1.
De gerechtsdeurwaarder is verplicht de in artikel 17, eerste lid, bedoelde stukken, vergezeld van een verslag van het onderzoek daarover van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat voor wat betreft de jaarrekening van het kantoor ten minste een beoordelingskarakter draagt, binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar in te dienen bij het Bureau.
2.
Het Bureau kan van de gerechtsdeurwaarder verlangen dat hij inzage verschaft in zijn kantoor- en privé-administratie en de daarmee verband houdende bescheiden, de balansen, de staten van baten en lasten, het register en het repertorium. Het Bureau kan verlangen dat de gerechtsdeurwaarder een afschrift van deze stukken verstrekt.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. De gerechtsdeurwaarder
+ Hoofdstuk III. Waarnemend gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders en toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders
- Hoofdstuk IV. Toezicht en tuchtrechtspraak
+ Hoofdstuk V. Schorsing en ontslag
+ Hoofdstuk VI. De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders
+ Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht