(authentiek: nl)
Overwegende hetgeen volgt:
i. aan niet anderszins omschreven termen wordt de betekenis gehecht die in de richtlijn daaraan wordt gegeven.
2.
Voor de toepassing van de overeenkomst wordt in de bepalingen van de richtlijn waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen in plaats van „lidstaten” gelezen: overeenkomstsluitende staten.
Artikel 3. Identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde
Voor de toepassing van de artikelen 4 tot en met 6 bepaalt elke overeenkomstsluitende staat de procedures die nodig zijn om de uitbetalende instantie in staat te stellen de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde vast te stellen en draagt zorg voor de toepassing van deze procedures binnen zijn grondgebied. Deze procedures voldoen aan de minimumnormen van artikel 3, leden 2 en 3, van de richtlijn, met dien verstande dat, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, wat betreft het bepaalde in lid 2, onder a), en in lid 3, onder a), de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde worden vastgesteld op grond van de informatie waarover de uitbetalende instantie krachtens de toepassing van de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Nederlandse Antillen beschikt. De bestaande vrijstellingen of ontheffingen die in voorkomend geval op verzoek aan uiteindelijk gerechtigden met woonplaats in de Republiek Litouwen zijn verleend, zijn evenwel niet langer van toepassing en aan die uiteindelijk gerechtigden worden geen verdere vrijstellingen of ontheffingen van dien aard verleend.
1.
De bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende staat van de uitbetalende instantie verstrekt de in artikel 8 van de richtlijn bedoelde gegevens aan de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende staat waar de uiteindelijk gerechtigde zijn woonplaats heeft.
2.
De gegevensverstrekking gebeurt automatisch en ten minste eenmaal per jaar, binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar van de overeenkomstsluitende staat van de uitbetalende instantie, voor alle gedurende dat jaar verrichte rentebetalingen.
3.
De overeenkomstsluitende staten behandelen de gegevensuitwisseling uit hoofde van deze overeenkomst op een wijze die strookt met het bepaalde in artikel 7 van Richtlijn 77/799/EEG.
1.
Indien de uiteindelijk gerechtigde van de rente woonachtig is in de Republiek Litouwen en de uitbetalende instantie in de Nederlandse Antillen is gevestigd, heffen de Nederlandse Antillen gedurende de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde overgangsperiode bronbelasting, gedurende de eerste drie jaar van de overgangsperiode tegen een tarief van 15%, gedurende de volgende drie jaar tegen een tarief van 20%, en daarna tegen een tarief van 35%. Gedurende deze periode zijn de Nederlandse Antillen niet gehouden de bepalingen van artikel 4 toe te passen. De Nederlandse Antillen ontvangen echter gegevens van de Republiek Litouwen overeenkomstig dat artikel.
2.
De uitbetalende instantie houdt de bronbelasting in op de wijze als omschreven in artikel 11, leden 2 en 3, van de richtlijn.
3.
Het opleggen van bronbelasting door de Nederlandse Antillen belet de Republiek Litouwen niet de inkomsten te belasten overeenkomstig het nationale recht van de Republiek Litouwen.
4.
Tijdens de overgangsperiode kunnen de Nederlandse Antillen bepalen dat een marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt voor een in de Republiek Litouwen gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn, wordt aangemerkt als de uitbetalende instantie in plaats van de entiteit, en heft hij de bronbelasting op die rente, tenzij de entiteit formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, worden meegedeeld overeenkomstig de laatste alinea van artikel 4, lid 2.
5.
Aan het einde van de overgangsperiode zullen de Nederlandse Antillen worden gevraagd de bepalingen van artikel 4 toe te passen en zullen de Nederlandse Antillen niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toepassen. Als de Nederlandse Antillen er tijdens de overgangsperiode voor kiest de bepalingen van artikel 4 toe te passen, zullen zij niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toepassen.
1.
De Nederlandse Antillen behouden 25% van de opbrengsten van de bronbelasting als bedoeld artikel 5, lid 1, en dragen 75% van de opbrengsten over aan de Republiek Litouwen.
2.
Indien de Nederlandse Antillen overeenkomstig artikel 5, lid 4, bronbelasting heffen, behouden zij 25% van de opbrengsten van de bronbelasting geheven op rentebetalingen aan in de Republiek Litouwen gevestigde entiteiten als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn en dragen 75% over aan de Republiek Litouwen.
3.
Die overdrachten vinden uiterlijk plaats in de zes maanden volgende op het eind van het belastingjaar van de Nederlandse Antillen.
4.
De Nederlandse Antillen treffen de maatregelen die nodig zijn om het systeem voor de verdeling van de belastingopbrengsten correct te doen functioneren.
1.
De Nederlandse Antillen voorzien in één van beide of beide procedures van artikel 13, lid 1, van de richtlijn om te verzekeren dat uiteindelijk gerechtigden een verzoek kunnen indienen tot het niet-inhouden van bronbelasting.
2.
Op verzoek van de uiteindelijk gerechtigde geeft de bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende staat waar deze zijn fiscale woonplaats heeft een verklaring af overeenkomstig artikel 13, lid 2, van de richtlijn.
Artikel 8. Voorkomen van dubbele belasting
De Republiek Litouwen zorgt ervoor dat het heffen van bronbelasting als bedoeld in artikel 5 niet leidt tot dubbele belasting, overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, leden 2 en 3, van de richtlijn, of zorgt voor restitutie van de bronbelasting.
Artikel 9. Andere bronbelastingen
De overeenkomst belet de overeenkomstsluitende staten niet om, naast de bronbelasting als bedoeld in artikel 5, overeenkomstig hun nationale wetten en verdragen tot voorkoming van dubbele belasting, ook andere bronbelastingen te heffen.
Artikel 10. Omzetting
De overeenkomstsluitende staten dienen vóór 1 januari 2005 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze overeenkomst te voldoen.
Artikel 11. Bijlage
De teksten van de richtlijn en van artikel 7 van Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe en indirecte belastingen, zoals die van toepassing zijn op de datum van ondertekening van deze overeenkomst en waarnaar in deze overeenkomst wordt verwezen, zijn als bijlage aan deze overeenkomst gehecht en maken integraal deel daarvan uit. De tekst van artikel 7 van Richtlijn 77/799/EEG in deze bijlage wordt vervangen door de tekst van dat artikel in de gewijzigde Richtlijn 77/799/EEG indien deze gewijzigde richtlijn in werking treedt vóór de datum waarop de bepalingen van deze overeenkomst van kracht worden.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Deze overeenkomst treedt in werking op de dertigste dag na de laatste van de data waarop de respectieve regeringen elkaar er van in kennis hebben gesteld dat de in hun respectieve staten voorgeschreven grondwettelijke formaliteiten zijn vervuld en de bepalingen ervan vinden toepassing op de datum vanaf welke de richtlijn overeenkomstig artikel 17, leden 2 en 3, van de richtlijn van toepassing is.
Artikel 13. Beëindiging
Deze overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van beide overeenkomstsluitende staten wordt beëindigd. Elke overeenkomstsluitende staat kan de overeenkomst langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een tijdvak van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst kennis te geven van beëindiging. In dat geval houdt de overeenkomst op van toepassing te zijn voor tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van beëindiging is gegeven.
Deze overeenkomst is opgesteld in de Litouwse, de Engelse en de Nederlandse taal, alle teksten zijnde gelijkelijk authentiek. In geval van verschil van interpretatie tussen de teksten in de verschillende talen, is de Engelse tekst doorslaggevend.
Voor de Republiek Litouwen
Voor het Koninkrijk der Nederlanden ten behoeve van de Nederlandse Antillen
E.T.M. DE LANNOOY
Inhoudsopgave
Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden en de voorlopige toepassing ervan
+ Artikel 1. Toepassingsgebied
+ Artikel 3. Identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde
Artikel 5. Overgangsbepalingen
Artikel 6. Verdeling van belastingopbrengsten
Artikel 7. Uitzonderingen op de procedure van bronbelasting
Artikel 8. Voorkomen van dubbele belasting
Artikel 9. Andere bronbelastingen
Artikel 10. Omzetting
Artikel 11. Bijlage
Artikel 12. Inwerkingtreding
Artikel 13. Beëindiging
Bijlage
Artikel 7. Geheimhouding
Nr. II
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht