Artikel 4
De ingevolge deze verordening verschuldigde heffingsbedragen worden betaald uiterlijk op de eenentwintigste dag volgend op die waarop zij door of vanwege het hoofdproductschap in rekening zijn gebracht, dan wel indien de secretaris van het hoofdproductschap zulks verlangt, vóór een door deze te bepalen datum.
Artikel 5
In afwijking van artikel 4 is de aanslag terstond invorderbaar zodra:
a. het faillissement van de ondernemer is aangevraagd;
b. de ondernemer het drijven van de onderneming beëindigt of van het voornemen daartoe blijk geeft of
c. de ondernemer zich in het buitenland heeft gevestigd of van het voornemen daartoe blijk geeft.
Artikel 6
Het hoofdproductschap kan verrekening van bedragen kleiner dan € 5,– achterwege laten.
Artikel 7
Aan de ondernemer die niet of niet geheel binnen de in artikel 4 gestelde termijn heeft betaald, kan door het hoofdproductschap de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag in rekening worden gebracht, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling uiterlijk dient te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie .
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Heffingsbepalingen
+ § 3. Ambtshalve heffing
- § 4. Betaling van de heffing
+ § 5. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht