1.
De basisregistraties kadaster en topografie bevatten authentieke gegevens krachtens een wet.
2.
Onverminderd artikel 48, vierde lid, zijn de in de basisregistratie kadaster opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 48, tweede lid, onderdelen a tot en met d, en derde lid, onderdelen a tot en met c, authentieke gegevens.
3.
De in de basisregistratie topografie opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 98a, eerste tot en met derde lid, zijn authentieke gegevens.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in de basisregistratie kadaster of basisregistratie topografie een ander bij die maatregel als authentiek aan te wijzen gegeven wordt opgenomen dan de gegevens, bedoeld in artikel 7f, tweede of derde lid, indien:
a. de kenbaarheid van het betreffende gegeven van belang blijkt voor de uitoefening van een publiekrechtelijke taak door bestuursorganen, en
b. er geen gewichtige redenen zijn die zich daartegen verzetten.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een daarbij aangewezen authentiek gegeven uit een andere basisregistratie dan bedoeld in artikel 1a, of een ander gegeven dan een authentiek gegeven, wordt opgenomen, respectievelijk wordt toegevoegd aan de in een registratie opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 48, 85, 92 of 98a, indien:
a. de kenbaarheid van het gegeven van belang blijkt voor het rechtsverkeer of economisch verkeer, en
b. er geen gewichtige redenen zijn die zich daartegen verzetten.
3.
Indien een authentiek gegeven of deel daarvan als bedoeld in artikel 7f, tweede of derde lid, of een gegeven als bedoeld in artikel 48, 85, 92 of 98a, krachtens een wet tot instelling van een andere basisregistratie dan de basisregistratie kadaster of topografie als authentiek wordt aangemerkt, geldt dat gegeven daarna als een uit die andere basisregistratie overgenomen authentiek gegeven.
4.
Bij regeling van Onze Minister kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de door de Dienst in acht te nemen norm met betrekking tot de actualiteit van een uit een andere basisregistratie over te nemen authentiek gegeven.
5.
In geval van spoed kan in afwijking van het eerste of tweede lid, voor de gevallen, bedoeld in die leden, bij regeling van Onze Minister een bij die regeling aan te wijzen gegeven in een registratie worden opgenomen.
6.
Na de plaatsing in het Staatsblad of de Staatscourant van een krachtens het eerste of tweede lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur respectievelijk van een krachtens het vijfde lid vastgestelde ministeriële regeling wordt een voorstel van wet tot regeling van het betrokken onderwerp zo spoedig mogelijk bij de Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur of de ministeriële regeling onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur of de ministeriële regeling ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.
1.
In de basisregistratie kadaster wordt een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 7f, tweede lid, en 7g, eerste lid, door middel van een kenmerk onderscheiden van in die basisregistratie opgenomen andere dan authentieke gegevens.
2.
In een registratie wordt een authentiek gegeven dat is overgenomen uit een andere basisregistratie dan bedoeld in artikel 1a, door middel van een kenmerk onderscheiden van gegevens die authentiek zijn ingevolge deze wet.
1.
Het bestuur van de Dienst stelt regels voor de inrichting en het houden van een registratie.
2.
Het bestuur van de Dienst kan voorts regels stellen omtrent de wijze van weergave van de in een registratie opgenomen gegevens.
1.
Het bestuur van de Dienst draagt er zorg voor dat de weergave van een krachtens deze wet in de basisregistratie kadaster opgenomen authentiek gegeven overeenstemt met dat gegeven, als opgenomen in het betreffende brondocument of, ingeval een vorenbedoeld authentiek gegeven wordt afgeleid uit een brondocument, dat dat authentieke gegeven juist en volledig daaruit is afgeleid.
2.
Het bestuur van de Dienst draagt er voorts zorg voor dat:
a. een in de basisregistratie topografie opgenomen geografisch object als bedoeld in artikel 98a, tweede lid, in overeenstemming is met:
1°. de fysieke werkelijkheid ten tijde van de laatste bijhouding van het geografisch gebied waarin dat geografisch object is gelegen, en
2°. de actuele fysieke werkelijkheid, voorzover er zich een aanmerkelijke verandering voordoet of heeft voorgedaan ten opzichte van de laatste bijhouding van het betreffende geografisch gebied;
b. een in de basisregistratie topografie opgenomen geografisch gegeven voldoet aan de kwaliteitseisen, gesteld in de catalogus basisregistratie topografie, en
c. een koppeling mogelijk wordt gemaakt tussen de basisregistratie topografie en een andere basisregistratie voor wat betreft een authentiek gegeven dat uit die andere basisregistratie is overgenomen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
3.
Voorzover in een registratie een authentiek gegeven uit een andere basisregistratie dan bedoeld in artikel 1a is overgenomen, draagt het bestuur van de Dienst er zorg voor dat:
a. de weergave van dat authentieke gegeven in die registratie overeenstemt met dat gegeven, als opgenomen in die andere basisregistratie, tenzij dat verschil in weergave wordt veroorzaakt door een norm als bedoeld in artikel 7g, vierde lid, en
b. de actualiteit van dat authentieke gegeven voldoet aan een zodanige norm.
1.
Indien een bestuursorgaan bij de vervulling van zijn publiekrechtelijke taak een gegeven nodig heeft dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de basisregistratie kadaster of topografie beschikbaar is, gebruikt het dat authentieke gegeven.
2.
Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, indien:
a. bij het betreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst;
b. het een melding heeft gedaan overeenkomstig artikel 7n, eerste lid, 7o, eerste lid, of 7p, eerste lid;
c. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren kan vervullen, of
d. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid.
3.
Voorzover bij de uitoefening van een publiekrechtelijke taak gebruik wordt gemaakt van een topografische ondergrond, is een bestuursorgaan niet gehouden toepassing te geven aan het eerste lid, ingeval de uitoefening van die taak is gediend met gebruikmaking van een topografische ondergrond met een schaalniveau groter dan 1:10 000.
4.
In afwijking van het eerste lid kunnen bestuursorganen van gemeenten die op 1 januari 2006 beschikten over een in eigen beheer vervaardigde topografische ondergrond met een schaalniveau van 1:10 000 bij de vervulling van een publiekrechtelijke taak tot een bij regeling van Onze Minister per gemeente te bepalen tijdstip, mits gelegen voor 1 januari 2010, gebruik maken van de eigen topografische ondergrond.
Artikel 7l
Een natuurlijk persoon of rechtspersoon, aan wie door een bestuursorgaan gevraagd wordt om een gegeven te verstrekken dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de basisregistratie kadaster of topografie beschikbaar is, behoeft dat gegeven niet te verstrekken, behoudens:
a. ingeval bij het betreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst;
b. in geval van bijhouding of vernieuwing van de basisregistratie kadaster, van herinrichting, verkaveling of reconstructie van een bij wettelijk voorschrift aangewezen gebied, van voorbereiding van herinrichting, verkaveling of reconstructie of van bijhouding van de basisregistratie topografie;
c. in geval van opsporing of onderzoek naar overtreding van een wettelijk voorschrift of van controle op de naleving van een wettelijk voorschrift;
d. in geval van dreiging van, of het zich voordoen van, een oproerige beweging, wanordelijkheden, verstoring van de openbare orde, rampen of zware ongevallen;
e. ingeval bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of
f. ingeval het gegeven noodzakelijk is voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van betrokkene.
1.
Een bestuursorgaan meldt aan de Dienst, onder opgaaf van redenen, zijn gerede twijfel omtrent de juistheid van een in een registratie overgenomen gegeven dat krachtens een andere wet dan deze wet als authentiek is aangemerkt.
2.
De Dienst zendt een melding als bedoeld in het eerste lid onverwijld door aan de beheerder van de betreffende basisregistratie, en doet daarvan mededeling aan het bestuursorgaan dat de melding heeft gedaan.
1.
Een bestuursorgaan meldt aan de Dienst, onder opgaaf van redenen, zijn gerede twijfel omtrent de juistheid van een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt.
2.
De Dienst neemt na ontvangst van een melding als bedoeld in het eerste lid een beslissing omtrent wijziging van het betreffende authentieke gegeven. Indien de Dienst die beslissing niet binnen een dag na ontvangst van die melding heeft genomen, tekent de Dienst in de basisregistratie kadaster, of ingeval de melding betrekking heeft op een gegeven als bedoeld in artikel 48, derde lid, onderdeel a, b of c, in een afzonderlijk register, aan dat het betreffende gegeven «in onderzoek» is.
3.
De Dienst verwijdert de aantekening dat een authentiek gegeven «in onderzoek» is uit de basisregistratie kadaster of het afzonderlijk register tegelijk met de verwerking van de wijziging in die basisregistratie of, indien een melding als bedoeld in het eerste lid niet tot wijziging leidt, met de beslissing om het authentieke gegeven niet te wijzigen.
4.
De beslissing, bedoeld in het tweede en derde lid, is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht .
5.
De Dienst bericht het bestuursorgaan dat een melding heeft gedaan als bedoeld in het eerste lid onverwijld over een handeling of beslissing als bedoeld in het tweede of derde lid.
6.
De Dienst doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de belanghebbende van zijn beslissing op grond van het tweede of derde lid, indien die beslissing heeft geleid tot een wijziging van het betreffende authentieke gegeven.
1.
Een bestuursorgaan meldt aan de Dienst, onder opgaaf van redenen, zijn gerede twijfel omtrent het in overeenstemming zijn van een krachtens deze wet als authentiek aangemerkt gegeven in de basisregistratie topografie met de fysieke werkelijkheid ten tijde van de laatste bijhouding van het geografisch gebied, waarin het geografische object, waarop dat gegeven betrekking heeft, is gelegen.
2.
De Dienst neemt na ontvangst van een melding als bedoeld in het eerste lid een beslissing omtrent wijziging van het betreffende authentieke gegeven. Indien de Dienst die beslissing niet binnen een dag na ontvangst van de betreffende melding heeft genomen, registreert de Dienst in een afzonderlijk register de melding, het betreffende authentieke gegeven en de aantekening «in onderzoek» bij dat gegeven.
3.
Indien de Dienst niet binnen een dag na ontvangst van de melding, bedoeld in het eerste lid, een beslissing heeft genomen omtrent de wijziging van het betreffende authentieke gegeven, neemt de Dienst die beslissing uiterlijk binnen zes weken na het tijdstip waarop volgens de catalogus basisregistratie topografie de bijhouding is beëindigd.
4.
De Dienst verwijdert de aantekening dat een authentiek gegeven «in onderzoek» is uit het register, bedoeld in het tweede lid, tegelijk met de verwerking van de wijziging in de basisregistratie topografie of, indien de betreffende melding niet tot wijziging heeft geleid, met de beslissing om het authentieke gegeven niet te wijzigen.
5.
De Dienst bericht het bestuursorgaan dat een melding heeft gedaan als bedoeld in het eerste lid onverwijld over een handeling of beslissing als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid.
1.
Voorzover zich een aanmerkelijke verandering voordoet of heeft voorgedaan in de fysieke werkelijkheid ten opzichte van de laatste bijhouding van het betreffende geografisch gebied, kan een bestuursorgaan aan de Dienst, onder opgaaf van redenen, melden dat het noodzakelijk of wenselijk is de betreffende authentieke gegevens in de basisregistratie topografie op een eerder tijdstip dan bij de eerstvolgende bijhouding van dat gebied te wijzigen.
2.
De Dienst registreert na ontvangst van een melding als bedoeld in het eerste lid de melding, het betreffende authentieke gegeven en de aantekening «in onderzoek» in het register, bedoeld in artikel 7o, tweede lid. De Dienst bericht het bestuursorgaan dat de melding heeft gedaan onverwijld over die handeling.
3.
De Dienst beslist op een melding als bedoeld in het eerste lid uiterlijk binnen zes weken na ontvangst daarvan, met dien verstande dat de Dienst die termijn één keer kan verlengen met ten hoogste vier weken.
4.
Indien de Dienst beslist om gevolg te geven aan de in de melding, bedoeld in het eerste lid, gevraagde actualisering, handelt de Dienst overeenkomstig artikel 7o, vierde lid, en bericht de Dienst het bestuursorgaan dat een melding heeft gedaan als bedoeld in het eerste lid onverwijld over zijn beslissing en de handelingen die hij overeenkomstig artikel 7o, vierde lid, heeft verricht.
5.
Indien de Dienst beslist om geen gevolg te geven aan de in de melding, bedoeld in het eerste lid, gevraagde actualisering, blijft de aantekening «in onderzoek» staan en tekent de Dienst bij de melding zijn beslissing aan om die actualisering te doen plaatsvinden bij de eerstvolgende bijhouding. Na beëindiging van die bijhouding is op de beslissing en de kennisgeving daarvan aan het bestuursorgaan dat de melding heeft gedaan artikel 7o, derde tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het vijfde lid van dat artikel voor «tweede, derde of vierde lid» wordt gelezen: vierde lid.
Artikel 7q
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de gevallen waarin een melding als bedoeld in artikel 7m, eerste lid, 7n, eerste lid, of 7o, eerste lid, achterwege kan blijven, of
b. een beperking van de kring van bestuursorganen die verplicht zijn toepassing te geven aan artikel 7m, eerste lid, 7n, eerste lid, of 7o, eerste lid, of gebruik kunnen maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 7p, eerste lid.
1.
Indien ten aanzien van een beslissing over wijziging van een authentiek gegeven dat is opgenomen in de basisregistratie kadaster bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, tekent de Dienst in de basisregistratie kadaster, of ingeval het betreffende gegeven een gegeven is als bedoeld in artikel 48, derde lid, onderdeel a, b of c, in een afzonderlijk register, aan dat het betreffende authentieke gegeven «in onderzoek» is.
2.
Indien de beslissing op bezwaar of de rechterlijke uitspraak op het beroep strekt tot wijziging van een in de basisregistratie kadaster opgenomen authentiek gegeven, verwerkt de Dienst die wijziging in die basisregistratie.
3.
Indien onherroepelijk is beslist op het bezwaar of beroep, verwijdert de Dienst de aantekening dat het betreffende authentieke gegeven «in onderzoek» is.
1.
Indien de Dienst constateert dat de weergave van een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 7f, tweede lid, of 7g, eerste lid, in de basisregistratie kadaster niet in overeenstemming is met dat gegeven, als opgenomen in een brondocument of, ingeval een authentiek gegeven wordt afgeleid uit een brondocument, dat gegeven niet juist en volledig daaruit is afgeleid, herstelt de Dienst ambtshalve dat gegeven in die basisregistratie. De artikelen 7n, vierde en zesde lid, en 7r zijn van overeenkomstige toepassing.
2.
Indien de Dienst constateert dat een in de basisregistratie topografie opgenomen geografisch gegeven niet in overeenstemming is met:
a. de fysieke werkelijkheid ten tijde van de laatste bijhouding van het geografisch gebied, waarin het geografische object, waarop dat gegeven betrekking heeft, is gelegen, of
b. de actuele fysieke werkelijkheid, in geval van een aanmerkelijke verandering ten opzichte van de laatste bijhouding van het betreffende geografisch gebied, kan de Dienst dat gegeven in de basisregistratie topografie ambtshalve herstellen dan wel, indien het betreft een geval als bedoeld in onderdeel a, dat herstel opschorten tot de eerstvolgende bijhouding, bedoeld in de catalogus basisregistratie topografie. De Dienst tekent zowel een geconstateerde onjuistheid als de correctie daarvan aan in het register, bedoeld in artikel 7o, tweede lid.
3.
Indien de Dienst ten aanzien van de weergave van een in een registratie opgenomen ander gegeven dan een authentiek gegeven een constatering als bedoeld in het eerste lid doet, zijn dat lid alsmede de artikelen 7n, vierde en zesde lid, en 7r van overeenkomstige toepassing.
1.
Indien een belanghebbende gerede twijfel heeft omtrent de juistheid van een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, dan wel omtrent de juistheid van een uit een andere basisregistratie dan genoemd in artikel 1a in de basisregistratie kadaster of de registratie voor schepen of luchtvaartuigen overgenomen authentiek gegeven, kan die belanghebbende onder opgaaf van redenen aan de Dienst een verzoek tot herstel van dat gegeven in de basisregistratie kadaster doen. De artikelen 7n, tweede tot en met vierde en zesde lid, en 7r zijn van overeenkomstige toepassing indien het verzoek betrekking heeft op een in de basisregistratie kadaster opgenomen gegeven dat krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt, en artikel 7m, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing indien het verzoek betrekking heeft op een uit een andere basisregistratie overgenomen gegeven.
2.
Indien een gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek tot herstel, bedoeld in het eerste lid, leidt tot verbetering, aanvulling of verwijdering van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet bescherming persoonsgegevens, bericht de Dienst dat zo spoedig mogelijk aan derden aan wie de persoonsgegevens daaraan voorafgaand zijn verstrekt, tenzij dit onmogelijk blijkt of onevenredige inspanning kost. De Dienst doet desgevraagd aan de verzoeker opgaaf van degenen aan wie is bericht.
3.
Het eerste lid is vanovereenkomstige toepassing indien een belanghebbende gerede twijfel heeft omtrent de juistheid van een ander dan een authentiek gegeven in de basisregistratie kadaster of de registratie voor schepen of luchtvaartuigen.
4.
De Dienst registreert een verzoek als bedoeld in het eerste of derde lid alsmede de beslissing op dat verzoek.
1.
De Dienst draagt er zorg voor dat de juistheid en volledigheid van de authentieke gegevens, genoemd in de artikelen 48, tweede lid, onderdelen a tot en met e, en derde lid, onderdelen a tot en met c, 98a, eerste tot en met derde lid, en bedoeld in artikel 7g, eerste lid, ten minste:
a. één keer per drie jaar worden gecontroleerd door een, door het bestuur van de Dienst aangewezen, onafhankelijke deskundige, en
b. één keer per jaar door dat bestuur worden gecontroleerd in de jaren dat de controle door die deskundige achterwege blijft.
2.
Het bestuur van de Dienst stelt voorafgaand aan de controle, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, een controleprotocol op, dat in ieder geval de elementen van de controle bevat. Het bestuur kan daarbij bepalen welke authentieke gegevens, landelijk of voor een daarbij aan te geven beperkt geografisch gebied, dienen te worden onderzocht.
3.
De Dienst maakt het controleprotocol bekend in de Staatscourant of doet daarin een kennisgeving op welke plaatsen en gedurende welke tijden dat protocol ter inzage ligt.
4.
De Dienst doet een kennisgeving in de Staatscourant op welke plaatsen en gedurende welketijden een afschrift van de resultaten van de controle, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ter inzage ligt.
Artikel 7v
Het recht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Databankenwet, ten aanzien van de basisregistratie kadaster, de basisregistratie topografie, alsmede de registraties voor schepen en luchtvaartuigen, is voorbehouden aan de Dienst.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk 1a. Bepalingen omtrent authentieke gegevens en de inhoud en inrichting van registraties
+ Hoofdstuk 2. Openbare registers voor registergoederen
+ Hoofdstuk 3. Basisregistratie kadaster en net van coördinaatpunten
+ Hoofdstuk 4. Bijwerking van de basisregistratie kadaster en het net van coördinaatpunten
+ Hoofdstuk 5. Registratie voor schepen
+ Hoofdstuk 6. Registratie voor luchtvaartuigen
+ Hoofdstuk 6a. Basisregistratie topografie
+ Hoofdstuk 7. Verstrekking van inlichtingen; kadastraal recht
+ Hoofdstuk 8. Wijziging van de kadastrale aanduiding van onroerende zaken en appartementsrechten anders dan in geval van bijwerking; opnieuw vaststellen van de grootte van percelen; herstel van kennelijke misslagen begaan bij de bijwerking en van onregelmatigheden begaan bij het houden van de openbare registers
+ Hoofdstuk 9. Overige en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht