van de betreffende andere beleggingsinstelling van invloed zijn op het resultaat van de beleggingsinstelling;
m. indien de beleggingsinstelling 99 procent van het beheerde vermogen belegt in een andere beleggingsinstelling: het niveau van de kosten van de andere beleggingsinstelling gerelateerd aan de gemiddelde intrinsieke waarde van de andere beleggingstelling, onder vermelding van de kosten die daarbij buiten beschouwing zijn gelaten;
n. indien van toepassing: de retourprovisies die niet ten goede zijn gekomen aan de beleggingsinstelling en aan wie deze retourprovisies ten goede zijn gekomen;
o. indien van toepassing: de door de beheerder, de bestuurders van de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder, de bewaarder, de met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen of derden voor het uitvoeren van opdrachten ten behoeve van de beleggingsinstelling ontvangen of in het vooruitzicht gestelde goederen; en
p. de omloopsnelheid van de activa en een vergelijking met de in het voorgaande boekjaar gerealiseerde omloopsnelheid van de activa.
2.
Indien de beleggingsinstelling ten minste 95 procent van het beheerde vermogen indirect belegt in een andere beleggingsinstelling is het eerste lid, aanhef en onderdeel m, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot die andere beleggingsinstelling.
3.
Het eerste lid, onderdeel p, is niet van toepassing op beleggingsinstellingen die uitsluitend of vrijwel uitsluitend beleggen in onroerend goed.
4.
De toezichthouder stelt regels met betrekking tot de wijze waarop inzicht wordt verschaft in het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdelen l en m, en de daaraan ten grondslag liggende berekening en de wijze van berekening van de omloopsnelheid van de activa, bedoeld in het eerste lid, onderdeel p.
5.
Onverminderd artikel 43, tweede lid, bevat de toelichting op de balans en de winst en verliesrekening van een beheerder ten minste de volgende gegevens:
a. indien van toepassing: de door de beheerder of de bestuurders van de beheerder ontvangen retourprovisies;
b. indien van toepassing: de door de beheerder of de bestuurders van de beheerder voor het uitvoeren van opdrachten ten behoeve van de beheerder of de door de beheerder beheerde beleggingsinstellingen ontvangen of in het vooruitzicht gestelde goederen; en
c. de vergoedingen die zijn ontvangen in verband met het in- en uitlenen van financiële instrumenten van de door de beheerder beheerde beleggingsinstellingen.
6.
De in het eerste en vijfde lid bedoelde gegevens worden cijfermatig en tekstueel toegelicht.
7.
In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beheerder en de beleggingsinstelling worden de in het vijfde onderscheidenlijk het eerste lid bedoelde gegevens in één paragraaf opgenomen.
1.
Onverminderd de artikelen 43, tweede lid, 45, eerste lid, en 46, eerste lid, vermeldt een beleggingsinstelling in de toelichting op de balans en de winst en verliesrekening:
a. indien van toepassing: de met de met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen aangegane overeenkomsten en een beschrijving van de hoofdlijnen van die overeenkomsten;
b. welk percentage van het totale transactievolume van de beleggingsinstelling is uitgevoerd via de met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen;
c. indien van toepassing: een opsomming van de soorten transacties die via de met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen zijn uitgevoerd en de voorwaarden waaronder die transacties plaatsvinden. Indien een transactie met een gelieerde partij niet tegen marktconforme voorwaarden heeft plaatsgevonden wordt tevens de naam van de gelieerde partij, de prijs, de relevante voorwaarden, de getaxeerde waarde en de reden voor niet marktconform handelen vermeld;
d. indien van toepassing: het totaalbedrag gemoeid met transacties met de met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen buiten een gereglementeerde markt, een effectenbeurs of een andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt;
e. indien van toepassing: dat de beleggingsinstelling direct of indirect belegt in een andere beleggingsmaatschappij die een met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partij is of in een andere beleggingsinstelling die beheerd wordt door een met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partij en onder welke voorwaarden verkoop of inkoop van, alsmede terugbetaling op de rechten van deelneming in de andere beleggingsinstelling plaatsvindt;
f. indien van toepassing: beleggingen in met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen, niet zijnde beleggingsinstellingen, die meer dan tien procent van het vermogen van de gelieerde partij of van het beheerde vermogen van de beleggingsinstelling uitmaken, met een uiteenzetting van de relatie met de gelieerde partijen en het land van vestiging van de betreffende gelieerde partijen indien dit niet Nederland is;
g. indien opdracht aan een of meer derden is verleend om een of meer werkzaamheden in het kader van het beheer of de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling te verrichten: de naam van de derde(n) en een beschrijving van de werkzaamheden ten aanzien waarvan opdracht is verleend;
h. indien financiële instrumenten worden in- of uitgeleend:
1°. de waarde van de in- en uitgeleende financiële instrumenten; deze informatie dient in de toelichting op de balans onder de balanspost financiële instrumenten te worden vermeld; en
2°. de zekerheden die de beleggingsinstelling heeft verkregen;
i. indien de beleggingsinstelling gemiddeld twintig procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling:
1°. waar de jaarrekening en het jaarverslag van de andere beleggingsinstelling verkrijgbaar zijn;
2°. of en zo ja, waar de beleggingsinstelling onder toezicht staat;
3°. het relatieve belang van de beleggingsinstelling in de andere beleggingsinstelling;
4°. de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming in de andere beleggingsinstelling aan het einde van het boekjaar;
5°. een beschrijving van het beleggingsresultaat van de andere beleggingsinstelling; en
6°. indien van toepassing: de afspraken tussen de beleggingsinstelling en de andere beleggingsinstelling over de deling van kosten en aan wie het voordeel ten goede is gekomen;
j. indien de beleggingsinstelling 99 procent van het beheerde vermogen belegt in een andere beleggingsinstelling: het beleggingsbeleid van de andere beleggingsinstelling; en
k. een verklaring van de beheerder dat hij voor de beleggingsinstelling beschikt over een beschrijving van de administratieve organisatie en systeem van interne controle als bedoeld in artikel 8 die voldoet aan de eisen van de wet en dit besluit en dat de administratieve organisatie en het systeem van interne controle effectief en overeenkomstig de beschrijving functioneren.
2.
Indien de beleggingsinstelling ten minste 95 procent van het beheerde vermogen indirect belegt in een andere beleggingsinstelling is het eerste lid, aanhef en onderdeel j, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot die andere beleggingsinstelling.
3.
De toezichthouder kan op verzoek van de beleggingsinstelling een ontheffing verlenen van het eerste lid, onderdeel i, indien de noodzakelijke gegevens niet of niet tijdig beschikbaar zijn. In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beleggingsinstelling wordt vermeld ten aanzien van welke andere beleggingsinstelling ontheffing is verleend, welke informatie niet beschikbaar is en de reden waarom deze informatie niet beschikbaar is.
4.
De toezichthouder kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop en de vorm waarin de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt opgenomen in de jaarrekening.
1.
De halfjaarcijfers van een beleggingsinstelling bevatten ten minste de volgende gegevens:
a. de balans en winst- en verliesrekening, alsmede een mutatie-overzicht van het eigen vermogen van de beleggingsmaatschappij of van het beheerde vermogen van het beleggingsfonds met inachtneming, voor zover de aard van deze stukken dat toelaat, van de bepalingen van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een overzicht van de samenstelling van de activa van de beleggingsinstelling;
c. een opgave van de intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling en het aantal uitstaande rechten van deelneming en de intrinsieke waarde per recht van deelneming;
d. indien van toepassing: de vermelding, bedoeld in artikel 45, derde lid;
e. indien van toepassing: een mededeling dat de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald en onder welke omstandigheden de beleggingsinstelling dat kan opschorten; en
f. indien van toepassing: een mededeling dat de beleggingsinstelling interim-dividend heeft uitgekeerd of voornemens is dat te doen.
2.
De halfjaarcijfers van een beheerder bevatten ten minste de balans en winst- en verliesrekening, alsmede een mutatieoverzicht van het eigen vermogen met inachtneming, voor zover de aard van deze stukken dat toelaat, van de bepalingen van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van artikel 403.
3.
Indien de halfjaarcijfers van de beheerder of de beleggingsinstelling door een accountant zijn onderzocht, wordt diens verklaring gevoegd bij de stukken die ingevolge artikel 44, vierde lid, aan de toezichthouder worden gezonden.
1.
Een beheerder verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs desgevraagd aan een ieder:
a. de gegevens omtrent de beheerder, de door hem beheerde beleggingsinstellingen en de bewaarders die aan de beleggingsinstellingen zijn verbonden welke ingevolge enig wettelijk voorschrift in het handelsregister moeten worden opgenomen; en
b. de overeenkomst, bedoeld in artikel 9 of artikel 18.
2.
Een beheerder legt een afschrift van zijn vergunning kosteloos ter inzage voor de deelnemers in de beleggingsinstelling en verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs desgevraagd een afschrift aan de deelnemers. De beheerder verstrekt tevens tegen ten hoogste de kostprijs desgevraagd aan de deelnemers in de beleggingsinstelling een afschrift van een ingevolge artikel 12, vierde lid, van de wet, door de toezichthouder genomen besluit met betrekking tot de door de hem beheerde beleggingsinstellingen.
3.
Een beheerder stelt ten behoeve van de deelnemers in de beleggingsinstelling maandelijks een opgave met toelichting van de hierna te noemen gegevens op, waarbij tussen de tijdstippen van opstelling een periode van ten minste een week ligt. De opgave is, indien van toepassing, mede door de bewaarder ondertekend en bevat ten minste de volgende gegevens:
a. de totale waarde van de beleggingen van de beleggingsinstelling;
b. een overzicht van de samenstelling van de beleggingen;
c. het aantal uitstaande rechten van deelneming;
d. voor zover het betreft een beleggingsinstelling waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald: de meest recente intrinsieke waarde van de rechten van deelneming.
De beheerder verstrekt tegen ten hoogste de kostprijs desgevraagd een afschrift van de opgave aan de deelnemers in de beleggingsinstelling.
4.
Een beleggingsinstelling deelt desgevraagd aan een ieder de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming mee. De intrinsieke waarde wordt bepaald op het meest recente moment van in- en uittreden van deelnemers in de beleggingsinstelling.
1.
Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder behoort niet tot een groep waarbinnen de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de beheerder, de beleggingsinstellingen of de bewaarder.
2.
Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder is niet in een groep verbonden met een natuurlijke persoon of een rechtspersoon indien het recht van een staat die geen lidstaat is, dat op die persoon van toepassing is een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de beheerder, de beleggingsinstellingen of de bewaarder.
Inhoudsopgave
+ § I. Inleidende bepalingen
+ § II. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 5, eerste lid, en 9, tweede lid, van de wet
+ § III. Bepalingen ter uitvoering van artikel 6, eerste en zesde lid, van de wet
- § IV. Bepalingen ter uitvoering van artikel 12, eerste, tweede en zevende lid, van de wet
+ § V. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 6, vijfde lid, en 12, derde lid, van de wet
+ § VI. Bepaling ter uitvoering van artikel 17a, zevende lid, van de wet
+ § VII. Bepalingen ter uitvoering van artikel 17c van de wet
+ § VIII. Bepaling ter uitvoering van artikel 33d, eerste lid, van de wet
+ § IX. Wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 33d, eerste lid, van de wet en van andere besluiten
+ § X. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht