1.
Indien de grondkamer een pachtovereenkomst of een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst niet aanstonds kan goedkeuren, deelt zij aan partijen haar bezwaren mede en geeft zij aan of en op welke wijze deze kunnen worden opgeheven.
2.
Indien een onderzoek door een van haar leden of door een deskundige heeft plaats gehad, zendt de grondkamer aan partijen, tegelijk met de mededeling van haar bezwaren, een afschrift van het rapport van het onderzoek toe.
3.
De in het vorige lid bedoelde mededeling vermeldt de termijn, waarbinnen partijen schriftelijke opmerkingen aan de grondkamer kunnen inzenden en een mondelinge behandeling kunnen verzoeken.
4.
Indien de partijen toestemmen in de wijzigingen, die door de grondkamer als voorwaarde voor het verlenen van haar goedkeuring aan de overeenkomst worden gesteld, legt de grondkamer deze vast in een akte, die door partijen wordt ondertekend en voor dezen bindend is.
5.
Indien de partijen de door de grondkamer nodig geoordeelde wijzigingen niet overnemen, wijzigt de grondkamer de overeenkomst, of, indien zij oordeelt dat door wijziging haar in het eerste lid bedoelde bezwaren niet kunnen worden opgeheven, vernietigt zij haar.
1.
Indien de grondkamer een ontwerp-pachtovereenkomst of een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst niet aanstonds kan goedkeuren, deelt zij aan de personen, die in de ontwerp-overeenkomst als partijen zijn genoemd, haar bezwaren mee en geeft zij aan of en op welke wijze deze kunnen worden opgeheven.
2.
Het tweede en derde lid van het voorgaande artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
3.
Indien de grondkamer de ontwerp-overeenkomst goedkeurt, wordt de goedkeuring niet op de ontwerp-akte gesteld, doch bij een afzonderlijke beschikking verleend.
4.
Indien de grondkamer de ontwerp-overeenkomst niet kan goedkeuren en zij van oordeel is, dat haar bezwaren door wijziging van de ontwerp-overeenkomst kunnen worden opgeheven, vermeldt zij deze wijzigingen in haar beschikking.
1.
Indien bij een beslissing op een verzoek in andere dan de in de artikelen 25 en 26 bedoelde gevallen naar het oordeel van de grondkamer behalve de verzoeker ook anderen belang hebben, deelt de grondkamer, onder gelijktijdige kennisgeving van de eventuele bezwaren, aan de verzoeker en de andere belanghebbenden mede, binnen welke termijn zij schriftelijke opmerkingen aan de grondkamer kunnen inzenden en een mondelinge behandeling kunnen verzoeken.
2.
Indien een onderzoek door een van haar leden of door een deskundige heeft plaats gehad, zendt de grondkamer aan de verzoeker en de andere belanghebbenden, tegelijk met haar mededeling, een afschrift van het rapport van het onderzoek toe.
1.
Indien bij een beslissing op een verzoek in andere dan de in de artikelen 25 en 26 bedoelde gevallen naar het oordeel van de grondkamer uitsluitend de verzoeker belang heeft en de grondkamer het verzoek niet aanstonds kan toewijzen, is de grondkamer bevoegd – en op een daartoe strekkend verzoek verplicht – een mondelinge behandeling van het bij haar ingediende verzoek te doen plaats hebben op een door haar te bepalen zitting.
2.
Indien een onderzoek door een van haar leden of door een deskundige heeft plaats gehad, zendt de grondkamer aan de verzoeker, tegelijk met haar oproep voor de mondelinge behandeling, een afschrift van het rapport van het onderzoek toe.
Artikel 29
De secretaris maakt een verslag van hetgeen bij de mondelinge behandeling voorvalt met vermelding van de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen. Het verslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld en ondertekend. Desgevraagd ontvangen partijen daarvan afschrift.
1.
De partijen bij de overeenkomst en de verzoeker kunnen zich doen bijstaan of vertegenwoordigen.
2.
De partijen bij de overeenkomst en de verzoeker kunnen getuigen ter zitting meebrengen.
1.
De partijen bij de overeenkomst en de verzoeker kunnen met machtiging van de grondkamer bij deurwaardersexploot getuigen oproepen om aldaar te verschijnen.
2.
Ieder, die bij deurwaardersexploot is opgeroepen om als getuige ter zitting te verschijnen, is verplicht aan die oproeping gehoor te geven.
3.
De grondkamer kan bevelen, dat getuigen, die, hoewel bij deurwaardersexploot opgeroepen, niet zijn verschenen, door de openbare macht voor haar worden gebracht.
4.
De ingevolge artikel 30 ter zitting meegebrachte getuigen worden gehoord, voor zover de grondkamer hun verhoor dienstig oordeelt.
5.
De artikelen 164, 171 tot en met 173, 177 en 179 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn ten aanzien van het getuigenverhoor van overeenkomstige toepassing.
6.
Van het getuigenverhoor wordt proces-verbaal gemaakt. Artikel 180 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat het proces-verbaal door de voorzitter en de secretaris wordt mede-ondertekend.
7.
Getuigen ontvangen desgevraagd ten laste van degene, die hen heeft voorgebracht, schadevergoeding, door de voorzitter te begroten overeenkomstig het bij en krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde.
Artikel 32
Bij de behandeling van een verzoek tot goedkeuring van een ontwerp-pachtovereenkomst of van een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst vinden de artikelen 29, 30 en 31 overeenkomstige toepassing.
Artikel 33
Indien de grondkamer de pachtovereenkomst of de overeenkomst tot wijziging of beëindiging van de pachtovereenkomst ongewijzigd goedkeurt, zendt de secretaris aan iedere partij een exemplaar of een afschrift van de overeenkomst, waarop de beslissing, die de grondkamer heeft genomen, is aangetekend.
1.
De beschikkingen van de grondkamer zijn met redenen omkleed, met uitzondering van de beschikkingen die overeenkomstig artikel 33 zijn genomen.
2.
Een expeditie van de beschikking wordt aan de bij de overeenkomst of ontwerp-overeenkomst betrokken partijen of belanghebbenden alsmede aan de verzoeker toegezonden. De dag van verzending wordt op de expeditie aangetekend.
Artikel 35
De voorzitter en de leden van de grondkamers alsmede hun plaatsvervangers kunnen worden gewraakt op de wijze en in de gevallen, omschreven in de vierde afdeling van de eerste titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met dien verstande, dat het onderzoek van de redenen van wraking en het beslissen over de wraking geschiedt door de grondkamer.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Samenstelling en werkwijze van de grondkamers en van de centrale grondkamer
- Hoofdstuk 2. Verzoeken aan de grondkamer
+ Hoofdstuk 3. Competentiegeschillen
+ Hoofdstuk 4. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 5. Bijzondere processuele bepaling
+ Hoofdstuk 6. Algemene wet bestuursrecht
+ Hoofdstuk 7. Aanpassing wetgeving
+ Hoofdstuk 8. Slotartikelen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht