5.4. Investering in het buitenland
Een ondernemer die in Nederland woont, mag bij de vervreemding van een in Nederland gelegen onroerende zaak een HIR vormen ter afboeking op een in het buitenland aangeschafte onroerende zaak (HR 2 maart 1994, nr. 28709). Ik merk hierbij op dat een HIR niet over de ondernemingsgrens kan worden toegepast. Als sprake is van staking en binnen 12 maanden daarna herinvestering in een andere onderneming van belastingplichtige plaatsvindt, gelden de regels van artikel 3.64 (zie onderdelen 2.2. en 2.3).
Als een HIR op een in het buitenland aangeschafte onroerende zaak is afgeboekt, wordt de totale (wereld)winst uit onderneming berekend met inachtneming van afschrijvingen op basis van de historische kostprijs van de in het buitenland gelegen onroerende zaak verminderd met de HIR. De winst uit het in het buitenland gelegen gedeelte van de onderneming ter bepaling van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt daarentegen berekend met inachtneming van afschrijvingen op basis van de historische kostprijs, dus zonder afboeking van de HIR. Eén en ander vindt overeenkomstige toepassing bij vervreemding van de in het buitenland gelegen onroerende zaak.
Met ingang van 1 januari 2012 is voor belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten ingevoerd. Alleen de wijze waarop met buitenlandse winsten en verliezen rekening wordt gehouden is gewijzigd, niet de vaststelling daarvan. De manier waarop met de HIR rekening wordt gehouden bij de vaststelling van de (wereld)winst en de buitenlandse winst is met de invoering van deze objectvrijstelling dus niet gewijzigd.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Vorming van de HIR
2.1. Vergoedingen wegens verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel
2.2. Boekwinst bij onttrekking en inbreng in andere onderneming
2.3. Gedeeltelijk gebruik boekwinst
2.4. Geen vorming HIR als deze niet zal kunnen worden afgeboekt
2.5. Herinvesteringsvoornemen bij afstoten tak gemengd bedrijf
2.6. HIR en fiscale eenheid of juridische fusie
2.7. Pacht- of huurrecht bedrijfsmiddel
2.8. HIR bij beschadiging bedrijfsmiddel
2.9. Geen HIR en evenmin toepassing ruilarresten bij normale verkoop uit handelsvoorraad
3. Afboeking van een HIR
3.1. HIR en restwaarde
3.2. Beoordeling periode waarin pleegt te worden afgeschreven
3.3. Volgorde afboeking, keuze afboeking binnen kort-afschrijvingsregime
3.4. Volgorde afboeking, keuze voor verschillende investeringen
3.5. Volgorde afboeking, keuze uit verschillende (in meer jaren gevormde) HIR’s
3.6. Wanneer is sprake van herinvestering waarop een HIR wordt afgeboekt
3.7. De termijn waarbinnen een HIR uiterlijk kan worden afgeboekt
4. Boekwaarde-eis
4.1. Boekwaarde van investering in bedrijfsmiddel waarop niet kan worden afgeboekt
5. Eenzelfde economische functie
5.1. Twee keer vervangen niet mogelijk
5.2. Verkoop grond, investering in grond en opstal
5.3. Pand in aanbouw
5.4. Investering in het buitenland
5.5. Herinvestering: erfpachtrecht soms sterk verwant aan eigendom
5.6. Vervanging eigendom door erfpacht en opstalrecht en vice versa
5.7. Onvolledige vervanging; uitbreidingsinvesteringen
6. Overheidsingrijpen
6.1. Vormen van overheidsingrijpen
6.2. Onteigening, minnelijke onteigening en verkoop ter voorkoming van onteigening ( 3.54, twaalfde lid, onderdeel a)
6.2.1. Verkoop ter voorkoming van onteigening
6.2.2. Beoordeling ‘weet of redelijkerwijs kan verwachten’
6.3. Besluit op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur of milieu van een publiekrechtelijke rechtspersoon dat de mogelijkheden tot voortzetting of uitbreiding van de onderneming of een gedeelte daarvan op de huidige locatie in de huidige vorm in belangrijke mate beperkt ( artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel b)
6.3.1. Besluit van een publiekrechtelijke rechtspersoon
6.3.2. Besluit op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur of milieu
6.3.3. Mogelijkheden tot voortzetting of uitbreiding ‘in belangrijke mate beperkt’
6.3.4. Bewijsvermoeden bij vervreemding binnen drie jaar na een onderdeel b-besluit
6.4. Bij AMvB aangewezen communautaire of nationale regelgeving die leidt tot herstructurering of beëindiging van een bedrijfstak ( artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel c)
6.5. Overheidsingrijpen en staking
6.6. Gevolgen van kwalificatie overheidsingrijpen voor pachtrecht
6.7. Vervanging ondergrond door grond
6.8. Bestemmingswijziging na verkoop
7. Overige onderwerpen
7.1. HIR bij juridische splitsing ( artikel 14a Wet Vpb)
7.2. Nabetaling en HIR
8. Ingetrokken besluit
9. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht