1.
Na de crematie wordt de as geborgen in een bus, die hermetisch gesloten wordt en waarop de naam, de voornamen en de datum van overlijden c.q. levenloze geboorte van de overledene of doodgeborene alsmede een registratienummer in onuitwisbare letters en cijfers staan vermeld.
2.
Binnen achttien jaren na het plaatsen van het in het eerste lid bedoelde opschrift mag dit niet van een ongeopende asbus worden verwijderd of daarop onleesbaar worden gemaakt.
1.
Een maand nadat de as in de bus is geborgen kan zij worden verstrooid.
2.
Mits voldaan aan het in artikel 17, eerste lid, bepaalde, is de invoer van de as van in het buitenland of in het Europese deel van Nederland verbrande lijken naar een openbaar lichaam toegelaten. Bij aankomst dient te worden overgelegd een desbetreffende verklaring van overlijden of van levenloze geboorte of een daarmede overeenstemmend document waaruit de identiteit van de gecremeerde persoon of het doodgeboren kind blijkt.
3.
Uit het buitenland, een ander openbaar lichaam of het Europese deel van Nederland afkomstige as kan niet eerder dan een maand na de invoer worden verstrooid.
4.
Een asbus kan een maand nadat de as in de bus is geborgen ter bijzetting of verstrooiing van haar inhoud, naar een ander openbaar lichaam, naar het Europese deel van Nederland of naar het buitenland worden gezonden.
5.
Op verzoek van degene die het in artikel 10 bedoelde verlof heeft aangevraagd dan wel degene, die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden, kan de officier van justitie in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de in de voorgaande leden genoemde termijnen.
1.
Een asbus kan worden bijgezet:
a. in een in het bijzonder daarvoor bestemd gedeelte van het crematorium, of
b. in of op een graf of grafkelder of op een afzonderlijke plaats op een begraafplaats, of
c. in een buiten een crematorium of begraafplaats gelegen bewaarplaats.
2.
Een maand nadat de as in de bus is geborgen kan deze worden overgebracht naar de woning van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of andere levensgezel dan wel van een meerderjarige erfgenaam of anders van degene die de zorg voor de asbus op zich neemt.
1.
De bijzetting van een asbus in of op een graf of grafkelder waarop een uitsluitend recht berust, kan slechts geschieden met toestemming van de rechthebbende op het graf of de grafkelder en, voorzover het bijzetting in een graf of grafkelder betreft, tevens na daartoe bekomen verlof van de gezaghebber, de door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige gehoord.
2.
Het verbod van artikel 31, eerste alinea, van de Begrafeniswet BES is niet van toepassing op de bijzetting van een asbus in een graf of grafkelder.
1.
Voor elke begraafplaats wordt, hetzij door de zorg van de eigenaar van een bijzondere begraafplaats, hetzij door of vanwege de ambtenaren van de burgerlijke stand een register van alle daar bijgezette asbussen gehouden, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij bijgezet zijn.
3.
Ten aanzien van het in het eerste lid bedoelde register zijn de leden 2 en 3 van artikel 2 van overeenkomstige toepassing.
1.
Een bewaarplaats als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder c wordt niet in gebruik genomen dan met vergunning van het bestuurscollege.
2.
De houder van een bewaarplaats houdt een register van alle daar bijgezette asbussen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij bijgezet zijn.
3.
Ten aanzien van het in het tweede lid bedoelde register zijn de leden 2 en 3 van artikel 2 van overeenkomstige toepassing.
1.
Een asbus welke is bijgezet kan met het oog op een nieuwe bestemming worden verwijderd na daartoe bekomen verlof van de gezaghebber, de door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige gehoord.
2.
Is de asbus in of op een graf of grafkelder bijgezet, dan kan, indien het een graf of grafkelder betreft waarop een uitsluitend recht berust, verwijdering van de asbus slechts geschieden met toestemming van de rechthebbende.
3.
De voorgaande leden alsmede het verbod van artikel 31, eerste alinea, van de Begrafeniswet BES zijn niet van toepassing op de verwijdering van een asbus ingevolge rechterlijk bevel met het oog op een strafrechtelijk onderzoek.
1.
Het tweede lid van artikel 23 geldt niet voor het ruimen van asbussen op last van de houder van de plaats van bijzetting.
2.
Dit ruimen vindt niet plaats dan na verloop van achttien jaren, nadat de as in de bus is geborgen en slechts met toestemming van de rechthebbende op de ruimte waar de asbus is bijgezet.
3.
De ruiming geschiedt door verstrooiing van de as.
Artikel 25
Omtrent de bestemming en bewaring van as kunnen bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen nadere regelen worden gesteld.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Crematoria
+ Hoofdstuk III. Identificatie, verlof tot crematie en termijn
- Hoofdstuk IV. Bestemming en bewaring van as
+ Hoofdstuk V. Toezicht en strafbepalingen
+ Hoofdstuk VII. Slotbepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht