Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2008. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2008.

Examenregeling frequentiegebruik

Uitgebreide informatie
Examenregeling frequentiegebruik
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 11, eerste lid, onder b en c, en tweede lid, van het Frequentiebesluit;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet:
Telecommunicatiewet ;
b. besluit:
Frequentiebesluit ;
c. commissie:
examencommissie belast met het afnemen van een examen als bedoeld in deze regeling;
d. voorzitter:
voorzitter van de commissie of bij ontstentenis van deze de plaatsvervangend voorzitter;
e. kandidaat:
degene die zich voor deelneming aan een examen heeft aangemeld;
f. HAREC-certificaat:
geharmoniseerde amateurradiozendexamen certificaat (HAREC), bedoeld in de Recommandatie T/R 61-02 van de Conférence Européenne des Postes et des Télécommunications (CEPT);
g. GMDSS:
Global Maritime Distress and Safety System, het wereldwijde radiocommunicatiesysteem ten behoeve van de veiligheid van de scheepvaart.
Artikel 3
De voorzitter stelt datum, tijdstip en plaats van het examen vast. Van de wijze van aanmelding voor deelname aan het examen wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
1.
De vergoeding voor deelname aan een examen, dan wel een onderdeel van een examen wordt voorafgaande aan het examen binnen de door de voorzitter te bepalen termijn voldaan.
2.
Na tijdige voldoening van de verschuldigde vergoeding verzendt de voorzitter aan de kandidaat ten minste negen dagen voor de vastgestelde datum van het examen een schriftelijke uitnodiging tot deelname.
Artikel 5
De vergoeding, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt niet terugbetaald indien een kandidaat zich terugtrekt dan wel niet op het examen verschijnt, tenzij bijzondere omstandigheden naar het oordeel van de voorzitter daartoe aanleiding geven.
1.
De commissie stelt de exameneisen vast.
2.
De kandidaat wordt voor de aanvang van het examen in kennis gesteld van de exameneisen.
1.
Tijdens het examen zijn ten minste twee leden van de commissie dan wel door de commissie aangewezen personen aanwezig.
2.
De kandidaat legitimeert zich op verzoek van een van de in het eerste lid bedoelde personen.
3.
De kandidaat volgt de gegeven aanwijzingen met betrekking tot het examen.
1.
In afwijking van het bepaalde in deze regeling kan de voorzitter een bijzonder examen afnemen indien:
a. de gezondheidstoestand van een kandidaat het afnemen van het examen op de wijze, bedoeld in de artikelen 3, 14, derde lid, en 16 , niet toelaat;
b. een kandidaat gedurende lange periodes buiten Nederland verblijft;
c. een kandidaat onvoldoende de Nederlandse taal beheerst.
2.
Tevens kan de voorzitter besluiten een bijzonder examen af te nemen indien bijzondere omstandigheden naar het oordeel van de voorzitter daartoe aanleiding geven.
3.
Het bijzondere examen wordt afgenomen door twee leden van de commissie.
4.
De voorzitter stelt datum, tijdstip en plaats van het bijzondere examen vast.
1.
Indien een kandidaat zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, wordt hem door de personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, of door of namens de voorzitter de deelname of de verdere deelname aan het examen ontzegd.
2.
Indien een kandidaat in enig ander opzicht in strijd met bij of krachtens deze regeling vastgestelde voorschriften heeft gehandeld en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, wordt hem door de personen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, of door of namens de voorzitter de deelname of de verdere deelname aan het examen worden ontzegd.
3.
Indien de in het eerste of tweede lid bedoelde handelwijze van de kandidaat eerst na afloop van het examen wordt ontdekt, wordt door of namens de voorzitter het examen van de kandidaat die zich hieraan schuldig heeft gemaakt, ongeldig verklaard.
4.
Indien onvoorziene omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan door of namens de voorzitter worden besloten dat het examen geheel of gedeeltelijk opnieuw wordt afgenomen.
5.
In de gevallen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, wordt door de in artikel 7, eerste lid, bedoelde personen of door of namens de voorzitter daarvan onverwijld een schriftelijk verslag gemaakt.
6.
Het verslag dient te bevatten:
a. het tijdstip waarop en het examen waarbij het voorval is geconstateerd;
b. het tijdstip waarop het voorval heeft plaatsgevonden;
c. de naam van de betrokken kandidaat;
d. een duidelijke omschrijving van het voorval;
e. de datum en het tijdstip waarop het verslag is opgemaakt;
f. de zienswijze van de kandidaat;
g. de naam en de handtekening van degene die het verslag heeft gemaakt.
7.
Een afschrift van het verslag wordt overhandigd dan wel zo spoedig mogelijk toegezonden aan de betrokken kandidaat. Voorts wordt -indien van toepassing- onverwijld een afschrift gezonden naar de voorzitter.
8.
De voorzitter informeert de betrokken kandidaat uiterlijk tien werkdagen na de datum waarop het verslag is opgemaakt over de verdere gang van zaken met betrekking tot het geconstateerde voorval.
1.
Een kandidaat wordt binnen dertig dagen na het afleggen van het examen door de commissie geïnformeerd omtrent de uitslag daarvan.
2.
Over de uitslag en de inhoud van het examen wordt niet gecorrespondeerd.
Artikel 11
Van een beslissing als bedoeld in artikel 9, eerste tot en met derde lid, kan de kandidaat binnen dertig dagen in beroep gaan bij de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken.
Artikel 12
In de gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de voorzitter.
Artikel 13
Bij de examens ter verkrijging van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het doen van onderzoekingen worden kandidaten onderworpen aan een onderzoek naar hun:
a. radiotechnische kennis;
b. vaardigheid in de bediening van het radiozendapparaat voorzover zulks nodig is met betrekking tot het gebruik van het radiozendapparaat;
c. kennis van de bij of krachtens de wet gestelde regels, alsmede de voorschriften en beperkingen die verbonden zijn aan vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het doen van onderzoekingen;
d. kennis van de bepalingen van de amateur-dienst en amateur-satellietendienst volgens de Radio Regulations van de Internationale Unie voor Telecommunicatie.
1.
De examens worden onderverdeeld in de volgende categorieën:
a. Radiotechniek en Voorschriften I;
b. Radiotechniek en Voorschriften II.
2.
De exameneisen van de in het eerste lid bedoelde categorieën examens liggen ter inzage bij het examensecretariaat.
3.
De examens worden groepsgewijs afgenomen.
Artikel 15
Voor de melding en registratie van het gebruik van frequentieruimte met de bestemming ‘amateur’ of ‘amateursatelliet’ is in ieder geval vereist dat de kandidaat is geslaagd voor het volgende examen:
a. voor volledige toegang tot de frequentieruimte, zoals met de letter F aangeduid in bijlage 10 bij de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 : het examen, genoemd in artikel 14, eerste lid, onderdeel a;
b. voor beperkte toegang tot de frequentieruimte, zoals met de letter N aangeduid in bijlage 10 bij de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 : het examen, genoemd in artikel 14, eerste lid, onderdeel b.
1.
De examens Radiotechniek en Voorschriften I en II worden schriftelijk afgenomen.
2.
De tijdsduur van deze examens is ten minste een uur en ten hoogste twee uur.
1.
Het examen Radiotechniek en Voorschriften I bestaat uit 50 vragen met 4 antwoordmogelijkheden. Het examen is met goed gevolg afgelegd indien de kandidaat ten minste 35 vragen goed heeft beantwoord.
2.
Het examen Radiotechniek en Voorschriften II bestaat uit 40 vragen met 3 antwoordmogelijkheden. Het examen is met goed gevolg afgelegd indien de kandidaat ten minste 29 vragen goed heeft beantwoord.
Artikel 18
Een kandidaat, die heeft deelgenomen aan een bijzonder examen als bedoeld in artikel 8, heeft het examen met goed gevolg afgelegd indien hij naar het oordeel van twee examinatoren heeft aangetoond dat hij voldoende kennis bezit op het gebied van de radiotechniek en de voorschriften die voor de amateurradiodienst gelden, voor zover het betreft de examens Radiotechniek en Voorschriften I of II.
Artikel 19
Indien de kandidaat is geslaagd voor een buitenlands amateur-examen en op grond daarvan een, van de bevoegde autoriteit verkregen, HAREC-certificaat kan overleggen, is de kandidaat vrijgesteld van de examens, genoemd in artikel 14.
Artikel 20
Indien het examen, genoemd in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, met gunstig gevolg is afgelegd, wordt door Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken aan de kandidaat, op diens verzoek en tegen een door hem te betalen vergoeding, een HAREC-certificaat toegezonden.
Artikel 21
Voor deelname aan een examen voor het verkrijgen van een certificaat van bediening moet de kandidaat de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.
Artikel 22
Bij de examens ter verkrijging van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van de maritieme radiocommunicatie worden kandidaten onderworpen aan een onderzoek naar hun:
a. vaardigheid in de bediening van de maritieme radiozendapparaten;
b. naar hun kennis van de bij of krachtens de wet gestelde regels, alsmede van de voorschriften en beperkingen die verbonden zijn aan vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van de maritieme radiocommunicatie;
c. naar hun kennis betreffende afwikkeling van het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer, het openbaar verkeer, het onderling verkeer en het nautisch verkeer;
d. naar hun kennis van de bepalingen van de maritiem mobiele dienst en de maritiem mobiele satellietdienst als bedoeld in de Radio Regulations van de Internationale Unie voor Telecommunicatie.
1.
De examens worden onderverdeeld in de volgende categorieën:
a. het examen ter verkrijging van het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie;
b. het examen ter verkrijging van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie;
c. het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie;
d. het examen ter verkrijging van de module GMDSS-B.
2.
Deelname aan het examen voor de module GMDSS-B alsmede de verkrijging van deze module is slechts mogelijk nadat men is geslaagd voor het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie, of een daarmee gelijkgesteld certificaat.
3.
De exameneisen liggen ter inzage bij het examensecretariaat.
1.
Voorzover praktische vaardigheden deel uitmaken van het examen mag de termijn tussen het schriftelijk examen en het praktijkgedeelte ten hoogste vijf jaar bedragen.
2.
De tijdsduur van de examens, bedoeld in artikel 23, eerste lid, bedraagt:
a. het examen ter verkrijging van het algemeen certificaat maritieme radio-communicatie: maximaal twee uur en dertig minuten, welke tijd als volgt wordt verdeeld over de onderdelen waarin examen wordt afgenomen:
1º. voorschriften, procedures en techniek: 90 minuten
2º. Engels: 30 minuten
3º. aardrijkskunde: 30 minuten.
b. het examen ter verkrijging van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie: maximaal 90 minuten;
c. het examen ter verkrijging van het basiscertificaat marifonie: maximaal 60 minuten;
d. het examen ter verkrijging van de module GMDSS-B: 30 minuten.
3.
In afwijking van artikel 7, eerste lid, is in geval van het examen, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder c, en d, ten minste een lid van de commissie dan wel een door de voorzitter aangewezen persoon aanwezig, welke namens de voorzitter verantwoordelijk is voor het examen.
1.
De beoordeling van de kennis van de kandidaat wordt voor elk examenonderdeel afzonderlijk weergegeven in cijfers, waaraan een waardering wordt toegekend tussen 1,0 en 10,0 waarbij het cijfer 1,0 de laagste en het cijfer 10,0 de hoogste waardering aangeeft. In plaats van een waardering als bedoeld in de eerste volzin mag worden volstaan met de aanduiding “voldoende” of “onvoldoende”.
2.
De kandidaat is voor een examen bedoeld, in artikel 23, eerste lid, geslaagd als hij voor elk van de onderdelen van het examen tenminste het cijfer 6,0 heeft behaald.
3.
Bij de beoordeling van de gemaakte opgaven van de onderdelen waarin examen wordt afgenomen, wordt, indien een opgave volgens het systeem van meerkeuze moet worden beantwoord, slechts voor het juiste antwoord het daarbij behoren-de aantal punten van de door de examencommissie vastgestelde waarderingsgraad toegekend. De kandidaat behaalt een voldoende voor een onderdeel van het examen indien hij tenminste 70 % van het totaal der punten heeft behaald.
4.
Indien een opgave van een onderdeel waarin examen wordt afgenomen niet moet worden beantwoord volgens het systeem van de meerkeuze wordt aan het oordeel van de commissie overgelaten hoeveel punten van de waarderingsgraad voor het antwoord kunnen worden toegekend. De kandidaat behaalt een voldoende voor een onderdeel van het examen indien hij tenminste 60 % van het totaal der punten heeft behaald.
1.
De voorzitter verleent, op verzoek van een kandidaat, geheel of gedeeltelijk ontheffing van een der examens, bedoeld in artikel 23, eerste lid, indien deze kandidaat is geslaagd voor een ander examen, welke is afgenomen door een bevoegde autoriteit en dat naar het oordeel van de commissie gelijkwaardig is aan een der examens, bedoeld in artikel 23, eerste lid.
2.
Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk 5 jaar nadat het gelijkwaardige examen met goed gevolg is afgelegd, ingediend.
3.
Een overzicht van dergelijke examens ligt bij het secretariaat van de commissie ter inzage.
1.
Het certificaat wordt verkregen door het indienen
van een verzoek en overlegging van de daartoe benodigde bescheiden bij het examensecretariaat van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken.
2.
Dit verzoek wordt uiterlijk 5 jaar nadat het examen met gunstig gevolg is afgelegd ingediend.
Artikel 28
Jaarlijks, vóór 1 mei, brengt de commissie aan de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken verslag uit van haar werkzaamheden.
1.
De leden van de commissie ontvangen uit ’s Rijks kas een vergoeding van reis- en verblijfkosten.
2.
Het vacatiegeld voor de leden, de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, dat zij ontvangen voor zover hun benoeming niet haar oorzaak vindt in het ambt dat zij bekleden, komt overeen met het maximumbedrag, genoemd bij de categorie "algemeen" in artikel 2 van de Regeling maximumbedragen vacatiegeld 1999.
3.
Vacatiegelden worden toegekend overeenkomstig het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb. 205).
1.
De commissie is samengesteld uit door de Minister van Economische Zaken benoemde leden.
2.
De leden worden voorgedragen door de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken.
3.
De voor te dragen personen dienen ter zake van één of meer onderwerpen, waarover het onderzoek zich uitstrekt, deskundig te zijn.
4.
Het voorzitterschap alsmede het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken.
5.
Het secretariaat staat onder leiding van de secretaris.
Artikel 31
De leden van de commissie kunnen worden ontslagen door de Minister van Economische Zaken:
a. op eigen verzoek;
b. op grond van nalatigheid.
Artikel 32
Als instantie, welke is belast met het afnemen van de examens ter verkrijging van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het doen van onderzoekingen, wordt aangewezen de Examencommissie voor amateurradiozendexamens.
Artikel 33
De examencommissie heeft als taak:
a. het tenminste tweemaal per jaar organiseren van examens, waarin kandidaten worden onderworpen aan een onderzoek;
b. het vaststellen van het resultaat van het ingestelde onderzoek, bedoeld onder a.
Artikel 34
In de commissie zijn vertegenwoordigd de landelijke verenigingen van radiozendamateurs en bestaat uit ten minste 20 en ten hoogste 30 leden.
1.
De commissie benoemt uit haar midden een aantal leden die, onder verantwoordelijkheid van de voorzitter, belast zijn met de uitvoering van de besluiten van de commissie.
2.
De commissie kan uit haar midden werkgroepen instellen die, onder verantwoordelijkheid van de voorzitter, belast zijn met de uitvoering van artikel 33.
Artikel 36
Als instantie, welke is belast met het afnemen van de examens ter verkrijging van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte ten dienste van maritieme radiocommunicatie, wordt aangewezen de Examencommissie voor maritieme radiocommunicatie, welke is belast met het afnemen van de examens ter verkrijging van het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, het basiscertificaat marifonie, en de module GMDSS-B, voorzover de examens niet onder verantwoordelijkheid van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vallen.
Artikel 37
De commissie heeft als taak:
a. het tenminste eenmaal per jaar organiseren van examens, waarin kandidaten worden onderworpen aan een onderzoek;
b. het vaststellen van het resultaat van het ingestelde onderzoek, bedoeld onder a.
1.
In de commissie zijn vertegenwoordigd instellingen die mede zorg dragen voor de organisatie van de examens.
2.
Het voorzitterschap alsmede het secretariaat van de commissie wordt verzorgd door het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken. Het secretariaat staat onder leiding van de secretaris.
Artikel 39
De commissie is bevoegd de haar opgelegde taak geheel of gedeeltelijk uit te besteden aan derden.
Artikel 41
Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 december 1998.
Artikel 42
Deze regeling wordt aangehaald als: Examenregeling frequentiegebruik.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Staatssecretaris
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities
+ Hoofdstuk 2. De examens
+ Hoofdstuk 3. De examencommissie
+ Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken