Regeling met betrekking tot de erkenning voor het produceren en afgeven van blanco-kentekenplaten
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op de artikelen 40, derde lid, 70 a, derde lid, 70 b, tweede en zesde lid, 70 d, eerste en tweede lid, en 70 e, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
Besluit:
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. erkenning: erkenning als bedoeld in artikel 70a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 voor het produceren en afgeven van blanco-kentekenplaten;
b. erkenninghouder: houder van een erkenning als bedoeld in artikel 70a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 voor het produceren en afgeven van blanco-kentekenplaten;
c. blanco-kentekenplaat: blanco-kentekenplaat, geschikt voor het produceren van een kentekenplaat;
d. lamineerderswaarmerk: het door de lamineerder op de blanco-kentekenplaat aan te brengen merk volgens het model in de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten ;
e. lamineercode: het door de lamineerder op een blanco-kentekenplaat aan te brengen nummer volgens model E in de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten , aan de hand waarvan iedere kentekenplaat kan worden geïdentificeerd;
f. productie: het verwerken van folie en overige grondstoffen tot blanco-kentekenplaten, waaronder mede wordt begrepen het aanbrengen van het lamineerderswaarmerk, de lamineercode en het hologram;
g. productieplaats: inrichting waarin productie plaats vindt;
h. foliefabrikant: houder van een erkenning als bedoeld in artikel 70a van de wet voor de productie en afgifte van folie;
i. folie: folie afkomstig van een foliefabrikant en geschikt voor het produceren van:
1°. gele kentekenplaten volgens de modellen 1.1 tot en met 18.2E, 27.1A tot en met 27.2G, 27.10A tot en met 27.10E en 30.1A tot en met 30.2D van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten ;
2°. lichtblauwe kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2E, 27.30A tot en met 27.31E en 30.3A tot en met 30.4D van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten ;
3°. lichtgroene kentekenplaten volgens de modellen 27.11 tot en met 27.14, 30.5 en 30.6 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten ;
4°. witte kentekenplaten volgens de modellen 27.15A tot en met 27.17E, 27.24A tot en met 27.26E, 30.7, 30.8 en 30.13 tot en met 30.16 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten ;
j. kentekenplaatfabrikant: houder van een erkenning als bedoeld artikel 70a van de wet voor de productie en afgifte van kentekenplaten;
k. fabrikantenkeurmerk: door de fabrikant van de kentekenplaat aan te brengen merk volgens het model in de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten ;
l. kentekenplaat: plaat als bedoeld in artikel 70a van de wet;
m. de Minister: de Minister van Infrastructuur en Milieu;
n. wet: Wegenverkeerswet 1994 ;
o. hologram: hologram als bedoeld in model F van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten .
2.
Voor de toepassing van deze regeling maken besloten ruimten die zijn gelegen in één gebouw, dan wel in verscheidene belendende of nagenoeg belendende gebouwen, waarin dezelfde erkenninghouder blanco-kentekenplaten fabriceert, deel uit van één productieplaats.
1.
Een erkenning kan worden verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die exploitant is van een productieplaats en die is gevestigd in de Europese Unie of in eenstaat die partij is bij het Verdrag inzake de Europese economische ruimte.
2.
Per productieplaats wordt slechts één erkenning afgegeven.
3.
Een erkenning kan slechts worden verleend voor een productieplaats die zich bevindt in de Europese Unie of in een staat die partij is bij het Verdrag inzake de Europese economische ruimte en die voldoet aan de in de artikel 3 gestelde eisen.
1.
Het productieproces geschiedt in een overdekte en behoorlijk af te sluiten en goed verlichte ruimte die is voorzien van passende verwarming. In deze ruimte bevindt zich een afsluitbare kast dan wel een gelijkwaardige voorziening, waarin grondstoffen en blanco-kentekenplaten, met inbegrip van afgekeurde blanco-kentekenplaten, afgesloten en gescheiden kunnen worden bewaard.
2.
Er dient een ruimte aanwezig te zijn waarin de administratie, bedoeld in artikel 20 kan worden gevoerd.
Artikel 4. Aanvraagformulier
Voor de aanvraag van een erkenning wordt gebruik gemaakt van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld formulier.
Artikel 5. Inschrijving Kamer van Koophandel en testrapport
De aanvrager van een erkenning legt bij de aanvraag de volgende bescheiden over:
a. een bewijs van inschrijving als bedoeld in de Handelsregisterwet 1996 , dan wel, bij vestiging buiten Nederland, een gelijkwaardig document afgegeven in het land van vestiging, waaruit blijkt dat een bedrijf blanco-kentekenplaten fabriceert, welk bewijs niet ouder mag zijn dan een maand, en
b. een testrapport van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen onderzoeksinstelling, waaruit blijkt, dat de aanvrager blanco-kentekenplaten kan produceren, die voldoen aan de eisen, gesteld in de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 .
1.
Bij de aanvraag van de erkenning wordt een organogram overgelegd, waarin ten minste zijn vermeld:
a. de functies waarbinnen verantwoordelijkheid wordt gedragen voor de naleving van de voorschriften in de artikelen 14 tot en met 20 en van de algemene voorwaarden voor procesbeheersing;
b. de personen die verantwoordelijk zijn voor de naleving van de voorschriften in de artikelen 14 tot en met 20 en van de algemene voorwaarden voor procesbeheersing; en
c. de plaatsvervangers van de onder b bedoelde personen, tenzij is vastgelegd dat bij afwezigheid van één of meer van deze personen de desbetreffende werkzaamheden niet worden uitgevoerd.
2.
Er wordt voorts een beschrijving overgelegd van de procedures met betrekking tot: de naleving van de voorschriften in de artikelen 14 tot en met 20 en van de algemene voorwaarden voor procesbeheersing.
Artikel 6a. Datacommunicatieapparatuur
De aanvrager van de erkenning beschikt over voor de erkenning door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde datacommunicatieapparatuur, geschikt voor communicatie in een door de Dienst Wegverkeer geaccepteerd netwerk.
Artikel 7. Afwijkende aanvraageisen
Indien aan de aanvrager van een erkenning eerder een erkenning is verleend, die op grond van artikel 70d van de wet is ingetrokken, kan, onverminderd het bepaalde in artikel 70 d, derde lid, van de wet, door de Dienst Wegverkeer worden bepaald dat van onderdelen van hoofdstuk 3 kan worden afgeweken.
Artikel 8
Wijzigingen ten aanzien van de in artikel 6 beschreven organisatiestructuur, verantwoordelijkheden en procedures worden vooraf bij de Dienst Wegverkeer aangemeld, evenals overige wijzigingen die voor de erkenning van belang kunnen zijn. De door de Dienst Wegverkeer hieromtrent gegeven aanwijzingen worden in acht genomen.
1.
De erkenninghouder draagt zorg voor een zodanige behandeling van folie en blanco-kentekenplaten dat beschadiging of achteruitgang wordt voorkomen. De zorg strekt zich uit tot en met de aflevering van de blanco-kentekenplaten op de plaats van bestemming.
2.
In afwachting van gebruik of aflevering maakt de erkenninghouder gebruik van aangewezen afsluitbare opslag- of voorraadruimten om beschadiging, diefstal of achteruitgang van folie en blanco-kentekenplaten te voorkomen.
3.
De erkenninghouder voorkomt onbedoeld gebruik van folie en blanco-kentekenplaten.
4.
In geval van diefstal van blanco-kentekenplaten stelt de erkenninghouder de Dienst Wegverkeer hiervan terstond op de hoogte.
1.
In de productieplaats waarvoor de erkenning is verleend is het besluit van de Dienst Wegverkeer, waarbij die erkenning is verleend, aanwezig.
2.
Aan de kentekenplaatfabrikant, aan wie de erkenninghouder blanco-kentekenplaten levert, respectievelijk aan de foliefabrikant die folie aan de erkenninghouder levert, geeft de erkenninghouder op hun verzoek het in het eerste lid bedoelde besluit ter inzage.
Artikel 11
Een productieplaats waarvoor de erkenning geldt moet voortdurend blijven voldoen aan de in de artikelen 2 en 3 gestelde eisen.
Artikel 12
De erkenninghouder is ervoor verantwoordelijk, dat het bij de productie en aflevering betrokken personeel op de hoogte is van de op de productie en aflevering toepasselijke voorschriften.
Artikel 13
De erkenninghouder dient te allen tijde te kunnen aangeven waar in ontvangst genomen folie, hologrammen en blanco-kentenkenplaten, die nog niet zijn afgeleverd, zich bevinden.
1.
De erkenninghouder verricht de productie met inachtneming van de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 .
2.
De fabricage van blanco-kentekenplaten vindt slechts plaats in de productieplaatsen waarvoor de erkenning is verleend.
Artikel 15
De erkenninghouder neemt uitsluitend folie in ontvangst die is voorzien van het door de foliefabrikant aan te brengen waarmerk en die vergezeld gaat van een document van de foliefabrikant dat tenminste de volgende gegevens bevat:
a. naam en adres van de folie-fabrikant;
b. datum van levering; en
c. hoeveelheid en soort van de folie, onderverdeeld naar kleur en model.
1.
Door middel van een ingangscontrole wordt, alvorens tot productie wordt overgegaan, vastgesteld dat de folie:
a. voldoet aan de eisen van de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 , voor zover deze van toepassing zijn;
b. is voorzien van het door de foliefabrikant aan te brengen waarmerk, indien dat is voorgeschreven, en
c. onbeschadigd is.
2.
Van de ingangscontrole wordt een ingangscontrolerapport opgemaakt, dat in ieder geval bevat:
a. de naam en adres van de betrokken foliefabrikant;
b. de hoeveelheid en de soort folie, onderverdeeld naar kleur en model;
c. de datum van levering,
d. een verwijzing naar het in artikel 15 bedoelde document,
e. de ondertekening door de functionaris die verantwoordelijk is voor de ingangscontrole, en
f. de datum van de ingangscontrole.
3.
Folie waarop nog geen ingangscontrole heeft plaatsgehad moet duidelijk als zodanig te erkennen zijn, doordat het apart is opgeslagen.
1.
De erkenninghouder dient folie, die niet aan de in het eerste lid van artikel 16 gestelde eisen voldoet terstondte vernietigen, dan wel te retourneren aan de foliefabrikant.
2.
Indien de erkenninghouder de folie retourneert, gaat deze vergezeld van een document, waarop is vermeld:
a. de hoeveelheid en de soort folie, onderverdeeld naar kleur en model;
b. de datum van levering;
c. een verwijzing naar het in artikel 15 bedoelde document;
d. de ondertekening door de functionaris die verantwoordelijk is voor de ingangscontrole;
e. de datum van de ingangscontrole, en
f. de reden van afkeuring.
3.
Van het onder 2 genoemde document wordt een afschrift bewaard.
4.
In het geval, bedoeld in het tweede lid, vraagt de erkenninghouder van de betrokken foliefabrikant een ontvangstbevestiging.
5.
Indien de erkenninghouder de afgekeurde folie vernietigt, wordt daarvan een rapport opgemaakt en bewaard, dat tenminste bevat:
a. de naam en adres van de betrokken foliefabrikant;
b. de hoeveelheid en de soort folie, onderverdeeld naar kleur en model;
c. de datum van levering;
d. een verwijzing naar het in artikel 15 bedoelde document;
e. de ondertekening door de functionaris die verantwoordelijk is voor de ingangscontrole;
e. de datum van de ingangscontrole, en
f. de reden van afkeuring.
1.
Alvorens de erkenninghouder overgaat tot aflevering van blanco-kentekenplaten controleert hij of deze voldoen aan de in de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 gestelde eisen en of zij zijn voorzien van het door de erkenninghouder aan te brengen waarmerk, indien dat is voorgeschreven.
2.
Blanco-kentekenplaten die niet aan de eisen voldoen worden terstond vernietigd. Van de vernietiging wordt een rapport opgemaakt en bewaard dat in ieder geval de volgende gegevens per kentekenplaat bevat:
a. de lamineercode indien deze is voorgeschreven;
b. het model en de kleur van de blanco-kentekenplaat, en
c. de naam en adres van de fabrikant van de folie.
1.
Blanco-kentekenplaten worden uitsluitend afgegeven aan erkende kentekenplaatfabrikanten.
2.
Voorafgaand aan de levering van blanco-kentekenplaten, die voorzien zijn van een lamineercode, meldt de erkenninghouder bij de Dienst Wegverkeer, op door deze dienst te bepalen wijze, de volgende gegevens:
a. de lamineercodes;
b. de hoeveelheid blanco-kentekenplaten;
c. de soort, de kleur en het model van de blanco-kentekenplaten;
d. de kentekenplatenfabrikant aan wie de blanco-kentekenplaten worden geleverd.
3.
Onverminderd artikel 20a, mag een erkenningshouder geen doorgeleverde blanco-kentekenplaten in ontvangst nemen.
1.
De erkenninghouder voert een overzichtelijke administratie, waarin zijn opgenomen:
a. de documenten, bedoeld in artikel 15;
b. de rapporten van de ingangscontrole, bedoeld in artikel 16, tweede lid;
c. de afschriften, bedoeld in artikel 17, derde lid;
d. de ontvangstbevestigingen als bedoeld in artikel 17, vierde lid;
e. de rapporten, bedoeld in artikel 17, vijfde lid;
f. de rapporten, bedoeld in artikel 18, tweede lid.
2.
De bescheiden, bedoeld in het eerste lid, worden twee jaar bewaard.
1.
In afwijking van artikel 19 mag de erkenninghouder blanco-kentekenplaten leveren aan een andere erkenninghouder. Deze blanco-kentekenplaten zijn bij die levering voorzien van het hologram, indien dit is voorschreven, en van het waarmerk van de erkenninghouder die de platen levert.
2.
De blanco-kentekenplaten worden, indien een lamineercode is voorgeschreven, bij de levering door de erkenninghouder die levert, voorzien van de lamineercode van de erkenninghouder aan wie wordt geleverd.
3.
De erkenninghouder die levert, registreert bij de levering:
a. de hoeveelheid en de soort blanco-kentekenplaten, onderverdeeld naar kleur en model;
b. de lamineercodes, indien een lamineercode is voorgeschreven;
c. de datum van levering;
d. de naam en het adres van de erkenninghouder aan wie is geleverd, en
e. de naam en handtekening van de voor de levering verantwoordelijke functionaris.
4.
De registratie, bedoeld in het derde lid, wordt gedurende twee jaar op de productieplaats bewaard.
1.
De erkenninghouder aan wie blanco-kentekenplaten zijn geleverd met toepassing van artikel 20a, registreert bij de inontvangstneming van die kentekenplaten:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 20a, derde lid, onder a, b en c, en
b. de naam en het adres van de erkenninghouder die heeft geleverd.
2.
De erkenninghouder aan wie de blanco-kentekenplaten zijn geleverd, mag deze niet met toepassing van artikel 20a doorleveren aan een andere erkenninghouder.
3.
De registratie, bedoeld in het eerste lid, wordt gedurende twee jaar op de productieplaats bewaard.
1.
Nadat een erkenning is verleend wordt door de daartoe aangewezen ambtenaren van de Dienst Wegverkeer periodiek dan wel steekproefsgewijs onaangekondigd onderzocht of de erkenninghouder alsmede de productieplaats nog voldoen aan de in hoofdstuk 2 opgenomen erkenningseisen, en of de in hoofdstuk 4 opgenomen erkenningvoorschriften en de overige bij of krachtens de wet gestelde voorschriften worden nageleefd.
2.
Aan een controle wordt door de erkenninghouder alle medewerking verleend. Onder alle medewerking wordt in ieder geval verstaan dat:
a. de verantwoordelijke functionarissen van de erkenninghouder of hun vervangers bij de controle aanwezig zijn, en
b. feitelijke assistentie wordt verleend bij het uitvoeren van de controle.
De ter zake door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen worden in acht genomen.
3.
Het toezicht kan tevens inhouden, dat de Dienst Wegverkeer de erkenninghouder vraagt een gedeelte van de door de erkenninghouder in ontvangst genomen folie voor onderzoek ter beschikking te stellen dan wel met betrekking tot een of meer door de Dienst Wegverkeer aan te wijzen blanco-kentekenplaten een testrapport van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen onderzoeksinstelling over te leggen waaruit blijkt dat de kentekenplaten voldoen aan de eisen, gesteld in de Regeling kentekens en kentekenplaten en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 .
1.
Een op de dagvóór die van de inwerkingtreding van de Wet van 6 oktober 1999, houdende wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot de afgifte en inname van kentekenplaten (Stb.1999, 459) geldende goedkeuring of machtiging tot het aanbrengen van een keurmerk op blanco-kentekenplaten en de daarop op die dag van toepassing zijnde voorschriften blijven tot 1 februari 2003 van kracht ten aanzien van blanco-kentekenplaten bestemd voor kentekenplaten volgens de modellen 1.1 tot en met 26.1 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten .
2.
Een goedkeuring of machtiging als bedoeld in het eerste lid vervalt met ingang van de dag waarop aan degene, aan wie de goedkeuring of machtiging is afgegeven, een erkenning wordt verleend.
Artikel 23
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet van 6 oktober 1999 houdende wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot de afgifte en inname van kentekenplaten (Staatsblad 1999, 459) in werking treedt.
Artikel 24
Deze regeling wordt aangehaald als: Erkenningsregeling lamineerders.
Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
De
Minister
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. Erkenningseisen
+ Hoofdstuk 3. Aanvraag erkenning
+ Hoofdstuk 4. Erkenningsvoorschriften
+ Hoofdstuk 5. Overige bepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht