1.
Indien een zeeschip blijkens de openbare registers, bedoeld in titel 1, afdeling 2, van Boek 3 aan twee of meer personen gezamenlijk toebehoort, bestaat tussen hen een rederij. Wanneer de eigenaren van het schip onder een gemeenschappelijke naam optreden bestaat slechts een rederij, indien zulks uitdrukkelijk bij akte is overeengekomen en deze akte in die registers is ingeschreven.
2.
De rederij is geen rechtspersoon.
Artikel 161
Iedere mede-eigenaar is van rechtswege lid der rederij. Wanneer een lid ophoudt eigenaar te zijn, eindigt zijn lidmaatschap van rechtswege.
Artikel 162
De leden der rederij moeten zich jegens elkander gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en de billijkheid wordt gevorderd.
Artikel 163
In iedere rederij kan een boekhouder worden aangesteld. Een vennootschap is tot boekhouder benoembaar.
Artikel 164
De boekhouder kan slechts met toestemming van de leden der rederij overgaan tot enige buitengewone herstelling van het schip of tot benoeming of ontslag van een kapitein.
Artikel 165
De boekhouder geeft aan ieder lid der rederij op diens verlangen kennis en opening van alle aangelegenheden de rederij betreffende en inzage van alle boeken, brieven en documenten, op zijn beheer betrekking hebbende.
Artikel 166
De boekhouder is verplicht, zo dikwijls een ter zake mogelijk bestaand gebruik dit meebrengt, doch in ieder geval telkens na verloop van een jaar en bij het einde van zijn beheer, binnen zes maanden aan de leden der rederij rekening en verantwoording te doen van zijn beheer met overlegging van alle bewijsstukken daarop betrekking hebbende. Hij is verplicht aan ieder van hen uit te keren wat hem toekomt.
Artikel 167
Ieder lid der rederij is verplicht de rekening en verantwoording van de boekhouder binnen drie maanden op te nemen en te sluiten.
Artikel 168
De goedkeuring der rekening en verantwoording door de meerderheid van de leden der rederij bindt slechts hen, die daartoe hebben meegewerkt, behoudens dat zij ook een lid dat aan de rekening en verantwoording niet heeft meegewerkt, bindt, wanneer dit lid nalaat de rekening en verantwoording in rechte te betwisten binnen één jaar, nadat hij daarvan heeft kunnen kennis nemen en nadat de goedkeuring door de meerderheid hem schriftelijk is meegedeeld.
1.
De betrekking van de boekhouder eindigt, indien over hem een provisionele bewindvoerder is benoemd, hij onder curatele is gesteld, ter zake van krankzinnigheid in een gesticht is geplaatst, in staat van faillissement is verklaard, hij niet langer de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bezit of buiten het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gaat wonen.
2.
De betrekking van een vennootschap als boekhouder eindigt indien deze vennootschap ophoudt een rechtspersoon te zijn met de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, als bedoeld in de Rijksregelgeving ter zake van de nationaliteit van schepen.
1.
Is de boekhouder lid der rederij, dan heeft hij, indien de leden zijn betrekking doen eindigen of hem een dringende reden hebben gegeven op grond waarvan hij zijnerzijds de betrekking doet eindigen, het recht te verlangen, dat zijn aandeel door de overige leden wordt overgenomen tegen zodanige prijs als deskundigen het op het tijdstip, waarop hij de overneming verlangt, waard zullen achten. Hij heeft dit recht niet, indien hij aan de leden der rederij een dringende reden heeft gegeven op grond waarvan zij de betrekking doen eindigen.
2.
Hij moet van zijn verlangen tot overneming kennis geven aan de leden der rederij binnen een maand, nadat zijn betrekking is geëindigd. Wanneer aan zijn verlangen niet binnen een maand is voldaan of wanneer niet binnen twee weken na het overnemen van zijn aandeel de daarvoor bepaalde prijs aan hem is voldaan, kan de rechter op een binnen twee maanden door de boekhouder gedaan verzoek bevelen dat het schip wordt verkocht. De wijze van verkoop wordt door de rechter bepaald.
3.
Door ieder van hen die tot de overneming verplicht zijn, wordt van het overgenomen aandeel een gedeelte verkregen, evenredig aan zijn aandeel in het schip.
1.
Alle besluiten, de aangelegenheden der rederij betreffende, worden genomen bij meerderheid van stemmen van de leden der rederij.
2.
Het kleinste aandeel geeft één stem; ieder groter aandeel zoveel stemmen als het aantal malen, dat in dit aandeel het kleinste begrepen is.
3.
Besluiten tot:
a. aanstelling van een boekhouder, die buiten het grondgebied van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte woont, niet is lid der rederij, niet de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bezit of een vennootschap is, niet zijnde een rechtspersoon met de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, als bedoeld in de Rijksregelgeving ter zake van de nationaliteit van schepen,
b. uitbreiding van de bevoegdheid van de boekhouder buiten de grenzen getrokken door artikel 178, eerste lid,
c. het sluiten, voor meer dan zes maanden, van een rompbevrachting, een tijdbevrachting of een overeenkomst, bedoeld in artikel 531,
d. ontbinding der rederij tijdens de loop van een overeenkomst tot vervoer, van een overeenkomst waarbij het schip ter beschikking van een ander is gesteld, of van een ter visvangst ondernomen reis,
e. de gehele of gedeeltelijke overdracht van een aandeel in het schip, waardoor dit de hoedanigheid van Nederlands schip zou verliezen, vereisen eenstemmigheid.
1.
Op rederijen van ten minste 20 kubieke meters bruto-inhoud metende, langs de kust varende schepen, is artikel 171, derde lid, niet van toepassing.
Besluiten tot aanstelling van een boekhouder die niet is lid van de rederij, tot verkoop van het schip anders dan in het openbaar en tot ontbinding van de rederij tijdens de duur van een ondernomen reis, vereisen bij deze rederijen eenstemmigheid.
2.
Op rederijen van minder dan 20 kubieke meters bruto-inhoud metende schepen, zijn de artikelen 166 tot en met 168, 171, derde lid, 174, 179 en 180 niet van toepassing. Besluiten tot aanstelling van een boekhouder die niet is lid van de rederij en tot verkoop van het schip anders dan in het openbaar, vereisen bij deze rederijen eenstemmigheid.
Artikel 173
Indien ten gevolge van staking der stemmen de exploitatie van het schip wordt belet, kan de rechter op een binnen twee maanden door een lid der rederij gedaan verzoek bevelen dat het schip wordt verkocht. De wijze van verkoop wordt door de rechter bepaald.
1.
Indien is besloten omtrent enige buitengewone herstelling van het schip, omtrent benoeming of ontslag van de kapitein, dan wel omtrent het aangaan van een vervoerovereenkomst waarbij het schip ter beschikking van een ander wordt gesteld, kan ieder lid der rederij, dat tot het besluit niet heeft meegewerkt of daartegen heeft gestemd, verlangen dat zij die vóór het besluit hebben gestemd, zijn aandeel overnemen tegen zodanige prijs, als deskundigen het op het tijdstip, waarop hij de overneming verlangt, waard zullen achten. Hij moet van zijn verlangen tot overneming kennisgeven aan de boekhouder of, indien er geen boekhouder is, aan hen, die voorstemden, binnen een maand nadat het besluit te zijner kennis is gebracht. Wanneer aan zijn verlangen niet binnen een maand is voldaan of wanneer niet binnen twee weken na het overnemen van zijn aandeel de daarvoor bepaalde prijs aan hem is voldaan, kan de rechter op een binnen twee maanden door het lid der rederij gedaan verzoek bevelen dat het schip wordt verkocht. De wijze van verkoop wordt door de rechter bepaald.
2.
Door ieder van hen die tot de overneming verplicht zijn, wordt van het overgenomen aandeel een gedeelte verkregen, evenredig aan zijn aandeel in het schip.
Artikel 175
Indien anders dan door overdracht van een aandeel in het schip, dit schip zou ophouden een Nederlands schip te zijn in de zin van de Rijksregelgeving ter zake van de nationaliteit van schepen, kan de rechter, op een binnen twee maanden door een lid der rederij gedaan verzoek, bevelen, dat het aandeel in het schip wordt verkocht. De wijze van verkoop wordt door de rechter bepaald. Het aandeel mag alleen worden toegewezen aan een gegadigde, door wiens verkrijging het schip weer een Nederlands schip is in de zin van de Rijksregelgeving ter zake van de nationaliteit van schepen.
Artikel 176
De leden der rederij moeten naar evenredigheid van hun aandeel bijdragen tot de uitgaven der rederij, waartoe bevoegdelijk is besloten.
Artikel 177
De leden der rederij delen in de winst en het verlies naar evenredigheid van hun aandeel in het schip.
1.
Is een boekhouder aangesteld, dan is hij, onverminderd artikel 360, eerste lid, en met uitsluiting van ieder lid der rederij, in alles wat de normale exploitatie van het schip meebrengt, bevoegd voor de rederij met derden te handelen en de rederij te vertegenwoordigen.
2.
Indien de rederij in het handelsregister is ingeschreven kunnen beperkingen van de bevoegdheid van de boekhouder aan derden die daarvan onkundig waren, niet worden tegengeworpen, tenzij deze beperkingen uit dat register blijken. Is de rederij niet in het handelsregister ingeschreven, dan kunnen beperkingen van de bevoegdheid van de boekhouder aan derden slechts worden tegengeworpen, wanneer hun die bekend waren.
3.
De boekhouder heeft alle verplichtingen na te komen, die de wet de reder oplegt.
Artikel 179
Indien de rederij in het handelsregister is ingeschreven, kunnen de aanstelling van een boekhouder of het eindigen van diens betrekking aan derden, die daarvan onkundig waren, niet worden tegengeworpen zolang niet inschrijving daarvan in het handelsregister heeft plaats gehad. Is de rederij niet in het handelsregister ingeschreven dan kunnen de aanstelling van een boekhouder of het eindigen van diens betrekking aan derden slechts worden tegengeworpen wanneer dit hun bekend was.
1.
Indien er geen boekhouder is, alsmede in geval van ontstentenis of belet van de boekhouder, wordt de rederij vertegenwoordigd en kan voor haar worden gehandeld door een of meer harer leden, mits alleen of te zamen eigenaars zijnde van meer dan de helft van het schip.
2.
In de gevallen, genoemd in het eerste lid, kunnen handelingen, die geen uitstel kunnen lijden, zo nodig door ieder lid zelfstandig worden verricht en is ieder lid bevoegd ten behoeve van de rederij verjaring te stuiten.
Artikel 181
Voor de verbintenissen van de rederij zijn haar leden aansprakelijk, ieder naar evenredigheid van zijn aandeel in het schip.
Artikel 182
De rederij wordt niet ontbonden door de dood van een harer leden noch door diens faillissement of plaatsing onder curatele.
Artikel 183
Het lidmaatschap der rederij kan niet worden opgezegd; evenmin kan een lid van het lidmaatschap der rederij worden vervallen verklaard.
Artikel 184
Indien tot ontbinding der rederij is besloten, moet het schip worden verkocht. Indien binnen twee maanden na het besluit het schip nog niet is verkocht, kan de rechter op een binnen twee maanden door een lid der rederij gedaan verzoek, bevelen tot deze verkoop over te gaan. De wijze van verkoop wordt door de rechter bepaald. Een besluit tot verkoop of een ingevolge artikel 170, artikel 173 of artikel 174 gegeven bevel tot verkoop van het schip staat gelijk met een besluit tot ontbinding der rederij.
1.
Na ontbinding blijft de rederij bestaan voor zover dit tot haar vereffening nodig is.
2.
De boekhouder, zo die er is, is met de vereffening belast.
Artikel 186
Nietig is ieder beding, waarbij wordt afgeweken van de artikelen 161 tot en met 163, 169, 170, eerste en tweede lid, 178, derde lid, 180, 182 en 183.
1.
In de afdelingen 2 tot en met 5 wordt onder schepen mede verstaan schepen in aanbouw. Onder reder wordt mede verstaan de eigenaar van een zeeschip in aanbouw.
2.
Indien een schip in aanbouw een schip in de zin van artikel 1 is geworden, ontstaat daardoor niet een nieuw schip.
Artikel 191
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. de openbare registers: de openbare registers, bedoeld in titel 1, afdeling 2, van Boek 3;
b. het register: het register bedoeld in artikel 193.
Artikel 192
De in deze afdeling aan de reder opgelegde verplichtingen rusten, indien het schip toebehoort aan meer personen, aan een vennootschap onder firma, aan een commanditaire vennootschap, aan een vereniging, of aan een rechtspersoon, mede op iedere mede-eigenaar, beherende vennoot of bestuurder.
Artikel 193
Er wordt een afzonderlijk openbaar register gehouden voor de teboekstelling van zeeschepen, dat deel uitmaakt van de openbare registers.
1.
Teboekstelling is slechts mogelijk:
a. van een in aanbouw zijnd zeeschip: indien het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in aanbouw is;
b. van een afgebouwd zeeschip: indien het een Nederlands schip is in de zin van de Rijksregelgeving ter zake van de nationaliteit van schepen.
Teboekstelling is slechts mogelijk ten aanzien van pleziervaartuigen in de niet-bedrijfsmatige vaart.
2.
Teboekstelling is niet mogelijk van een zeeschip dat reeds teboekstaat in het register of in enig soortgelijk register buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
3.
In afwijking van het tweede lid is teboekstelling van een zeeschip dat in een register buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba teboekstaat mogelijk, wanneer dit schip, nadat de teboekstelling ervan in dat register is doorgehaald, een Nederlands schip in de zin van de Rijksregelgeving ter zake van de nationaliteit van schepen zal zijn. Deze teboekstelling heeft evenwel slechts rechtsgevolg, wanneer zij binnen 30 dagen is gevolgd door aantekening in het register, dat de teboekstelling in het register buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is doorgehaald, of wanneer, in geval de bewaarder van een register buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ondanks daartoe schriftelijk tot hem gericht verzoek doorhaling weigert, van dit verzoek en van het feit dat er geen gevolg aan is gegeven, aantekening in het register in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is geschied.
4.
De teboekstelling wordt verzocht door de reder van het zeeschip. Hij moet daarbij overleggen een door hem ondertekende verklaring, dat naar zijn beste weten het schip voor teboekstelling als zeeschip vatbaar is. Indien het een verzoek tot teboekstelling als zeeschip in aanbouw betreft, gaat deze verklaring vergezeld van een bewijs dat het schip in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in aanbouw is. Indien het een verzoek tot teboekstelling als zeeschip, niet zijnde een zeeschip in aanbouw, betreft, behoeft deze verklaring de goedkeuring van de ter zake van het vervoer verantwoordelijke minister.
5.
De teboekstelling in het register heeft geen rechtsgevolg, wanneer aan de vereisten van het eerste tot en met het vierde lid niet is voldaan.
6.
Bij het verzoek tot teboekstelling wordt woonplaats gekozen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Deze woonplaats wordt in het verzoek tot teboekstelling vermeld en kan door een andere in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gelegen woonplaats worden vervangen.
1.
De teboekstelling wordt slechts doorgehaald:
a. op verzoek van degene die in de openbare registers als reder vermeld staat;
b. op aangifte van de reder of ambtshalve:
als het schip is vergaan, gesloopt is of blijvend ongeschikt voor drijven is geworden;
als van het schip gedurende zes maanden na het laatste uitvaren of de dag, waartoe zich de laatst ontvangen berichten uitstrekken, in het geheel geen tijding is aangekomen, zonder dat dit aan een algemene storing in de berichtgeving kan worden geweten;
als het schip door rovers of vijanden is genomen;
als het schip niet of niet meer de hoedanigheid van een Nederlands schip heeft. Wanneer het schip de hoedanigheid van een Nederlands schip heeft verloren door toewijzing na een executie buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, vindt doorhaling slechts plaats, wanneer hetzij de reder, degenen van wier recht uit een inschrijving blijkt en de beslagleggers gelegenheid hebben gehad hun rechten op de opbrengst geldend te maken en hun daartoe ook feitelijk de gelegenheid is gegeven hetzij deze personen hun toestemming tot de doorhaling verlenen of hun vorderingen zijn voldaan.
2.
In de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gevallen is de reder tot het doen van aangifte verplicht binnen drie maanden nadat de reden tot doorhaling zich heeft voorgedaan.
3.
Wanneer ten aanzien van het schip inschrijvingen of voorlopige aantekeningen ten gunste van derden bestaan, geschiedt doorhaling slechts, wanneer geen dezer derden zich daartegen verzet.
4.
Doorhaling geschiedt slechts na op verzoek van de meest gerede partij verleende machtiging van de rechter.
1.
Zolang de teboekstelling in het register niet is doorgehaald heeft teboekstelling van een zeeschip in een register buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of vestiging buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van rechten daarop, voor vestiging waarvan in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba inschrijving in de openbare registers vereist zou zijn geweest, geen rechtsgevolg.
2.
In afwijking van het eerste lid wordt een teboekstelling of vestiging van rechten als daar bedoeld erkend, wanneer deze geschiedde onder voorwaarde van doorhaling van de teboekstelling in het register in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba binnen 30 dagen na de teboekstelling van het schip in het register buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 197
De enige zakelijke rechten, waarvan een in het register teboekstaand zeeschip het voorwerp kan zijn, zijn de eigendom, de hypotheek, het vruchtgebruik en de in artikel 211 en artikel 217, eerste lid, onderdeel b, bedoelde voorrechten.
1.
Een in het register teboekstaand zeeschip is een registergoed.
2.
Bij toepassing van artikel 301 van Boek 3 ter zake van akten die op de voet van artikel 89, eerste en vierde lid, van Boek 3 zijn bestemd voor de levering van zodanig zeeschip, kan de in het eerstgenoemd artikel bedoelde uitspraak van de rechter van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet worden ingeschreven, zolang zij niet in kracht van gewijsde is gegaan.
Artikel 201
Eigendom, hypotheek en vruchtgebruik op een teboekstaand zeeschip worden door een bezitter te goeder trouw verkregen door een onafgebroken bezit van vijf jaren.
Artikel 202
Onverminderd artikel 260, eerste lid, van Boek 3 wordt in de notariële akte waarbij hypotheek wordt verleend op een teboekstaand zeeschip of op een recht waaraan een zodanig schip is onderworpen, duidelijk het aan de hypotheek onderworpen schip vermeld.
Artikel 203
Behoudens afwijkende, uit de openbare registers blijkende, bedingen omvat de hypotheek de zaken die uit hoofde van hun bestemming blijvend met het schip zijn verbonden en die toebehoren aan de reder van het schip. Artikel 266 van Boek 3 is niet van toepassing.
Artikel 204
De door hypotheek gedekte vordering neemt rang na de vorderingen, bedoeld in de artikelen 210, 211, 221, 222, eerste lid, doch vóór alle andere vorderingen, waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend.
Artikel 205
Indien de vordering rente draagt, strekt de hypotheek mede tot zekerheid voor de renten der hoofdsom, vervallen gedurende de laatste drie jaren voorafgaand aan het begin van de uitwinning en gedurende de loop hiervan. Artikel 263 van Boek 3 is niet van toepassing.
Artikel 206
Op hypotheek op een aandeel in een teboekstaand zeeschip is artikel 177 van Boek 3 niet van toepassing; de hypotheek blijft na vervreemding of toedeling van het schip in stand.
1.
Artikel 264, eerste en tweede lid, van Boek 3, is in geval van een hypotheek waaraan een teboekstaand zeeschip is onderworpen, mede van toepassing op bevrachtingen.
2.
De artikelen 234 en 261 van Boek 3 zijn op een zodanige hypotheek niet van toepassing.
Artikel 208
In geval van vruchtgebruik op een teboekstaand zeeschip zijn de bepalingen van artikel 217 van Boek 3 mede van toepassing op bevrachting voor zover die bepalingen niet naar hun aard uitsluitend op huur van bedrijfsruimte of huur van woonruimte van toepassing zijn.
1.
In geval van uitwinning van een zeeschip worden de kosten van uitwinning of verkoop, alsmede de kosten van gerechtelijke rangregeling en verdeling van de opbrengst onder de schuldeisers uit de opbrengst van de verkoop voldaan boven alle andere vorderingen, waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend.
2.
In geval van verkoop van een gestrand, onttakeld of gezonken zeeschip, dat de overheid in het openbaar belang heeft doen opruimen, worden de kosten der wrakopruiming uit de opbrengst van de verkoop voldaan boven alle andere vorderingen, waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend.
3.
De in het eerste en het tweede lid bedoelde vorderingen staan in rang gelijk en worden ponds-pondsgewijs betaald.
Artikel 210a
Artikel 292 van Boek 3 en artikel 56, tweede lid, eerste zin, derde lid en vierde lid, van de Faillissementswet BES, zijn op zeeschepen niet van toepassing.
Artikel 211
Boven alle andere vorderingen waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend, zijn, behoudens artikel 210, op een zeeschip bevoorrecht:
a. in geval van beslag: de vorderingen ter zake van kosten na het beslag gemaakt tot behoud van het schip, daaronder begrepen de kosten van herstellingen, die onontbeerlijk waren voor het behoud van het schip;
b. de vorderingen ontstaan uit de arbeidsovereenkomsten van de kapitein of de andere leden der bemanning, met dien verstande dat de vorderingen met betrekking tot loon, salaris of beloningen slechts bevoorrecht zijn tot op een bedrag over een tijdvak van twaalf maanden verschuldigd;
c. de vorderingen ter zake van hulpverlening alsmede ter zake van de bijdrage van het schip in avarij-grosse;
d. de loods- en havengelden en andere scheepvaartrechten.
Artikel 212
Wanneer een vordering uit hoofde van artikel 211 bevoorrecht is, zijn de renten hierop en de kosten ten einde een voor tenuitvoerlegging vatbare titel te verkrijgen gelijkelijk bevoorrecht.
1.
De bevoorrechte vorderingen, bedoeld in artikel 211, nemen rang in de volgorde, waarin zij daar zijn gerangschikt.
2.
Bevoorrechte vorderingen onder dezelfde letter vermeld, staan in rang gelijk doch de vorderingen, bedoeld in artikel 211, onderdeel c, nemen onderling rang naar de omgekeerde volgorde van de tijdstippen, waarop zij ontstonden.
3.
In rang gelijkstaande vorderingen worden ponds-pondsgewijs betaald.
Artikel 214
De voorrechten, bedoeld in artikel 211, strekken zich uit tot:
a. alle zaken die uit hoofde van hun bestemming blijvend met het schip zijn verbonden en die toebehoren aan de reder van het schip;
b. de schadevergoedingen, verschuldigd voor het verlies van het schip of voor niet herstelde beschadiging daarvan, daarbij inbegrepen dat deel van een beloning voor hulpverlening, van een beloning voor vlotbrengen of van een vergoeding in avarijgrosse, dat tegenover een zodanig verlies of beschadiging staat; dit geldt eveneens wanneer deze schadevergoedingen of vorderingen tot beloning zijn overgedragen of met pandrecht zijn bezwaard; deze schadevergoedingen omvatten echter niet vergoedingen die zijn verschuldigd krachtens een overeenkomst van verzekering van het schip, die dekking geeft tegen het risico van verlies of avarij; artikel 283 van Boek 3 is niet van toepassing.
1.
De schuldeiser, die een voorrecht heeft op grond van artikel 211, vervolgt zijn recht op het schip, in wiens handen dit zich ook bevinde.
2.
Voorrechten als bedoeld in artikel 211 kunnen worden ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in titel 1, afdeling 2, van Boek 3. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 is niet van toepassing.
Artikel 216
De vorderingen, bedoeld in artikel 211, doen een voorrecht op het schip ontstaan en zijn alsdan daarop verhaalbaar, zelfs wanneer zij zijn ontstaan tijdens de terbeschikkingstelling van het schip aan een bevrachter, dan wel tijdens de exploitatie van het schip door een ander dan de reder, tenzij aan deze de feitelijke macht over het schip door een ongeoorloofde handeling was ontnomen en bovendien de schuldeiser niet te goeder trouw was.
1.
Boven alle andere vorderingen, waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend, doch na de bevoorrechte vorderingen, bedoeld in artikel 211, na de hypothecaire vorderingen, na de vorderingen, bedoeld in artikel 222, en na de vordering van de pandhouder, zijn op een zeeschip, waaronder voor de toepassing van dit artikel niet is te verstaan een zeeschip in aanbouw, bij voorrang verhaalbaar:
a. de vorderingen die voortvloeien uit rechtshandelingen, die de reder of een rompbevrachter binden en die rechtstreeks strekken tot het in bedrijf brengen of houden van het schip, alsmede de vorderingen die tegen een uit hoofde van artikel 461 gelezen met artikel 462 als vervoerder aangemerkte persoon kunnen worden geldend gemaakt; onder rechtshandeling is hier het in ontvangst nemen van een verklaring begrepen;
b. de vorderingen, die uit hoofde van titel 6, afdeling 1, op de reder rusten;
c. de vorderingen, bedoeld in artikel 752, voor zover zij op de reder rusten.
2.
De in het eerste lid bedoelde vorderingen staan in rang gelijk en worden pondspondsgewijs betaald.
3.
De artikelen 212, 214, onderdeel a, en 216 zijn op de in het eerste lid bedoelde vorderingen van toepassing. Op de vorderingen genoemd in het eerste lid, onder a, voorzover betrekking hebbende op een scheepsreparatie, alsmede op de vorderingen genoemd in het eerste lid, onder b, is ook artikel 215 van toepassing.
4.
Artikel 283 van Boek 3 is niet van toepassing.
Artikel 218
Na de vorderingen, bedoeld in artikel 217, zijn de vorderingen, bedoeld in de artikelen 284 en 285 van Boek 3, voor zover zij dit niet zijn op grond van enig ander artikel van deze titel, op een zeeschip bij voorrang verhaalbaar.
1.
De krachtens deze afdeling verleende voorrechten gaan teniet door verloop van een jaar, tenzij de schuldeiser zijn vordering in rechte geldend heeft gemaakt. Deze termijn begint met de aanvang van de dag volgend op die, waarop de vordering opeisbaar wordt. Met betrekking tot de vordering voor hulploon begint deze termijn echter met de aanvang van de dag volgend op die, waarop de hulpverlening is beëindigd.
2.
Het voorrecht gaat teniet met de vordering.
3.
In geval van executoriale verkoop gaan de voorrechten mede teniet op het tijdstip waarop het proces-verbaal van verdeling wordt gesloten.
Artikel 220
Deze afdeling geldt onder voorbehoud van titel 15.
1.
In geval van uitwinning van zaken aan boord van een zeeschip worden de kosten van uitwinning, de kosten van bewaking daarvan tijdens deze uitwinning, alsmede de kosten van gerechtelijke rangregeling en verdeling van de opbrengst onder de schuldeisers, uit de opbrengst van de verkoop voldaan boven alle andere vorderingen, waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend.
2.
De in het eerste lid bedoelde vorderingen staan in rang gelijk en worden pondspondsgewijs betaald.
1.
Op zaken aan boord van een zeeschip zijn de vorderingen ter zake van hulpverlening en van een bijdrage van die zaken in avarij-grosse bevoorrecht. Deze vorderingen nemen daartoe rang na die welke zijn bedoeld in de artikelen 210, 211 en 221, doch vóór alle andere vorderingen, waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend.
2.
Op ten vervoer ontvangen zaken zijn bevoorrecht de vorderingen uit een met betrekking tot die zaken gesloten vervoerovereenkomst, dan wel uit artikel 488 voortvloeiend, doch slechts voor zover aan de vervoerder door artikel 489 een recht op de zaken wordt toegekend. Deze vorderingen nemen daartoe rang na die welke zijn bedoeld in het eerste lid en in artikel 204, doch vóór alle andere vorderingen, waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend.
Artikel 223
Wanneer een vordering uit hoofde van artikel 222 bevoorrecht is, zijn de renten hierop en de kosten ten einde een voor tenuitvoerlegging vatbare titel te verkrijgen gelijkelijk bevoorrecht.
1.
De vorderingen ter zake van hulpverlening of bijdrage in avarij-grosse, die bevoorrecht zijn op grond van artikel 211 of artikel 222, eerste lid, nemen onderling rang naar de omgekeerde volgorde van de tijdstippen, waarop zij ontstonden.
2.
De bevoorrechte vorderingen, bedoeld in artikel 222, tweede lid, staan in rang gelijk.
3.
De in artikel 284 van Boek 3 bedoelde vordering neemt rang na de in het eerste en het tweede lid bedoelde vorderingen, ongeacht wanneer die vorderingen zijn ontstaan.
4.
In rang gelijkstaande vorderingen worden ponds-pondsgewijs betaald.
Artikel 225
De voorrechten bedoeld in artikel 222, strekken zich uit tot de schadevergoedingen, verschuldigd voor verlies of niet herstelde beschadiging, daarbij inbegrepen dat deel van een beloning voor hulpverlening, van een beloning voor vlotbrengen of van een vergoeding in avarij-grosse, dat tegenover een zodanig verlies of beschadiging staat. Dit geldt eveneens wanneer deze schadevergoedingen of vorderingen tot beloning zijn overgedragen of met pandrecht zijn bezwaard. Deze schadevergoedingen omvatten echter niet vergoedingen die zijn verschuldigd krachtens een overeenkomst van verzekering die dekking geeft tegen het risico van verlies of avarij. Artikel 283 van Boek 3 is niet van toepassing.
Artikel 226
De in artikel 222 bedoelde vorderingen doen een voorrecht op de daar vermelde zaken ontstaan en zijn alsdan daarop bij voorrang verhaalbaar, ook al is hun eigenaar op het tijdstip, dat het voorrecht is ontstaan, niet de schuldenaar van deze vorderingen.
1.
Met de aflevering van de zaken aan de daartoe gerechtigde gaan, behalve in het geval van artikel 559, de in artikel 222 bedoelde voorrechten teniet. Zij gaan mede teniet met de vordering en door, in geval van executoriale verkoop, niet tijdig verzet te doen tegen de verdeling van de koopprijs alsmede door gerechtelijke rangregeling.
2.
Zij blijven in stand, zolang de zaken op grond van de artikelen 490 of 574 zijn opgeslagen of daarop op grond van artikel 626 of artikel 636 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES beslag is gelegd.
Artikel 228
De verkoper van brandstof voor de machines, van ketelwater, levensmiddelen of scheepsbenodigdheden kan het hem in titel 1, afdeling 8, van Boek 7 toegekende recht slechts gedurende 48 uur na het einde van de levering uitoefenen, doch zulks ook indien deze zaken zich bevinden in handen van de reder, een rompbevrachter of een tijdbevrachter van het schip.
1.
De afdelingen 2 tot en met 4 zijn niet van toepassing op zeeschepen die toebehoren aan de Staat, een der openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of enig ander openbaar lichaam en uitsluitend bestemd zijn voor de uitoefening van:
a. de openbare macht of
b. niet-commerciële overheidsdienst.
2.
De beschikking waarbij de in het eerste lid bedoelde bestemming is vastgesteld, kan worden ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in titel 1, afdeling 2, van Boek 3. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 is niet van toepassing.
3.
De inschrijving machtigt de bewaarder tot doorhaling van de teboekstelling van het schip in het in artikel 193 bedoelde register.
Artikel 231
Behoeven de in de afdelingen 2 tot en met 5 geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling, dan geschiedt dit bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, onverminderd de bevoegdheid tot regeling krachtens de wet betreffende de openbare registers, bedoeld in artikel 16 van Boek 3.
Inhoudsopgave
- Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht