1.
Voor de toepassing van de artikelen 21, 35, 36, 37, 38 en 77 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement geldt de directeur ten aanzien van de ambtenaren als bevoegd gezag.
2.
Voor de toepassing van artikel 80, voor zover het betreft de straffen als bedoeld in artikel 81, eerste lid, onder a tot en met d , van het Algemeen Rijksambtenarenreglement geldt de directeur als bevoegd gezag ten aanzien van de ambtenaren, wier aanstelling aan Ons of Onze Minister van Binnenlandse Zaken is voorbehouden.
3.
De bevoegdheden bedoeld in de artikelen 23, 33 e, eerste lid, 57, 58, eerste lid, 65, eerste lid, en 79 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement worden ten aanzien van de ambtenaren uitgeoefend door of vanwege de directeur.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht