1.
Het buitenlands inkomen uit een andere Mogendheid bestaat uit het gezamenlijke bedrag van hetgeen de belastingplichtige als bestanddeel van het inkomen uit die Mogendheid geniet als:
a. zuivere winst uit buitenlandse onderneming, zijnde een onderneming die, of het gedeelte van een onderneming dat, wordt gedreven met behulp van een vaste inrichting of van een vaste vertegenwoordiger binnen het gebied van de andere Mogendheid;
b. zuivere opbrengst uit arbeid ter zake van het binnen het gebied van de andere Mogendheid in privaatrechtelijke dienstbetrekking verrichten of hebben verricht van arbeid;
c. zuivere opbrengst uit arbeid ter zake van het in publiekrechtelijke dienstbetrekking tot een binnen het gebied van de andere Mogendheid gevestigde publiekrechtelijke rechtspersoon verrichten of hebben verricht van arbeid, waarbij deze opbrengst ten laste komt van die rechtspersoon of van een door zulk een rechtspersoon in het leven geroepen fonds;
d. zuivere opbrengst van rechten op periodieke uitkeringen en verstrekkingen op grond van een publiekrechtelijke regeling ten laste van een binnen het gebied van de andere Mogendheid gevestigde publiekrechtelijke rechtspersoon of van een door een zodanige rechtspersoon in het leven geroepen fonds,
voor zover deze inkomensbestanddelen zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege die andere Mogendheid wordt geheven.
2.
Bij het bepalen van de winst uit een buitenlandse onderneming worden aan die buitenlandse onderneming de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen, indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is.
3.
De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde zuivere opbrengst uit arbeid wordt bij arbeid die korter dan dertig dagen aaneengesloten binnen het gebied van de andere Mogendheid is verricht, alleen beschouwd te zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege die Mogendheid wordt geheven indien blijkt dat ter zake hiervan aan die Mogendheid belasting is betaald.
4.
In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel c, is, indien de aldaar bedoelde opbrengst uit arbeid wordt genoten ter zake van het verrichten of verricht hebben van arbeid ten behoeve van een onderneming, op deze opbrengst uit arbeid het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, van toepassing.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Reikwijdte en definities
- Hoofdstuk 2. Inkomstenbelasting
+ Hoofdstuk 3. Loonbelasting
+ Hoofdstuk 4. Kansspelbelasting
+ Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht