1.
Het examenreglement bevat in elk geval informatie over de maatregelen, bedoeld in artikel 6, en de toepassing daarvan, regels met betrekking tot de organisatie van het staatsexamen en deelstaatsexamen en de gang van zaken tijdens het staatsexamen en deelstaatsexamen, de herkansingsmogelijkheden van het centraal examen en het college-examen.
2.
Het College voor examens stelt jaarlijks voor 1 oktober een programma van toetsing en afsluiting vast ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar. Het programma vermeldt per vak in elk geval:
a. welke onderdelen van het examenprogramma worden getoetst,
b. de inhoud van de verschillende onderdelen,
c. de wijze en de tijdstippen waarop het centraal examen en de toetsen van het college-examen aanvangen, alsmede de duur van de toetsen,
d. regels omtrent verhindering voor het college-examen, alsmede
e. de regels voor de wijze waarop het cijfer voor het college-examen voor een kandidaat tot stand komt.
3.
Het College voor examens zendt het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting voor 1 januari aan de inspectie. Deze documenten worden tegelijk met de bevestiging van de aanmelding, bedoeld in artikel 3, eerste lid, door de bevestigende instantie aan de kandidaten ter beschikking gesteld.
Artikel 14. Examendossier
Het college-examen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het college-examen zoals gedocumenteerd in een door het College voor examens gekozen vorm.
1.
Het college-examen wordt beoordeeld met een cijfer uit de reeks van 1 tot en met 10.
2.
Indien in een vak tevens centraal examen wordt afgelegd, worden de in het eerste lid genoemde cijfers gebruikt met de daartussenliggende cijfers met 1 decimaal.
3.
In afwijking van het eerste lid wordt het sectorwerkstuk beoordeeld met «voldoende» of «goed».
Artikel 16. Twijfel omtrent juistheid beoordeling college-examen
Indien bij het College voor examens, al dan niet naar aanleiding van mededelingen van de kandidaat, twijfel is gerezen over de juistheid van de beoordeling van het college-examen in enig vak of onderdeel van een vak, kan het College voor examens die beoordeling ongeldig verklaren en een nieuw examen in dat vak of onderdeel opleggen.
1.
Onze Minister zorgt voor het tijdig beschikbaar stellen van de opgaven, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Wet College voor examens aan het College voor examens.
2.
Het College voor examens zorgt ervoor dat de opgaven en correctievoorschriften voor het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij deze opgaven aan de kandidaten worden voorgelegd.
3.
Tijdens een schriftelijke toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook aangaande de opgaven gedaan, uitgezonderd mededeling van door het College voor examens vastgestelde errata.
4.
Het College voor examens draagt er zorg voor dat het nodige toezicht bij het centraal examen wordt uitgeoefend. Zij die toezicht hebben gehouden, maken daarvan een proces-verbaal op en leveren dit samen met het gemaakte examenwerk in bij het College voor examens.
5.
Een kandidaat die te laat komt, mag nog tot uiterlijk een half uur na de aanvang van een toets worden toegelaten.
6.
De aan de kandidaten voorgelegde opgaven voor een schriftelijke toets van het centraal examen blijven in het examenlokaal tot het einde van die toets.
7.
De kandidaten leveren de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. Het College voor examens bepaalt, in welke gevallen kan worden afgeweken van de eerste volzin, alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin, aan de kandidaten worden teruggegeven.
1.
Het College voor examens draagt er zorg voor dat het gemaakte werk voor het centraal examen door twee door het College voor examens aan te wijzen correctoren wordt beoordeeld.
2.
De correctoren kijken het werk onafhankelijk van elkaar na en zenden het met hun beoordeling aan het College voor examens. De correctoren passen bij hun beoordeling toe de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens. De correctoren drukken hun beoordeling uit in een score overeenkomstig de regels, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de Wet College voor examens.
3.
Indien dit het College voor examens noodzakelijk voorkomt, wordt het oordeel van een derde corrector ingeroepen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
4.
Het College voor examens stelt op grond van de beoordelingen door de correctoren de eindscore vast.
Artikel 20. Vaststelling cijfer centraal examen
Het College voor examens stelt op grond van de eindscore, bedoeld in artikel 19, vierde lid, het cijfer vast voor het centraal examen. Het College voor examens neemt daarbij in acht de regels, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de Wet College voor examens en gebruikt daarbij één van de cijfers uit de schaal lopend van 1 tot en met 10, met de tussenliggende cijfers met 1 decimaal.
1.
Indien het centraal examen naar het oordeel van de inspectie niet op regelmatige wijze heeft plaatsgevonden, kan zij besluiten dat het geheel of gedeeltelijk voor een of meer kandidaten opnieuw wordt afgenomen.
2.
Indien het eerste lid toepassing vindt, stelt het College voor examens op verzoek van de inspectie nieuwe opgaven vast en bepaalt op welke wijze en door wie het examen zal worden afgenomen.
Artikel 22. Onvoorziene omstandigheden centraal examen
Indien door onvoorziene omstandigheden het centraal examen in één of meer vakken niet op de voorgeschreven wijze kan worden afgenomen, beslist het College voor examens hoe dan moet worden gehandeld.
1.
Indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van het College voor examens:
a. is verhinderd bij één of meer toetsen van het centraal examen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, wordt hem in het tweede tijdvak de gelegenheid gegeven het centraal examen op ten hoogste twee toetsen te voltooien;
b. ook in het tweede tijdvak verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in het tweede tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het derde tijdvak het centraal examen te voltooien;
c. ook in het derde tijdvak verhinderd is, of wanneer hij het centraal examen in het derde tijdvak niet kan voltooien, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het vierde tijdvak het centraal examen te voltooien.
2.
Toepassing van het eerste lid geschiedt onverminderd artikel 6.
1.
De bepalingen uit deze afdeling, met uitzondering van artikel 19, zijn van overeenkomstige toepassing op de rekentoets.
2.
Het College voor examens stelt nadere regels voor de uitvoering van de rekentoets. Het College voor examens stelt in ieder geval een regeling vast voor de uitvoering van de correctie voor zover de rekentoets bestaat uit open vragen.
3.
De regelingen, bedoeld in het eerste lid, treden slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
4.
Het College voor examens kan bij regeling bepalen dat het examen in de rekentoets niet onder toezicht van een of meer gecommitteerden staat.
5.
Met inachtneming van de artikelen 23, zevende lid, 24, zevende lid, en 25, zevende lid, van het Examenbesluit VO worden de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, en lid 2a, van de Wet College voor examens bij de beoordeling van de rekentoets toegepast.
1.
Er is een rekentoets ER waarbij de opgaven zijn aangepast voor kandidaten met ernstige rekenproblemen.
2.
Het College voor toetsen en examens informeert de kandidaat tijdig voor de eerste gelegenheid om de rekentoets af te leggen over de mogelijkheid van het afleggen van de rekentoets ER alsmede over de mogelijke gevolgen voor doorstroom naar het vervolgonderwijs of voor de arbeidsmarkt.
3.
Op verzoek van een kandidaat verleent het College voor toetsen en examens toestemming voor het afleggen van de rekentoets ER, indien de kandidaat aantoonbaar ernstige problemen heeft met de beheersing van de vereiste rekenvaardigheden.
4.
Er is in ieder geval sprake van aantoonbare ernstige rekenproblemen indien de kandidaat:
a. zich heeft ingespannen de vereiste rekenvaardigheden te leren, en
b. hij desondanks aanhoudend onvoldoende resultaten laat zien.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Inhoud van het staatsexamen
- Hoofdstuk III. Regeling van het staatsexamen
+ Hoofdstuk IV. Uitslag, herkansing en diplomering
+ Hoofdstuk V. Afwijkende wijze van examineren; gegevensverstrekking
+ Hoofdstuk VI. Overgangsbepalingen rekentoets en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken