Let op. Deze wet is vervallen op 1 oktober 2010. U leest nu de tekst die gold op 30 september 2010.

Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993

Uitgebreide informatie
Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993
De minister van Binnenlandse Zaken,
Gelet op artikel 15, eerste lid, van de Brandweerwet 1985;
Gezien het advies van het curatorium Rijksbrandweeracademie van 29 juni 1993, nr. CRBA93/U6;
Besluit:
Artikel 1
In deze ministeriële regeling wordt verstaan onder:
a. de opleiding:
de opleiding adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 6, van het Besluit rijksexamen brandweeropleidingen;
b. de module:
elke onderwijseenheid over een samenhangend deel van de leerstof, die zowel presentatie, verwerking als toetsing omvat en die flexibel programmeerbaar is in het systeem, waarvan het een onderdeel is;
c. het module-examen:
elk examen ter afsluiting van een module, dat bestaat uit een schriftelijk deel, een praktisch deel, een projectopdracht of een combinatie daarvan;
d. het studiepunt:
de eenheid, waarin de omvang van de module wordt uitgedrukt en die gemiddeld tien contact- of zelfstudie-uren vertegenwoordigt;
e. het bestuur:
het bestuur van het Nederlands bureau brandweerexamens, genoemd in artikel 18g, eerste lid, van de Brandweerwet 1985;
f. de vrijstelling:
een door het bestuur afgegeven verklaring, inhoudende dat de kandidaat voor de betreffende module over de vereiste kennis en vaardigheden beschikt;
g. de projectopdracht:
de opdracht, niet zijnde een schriftelijk of praktisch deel, die een kandidaat moet verrichten in het kader van een module-examen.
Artikel 2
De opleiding bestaat uit negen modulen:
a. organisatie (verplichte module);
b. repressie (verplichte module);
c. operationeel management (verplichte module);
d. logistiek/technische dienst (keuze-module);
e. preventie (keuze-module);
f. preparatie/opleiding en oefening (keuze-module);
g. officier kleine brandweerorganisatie (keuze-module);
h. basis-repressie I (aanvullende module);
i. basis-repressie II (aanvullende module).
1.
De modulen, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met g, omvatten elk 20 studiepunten.
2.
De module, bedoeld in artikel 2, onderdeel h, omvat 5 studiepunten.
3.
De module, bedoeld in artikel 2, onderdeel i, omvat 30 studiepunten.
1.
Tot het module-examen repressie wordt toegelaten degene die:
a. in het bezit is van het certificaat van of de vrijstelling voor de module persoonlijke bescherming, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van het Examenreglement brandwacht, alsmede het certificaat van of de vrijstelling voor de module repressie keuze, bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van het Examenreglement onderbrandmeester of de module repressie keuze, bedoeld in artikel 2, onderdeel g van het Examenreglement brandmeester , of
b. in het bezit is van het certificaat van de module, bedoeld in artikel 2, onderdeel i.
2.
Tot het module-examen basis-repressie II wordt toegelaten degene die in het bezit is van het certificaat van of de vrijstelling voor de module, bedoeld in artikel 2, onderdeel h.
1.
Het module-examen organisatie bestaat uit een schriftelijk deel.
2.
Het schriftelijk deel bestaat uit het beantwoorden van vragen en het schriftelijk uitwerken van opdrachten over de onderwerpen, bedoeld in deel A van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
3.
Het cijfer voor het module-examen organisatie is gelijk aan het cijfer voor het schriftelijk deel, waarbij een half punt of meer naar boven en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
1.
Het module-examen repressie bestaat uit een praktisch deel.
2.
Het praktisch deel bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot praktische verrichtingen over de onderwerpen, bedoeld in deel B van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
3.
Het cijfer voor het module-examen repressie is gelijk aan het cijfer behaald voor het praktische deel, waarbij een half punt of meer naar boven en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
1.
Het module-examen operationeel management bestaat uit een schriftelijk deel en een projectopdracht.
2.
Het schriftelijk deel bestaat uit het beantwoorden van vragen en het schriftelijk uitwerken van opdrachten over de onderwerpen, bedoeld in deel C van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
3.
De projectopdracht bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in deel C van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
4.
Het cijfer voor het module-examen operationeel management is gelijk aan het gemiddelde van het cijfer behaald voor het schriftelijk deel en het cijfer behaald voor de projectopdracht, waarbij een half punt of meer naar boven en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
1.
Het module-examen logistiek/technische dienst bestaat uit een projectopdracht.
2.
De projectopdracht bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in deel D van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
3.
Het cijfer voor het module-examen logistiek/technische dienst is gelijk aan het cijfer behaald voor de projectopdracht, waarbij een half punt of meer naar boven en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
1.
Het module-examen preventie bestaat uit een schriftelijk deel en een projectopdracht.
2.
Het schriftelijk deel bestaat uit het beantwoorden van vragen en het schriftelijk uitwerken van opdrachten over de onderwerpen, bedoeld in deel E van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
3.
De projectopdracht bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in deel E van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
4.
Het cijfer voor het module-examen preventie is gelijk aan het gemiddelde van het cijfer behaald voor de projectopdracht en het cijfer behaald voor het schriftelijk deel, waarbij een half punt of meer naar boven en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
1.
Het module-examen preparatie opleiding en oefening bestaat uit een schriftelijk deel en een projectopdracht.
2.
Het schriftelijk deel bestaat uit het beantwoorden van vragen en het schriftelijk uitwerken van opdrachten over de onderwerpen, bedoeld in deel F van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
3.
De projectopdracht bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in deel F van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
4.
Het cijfer voor het module-examen preparatie/opleiding en oefening is gelijk aan het gemiddelde van het cijfer behaald voor de projectopdracht en het cijfer behaald voor het schriftelijk deel, waarbij een half punt of meer naar boven en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
1.
Het module-examen officier kleine brandweerorganisatie bestaat uit een schriftelijk deel en een projectopdracht.
2.
Het schriftelijk deel bestaat uit het beantwoorden van vragen en het schriftelijk uitwerken van opdrachten over de onderwerpen, bedoeld in deel G van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
3.
De projectopdracht bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in deel G van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
4.
Het cijfer voor het module-examen officier kleine brandweerorganisatie is gelijk aan het gemiddelde van het cijfer behaald voor de projectopdracht en het cijfer behaald voor het schriftelijk deel, waarbij een half punt of meer naar boven en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
1.
Het module-examen basis-repressie I bestaat uit een praktisch deel.
2.
Het praktisch deel bestaat uit het uitvoeren van opdrachten met betrekking tot praktische verrichtingen over de onderwerpen, bedoeld in deel H van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
3.
Het cijfer voor het module-examen basis-repressie I is gelijk aan het cijfer voor het praktische deel, waarbij een half punt of meer naar boven en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
1.
Het module-examen basis-repressie II bestaat uit een schriftelijk deel en een praktisch deel.
2.
Het schriftelijk deel bestaat uit het beantwoorden van vragen en het schriftelijk uitwerken van opdrachten over de onderwerpen, bedoeld in deel I van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
3.
Het praktische deel bestaat uit het uitvoeren van opdrachten tot praktische verrichtingen over de onderwerpen, bedoeld in deel I van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage .
4.
Het cijfer voor het module-examen basis-repressie II is gelijk aan het gemiddelde van het cijfer behaald voor het schriftelijk deel en het cijfer behaald voor het praktische deel, waarbij een half punt of meer naar boven en minder dan een half punt naar beneden wordt afgerond.
1.
Overeenkomstig artikel 9, vijfde lid, van het Algemeen brandweerexamenreglement 1994 wordt het diploma adjunct-hoofdbrandmeester afgegeven, indien de kandidaat in het bezit is van certificaten van of vrijstellingen voor de verplichte modules, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, en ten minste één van de keuze-modules, bedoeld in artikel 2, onderdelen d tot en met g, alsmede van:
a. het certificaat van of de vrijstelling voor de module basis-repressie II, bedoeld in artikel 2, onderdeel i; in combinatie met:
een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet ; of
een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; of
b. het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester , of het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester , of een aan één van beide diploma's gelijkwaardig diploma, in alle gevallen in combinatie met:
ten minste een diploma van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c, d of e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of een overeenkomstig diploma, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 12.2.1 van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet ; of
een rapport van een psychologische test waarin verklaard wordt dat de kandidaat beschikt over ten minste een werk- en denkniveau dat vergelijkbaar is met het werk- en denkniveau dat is vereist voor de verkrijging van een diploma als bedoeld onder 1°.
2.
Het rapport, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, is opgesteld door een bij het Nederlands Instituut van Psychologen aangesloten psycholoog. Het rapport is gebaseerd op een General Aptitude Test Battery en opgesteld conform de richtlijnen van het Nederlands Instituut van Psychologen.
3.
Het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, kan alleen voor het diploma adjunct-hoofdbrandmeester meetellen als het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van het Examenreglement brandmeester , niet heeft meegeteld of zal meetellen voor de verkrijging van het diploma brandmeester.
4.
Het derde lid geldt niet voor kandidaten die:
a. op 1 augustus 1997 reeds in het bezit waren van het certificaat van of de vrijstelling voor de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van het Examenreglement brandmeester , of dit certificaat of deze vrijstelling al hadden laten meetellen voor het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester ;
b. vóór 1 augustus 1998 hebben deelgenomen aan een deelexamen van de keuze-module preventie, bedoeld in artikel 2, onderdeel e; en
c. vóór 1 augustus 2002 hun diploma adjunct-hoofdbrandmeester behalen.
Artikel 13a
Het diploma adjunct-hoofdbrandmeester wordt voorts, in afwijking van artikel 9, vijfde lid, van het Algemeen brandweerexamenreglement 1994, afgegeven, indien de kandidaat:
a. in het bezit is van certificaten van of vrijstellingen voor de verplichte modulen, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met c, en ten minste één van de keuzemodulen, bedoeld in artikel 2, onderdelen d tot en met g; en
b. in juni 1999 door het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1° en 2°, van het Besluit brandweerpersoneel , bij een gemeentelijke of regionale brandweer was aangesteld in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester; en
op 13 juni 1991 was aangesteld in ten minste de rang van brandmeester; of
op 13 juni 1998 was aangesteld in de functie van commandant of ondercommandant in vrijwillige dienst en beschikte over ten minste het diploma onderbrandmeester.
Artikel 15
Het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester wordt ingetrokken.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1993.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 11a
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 13a
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht