Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2015. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2015.

Artikel 2 Circulaire Besluit beheer sociale-huursector (Bbsh)

Uitgebreide informatie
2. Het geven van financiële ondersteuning door woningcorporaties aan buitenlandse instellingen
Naar aanleiding van een aantal concrete verzoeken heb ik besloten om het verstrekken van financiële ondersteuning door woningcorporaties aan buitenlandse volkshuisvestelijke instellingen, welke geen verbinding van de woningcorporatie mogen zijn, nader te preciseren en te begrenzen. Zowel vanwege het gegeven dat het financiële risico voor de woningcorporaties of hun verbindingen beperkt dient te zijn, als vanwege het feit, dat zeer veel woningcorporaties en hun verbindingen nog grote investeringen dienen te plegen in enerzijds herstructurering van hun bezit en anderzijds in nieuwbouw, heb ik besloten, dat het geven van financiële ondersteuning door toegelaten instellingen in welke vorm dan ook qua bedragen beperkt dient te blijven. Gezien de situatie in veel van de betrokken landen, zie hierna, kan het risico dat een woningcorporatie met garantstelling loopt zeer groot zijn.
Daarom wil ik aan de financiële steunverlening, welke slechts de vorm mag hebben van schenkingen en van garanties - hetgeen betekent, dat afgezien dient te worden van het verstrekken van grote schenkingen, van leningen en van financieel ongelimiteerde garanties -, een aantal uitdrukkelijke voorwaarden stellen:
Ik wil de mogelijkheid tot het verstrekken van financiële steun beperken tot de bouw van woningen in de plaatselijke sociale huur sector.
Ik wil de mogelijkheid tot het verstrekken van financiële steun alleen toestaan aan woningcorporaties die behoren tot de zogeheten A-categorie. Dit is de door het CFV gehanteerde categorie voor financieel sterke woningcorporaties.
Elke vorm van financiële steunverlening dient te geschieden in euro teneinde valutarisico's voor de betrokken Nederlandse woningcorporaties en/of hun verbindingen te voorkomen.
Tevens wil ik de totale omvang van de steunverlening, dus van schenkingen en garanties tezamen , in enig jaar maximeren tot 0,3 promille van het balanstotaal van een woningcorporatie. Zodra in enig jaar de grens van 0,3 promille van het balanstotaal is bereikt, mag betrokken woningcorporatie in dat jaar geen schenkingen meer doen of garanties verstrekken.
Daarnaast zal er in het geval van het aanspreken van de garantie voor de woningcorporatie geen verder financieel probleem mogen optreden dan het bedrag, dat de garantie beloopt. Dit betekent dat in elk geval de volgende voorwaarden contractueel moeten worden vastgelegd:
a. de garantie mag slechts betrekking hebben op de rente- en aflossingsverplichtingen die uit een door betrokken buitenlandse instelling aangetrokken lening voortvloeien. Betalingsverplichtingen wegens vervroegde opeisbaarheid van de lening mogen niet onder de garantie vallen, zodat overschrijding van het garantiebedrag om deze reden niet kan voorkomen
b. de som van jaarlijkse rente en aflossing van de te borgen lening moet een gelijkblijvend (annuïtaire lening) of een dalend (bijvoorbeeld een lineaire lening) verloop kennen met een maximum looptijd van 30 jaar
c. het betrokken project dient te worden geveild, vóórdat de garantie wordt aangesproken.
De financiële steun mag slechts gegeven worden ten behoeve van instellingen in bepaalde (in de bijlage genoemde) landen.
Het betreft:
De lijst zal van tijd tot tijd worden aangepast, daar het aantal landen waarmee een MOU is gesloten, waarmee een intensieve ontwikkelingssamenwerkingsrelatie is gesloten, of welke onder het MATRA programma vallen, in de loop der tijd zal wijzigen. U zult daarvan in kennis worden gesteld.
Ik heb in het licht van het voorgaande besloten om de goedkeuring vooraf en daarmede de inhoudelijke toetsing, als bedoeld in MG 2001-04, van de voornemens om voor buitenlandse projecten financiële steun te verlenen, te laten vervallen. Woningcorporaties die zijn over gegaan tot het geven van financiële ondersteuning als hierboven bedoeld dienen dit expliciet te melden in zowel de jaarrekening als het jaarverslag.
Indien het voornemen bestaat om financiële steun te verlenen aan een land, dat niet tot een van de bovengemelde groepen behoort, dient dit wél aan mij (Ministerie VROM, Directoraat Generaal Wonen, Directie Stad en Regio, IPC 210, Postbus 30941, 2500 GX Den Haag) ter beoordeling te worden voorgelegd.
Het zal regelmatig voorkomen, dat een buitenlandse volkshuisvestelijke instelling een project slechts kan starten, indien meerdere Nederlandse woningcorporaties financiële ondersteuning verlenen. Om die reden heb ik Aedes dan ook verzocht om hier een coördinerende rol te vervullen.
1. landen waarmee VROM ten aanzien van wonen formele samenwerkingsafspraken heeft gemaakt zoals in een Memorandum of Understanding (MOU);
2. de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius, Saba en de landen Curaçao en Sint Maarten en Aruba;
3. landen waarmee Nederland een intensieve ontwikkelingssamenwerkingsrelatie heeft, de zogenaamde partnerlanden zoals die worden omschreven en vermeld in de Nota 'Aan elkaar verplicht' van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (oktober 2003);
4. landen waarmee Nederland samenwerkt in het kader van het MATRA-programma van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Inhoudsopgave
A. Inleiding
B. Het uitdragen van kennis of het geven van financiële ondersteuning aan buitenlandse instellingen
1. Het uitdragen van kennis
2. Het geven van financiële ondersteuning door woningcorporaties aan buitenlandse instellingen
3. Het verlenen van financiële steun in noodsituaties
C. Toezicht en sancties
D. Slot
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht